Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

4 redenen die deze Tour zo bijzonder maken (2)

Nog drie nachtjes slapen en de Ronde van Frankrijk gaat (eindelijk) van start. In ons Tourmagazine somden we vier redenen op die deze 109e editie meer dan de moeite waard zullen maken. We bouwen op naar de Grand Départ in Kopenhagen door er elke dag eentje te belichten. Vandaag zoomen we in op de spectaculaire openingsweek, waarin de renners onder meer wind, grind en kasseien moeten trotseren.

De Tour heeft de laatste jaren een patent op spectaculaire openingsweken en trekt die lijn gewoon door. Na de tijdrit in Kopenhagen volgen twee vlakke etappes waarin de wind een cruciale rol kan spelen. Vooral de 18 kilometer lange brug over zeestraat de Grote Belt (rit 2) kan brokken maken als het stevig zou waaien. Ook tussen Duinkerke en Calais (rit 4) zou het kunnen spoken, want na een afmattende lus door het heuvelachtige binnenland loopt het parcours in de finale langs de Opaalkust, met de krijtrotsmassieven van de Cap Gris-Nez en Cap Blanc-Nez als potentiële scherprechters.

Kaartprofiel van rit 2, inclusief een winderige passage over zeestraat de Grote Belt.
Kaartprofiel van rit 4 tussen Duinkerke en Calais.

Op dag 5 staat de meest gevreesde etappe van deze Tour op het programma: de kasseirit tussen Rijsel en Arenberg. In de laatste 78 kilometer krijgen de renners elf ‘secteurs pavés’ voor de wielen geschoven, goed voor 19,4 kilometer dokkeren. De organisatie opteerde ook voor enkele stroken die niet opduiken in Parijs-Roubaix, dus zelfs voor gepatenteerde kasseivreters is dit deels onbekend terrein. De laatste kasseistrook ligt op 7 kilometer van de finish en is 1600 meter lang. Welke flandriens doen een gooi naar dagwinst? En welke klassementsrenners kunnen de schade al dan niet beperken? We zien het op woensdag 6 juli.

In de laatste 78 kilometer van rit 5 krijgen de renners elf ‘secteurs pavés’ voor de wielen geschoven, goed voor 19,4 kilometer dokkeren.

Ook de punchers van dienst worden op hun wenken bediend, want rit 6 finisht in Longwy, waar ze zich kunnen onderscheiden op de verraderlijke tweetrapsraket Côte de Pulventeux – Côte des Religieuses. Twee dagen later is het opnieuw prijs op de Côte du Stade Olympique in Lausanne, die met zijn steile voorlaatste kilometer (tot 12%) een ideale springplank vormt.

De ‘punchy’ finale van rit 6.
Ook in rit 8 met aankomst in Lausanne komen de punchers aan hun trekken.

Tussendoor houdt de Tourkaravaan halt in de Vogezen, waar de favorieten voor het eindklassement zich een eerste keer kunnen onderscheiden op de Super Planche des Belles Filles. Net als in 2019, toen Dylan Teuns zegevierde, blijft het niet bij het asfaltgedeelte, maar wordt er nog een supersteile onverharde kilometer aan vastgeplakt, met een piek tot 24% vlak voor de finish. Alsof dit alles niet volstaat, krijgen de renners in rit 9 ook nog eens een voorsmaakje van het copieuze Alpenmenu in de bergrit naar Châtel, die eindigt in skigebied Portes du Soleil. Kortom: elke dag wordt een gevecht op zich in deze boeiende eerste Tourweek!

Rit 7 eindigt op La Super Planche des Belles Filles.
In rit 9 krijgen de renners ook nog eens een voorsmaakje van het copieuze Alpenmenu.

Lees het volledige artikel in de nieuwe editie van Cycling, nu verkrijgbaar in de winkel, HIER online te bestellen of HIER online te lezen via Blendle. Abonneer je HIER en geniet van onze aantrekkelijke abonnementsformules!