Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Analyse: de spurters van de Lage Landen

Nooit eerder beschikten we in de Lage Landen over zoveel sterke spurters als nu. Het inspireerde Cycling tot een vergelijkende studie tussen de zeven Belgische en Nederlandse vaandeldragers van de sprint, uitgevoerd door drie experts ter zake.

Niet alleen in het voetbal, maar ook in het wielrennen zouden België en Nederland tegenwoordig een fantastische ‘derby der Lage Landen’ kunnen uitvechten. Oordeel vooral zelf: Wout van Aert, Jasper Philipsen, Tim Merlier en Jordi Meeus versus Dylan Groenewegen, Fabio Jakobsen en Mathieu van der Poel. En dan laten we DSM-speerpunt Cees Bol en jong geweld als Arnaud De Lie, David Dekker en Olav Kooij nog buiten beschouwing … Na een periode van relatieve droogte baden we opnieuw in de spurtersweelde. De ‘Jerommekes’ die een massasprint kunnen winnen, zijn bijna niet meer op twee handen te tellen.

Maar hoe verhouden die explosieve kuiten zich eigenlijk ten opzichte van elkaar? Voor een antwoord op die vraag riepen we de hulp in van drie experts ter zake. Jeroen Blijlevens veroverde in de jaren negentig spurtoverwinningen in de drie grote rondes, terwijl generatiegenoot Tom Steels negen Tourritten, twee Vueltaritten en vier Belgische titels op zak stak. Energy Lab-coach Wim Van Hoolst was als renner iets minder succesvol, maar daarom niet minder belezen. Hij coacht immers al jaren Caleb Ewan, de spurtkopman van Lotto Soudal en wellicht de snelste man van het peloton. Onze ‘Drie Wijzen’ fileren de top van het Belgisch-Nederlandse spurtersgild op basis van zes essentiële kwaliteiten: aanzet en piekvermogen, vlakke sprint, zware finish, lead-out, positionering en groeimarge.

Lees het volledige artikel in de nieuwe editie van Cycling, nu verkrijgbaar in de winkel, HIER online te bestellen of HIER online te lezen via Blendle. Abonneer je HIER en geniet van onze aantrekkelijke abonnementsformules!