Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Analyse: is wielrennen het nieuwe voetbal? (1)

Voor we ons straks opnieuw kunnen verlekkeren op de exploten van Remco Evenepoel, Wout van Aert en andere wielerfenomenen, trekken veel sportliefhebbers allicht eerst nog even een shirt van de Rode Duivels aan. Om de Belgische voetbalploeg (hopelijk) naar enkele prima prestaties op het WK in Qatar te schreeuwen. Voetbal en koers: twee totaal verschillende werelden of toch niet helemaal? Wij gingen te rade bij enkele specialisten.

Je hebt steeds meer toprenners die miljoenencontracten versieren, zoals Chris Froome, Tadej Pogacar en Peter Sagan. Je hebt steeds meer toppers die voor langere tijd hun lot aan een ploeg verbinden, zoals Remco Evenepoel of opnieuw Pogacar. Je hebt steeds meer jonge talenten die op prille leeftijd weggeplukt worden door grote ploegen, zoals Evenepoel, Cian Uijtdebroeks (BORA – hansgrohe) en Quinn Simmons (Trek-Segafredo). En soms vallen er zelfs opvallende transfers te noteren. Denk maar aan Marc Hirschi, die Team DSM begin 2021 verliet voor UAE Team Emirates, ondanks een lopend contract.  

Met lichte zin voor overdrijving: verander in de bijbehorende krantenartikels de namen van de renners en de ploegen in bijvoorbeeld – om toch even in de sfeer van de Rode Duivels te blijven – Kevin De Bruyne / Manchester City of Eden Hazard / Real Madrid en ze zouden kant-en-klaar gepubliceerd kunnen worden in het voetbalkatern. Om maar te zeggen: de wielerwereld is op economisch en structureel vlak aan een stevige inhaalbeweging bezig. Maar mogen we wielrennen daarom het nieuwe voetbal noemen? Sporteconoom Trudo Dejonghe, wielermakelaar Yannick Prévost en sportief manager Kurt Van de Wouwer (Lotto Soudal) houden beide sporten tegen het licht. 

Ondanks de grote doorbraak van Biniam Girmay in 2022 is er van echte ‘mondialisering’ in het wielrennen nog geen sprake.

Mondialisering van de koers? 

Trudo Dejonghe toont begrip voor de vergelijking, toch zeker vanuit Vlaams standpunt. “In Vlaanderen komt de wielersport op de eerste of de tweede plaats, net voor of net achter voetbal. Dat zorgt voor die typische uitvergroting van de sport”, legt de West-Vlaamse sporteconoom uit. “Het is een soort van historisch nationalisme. De sport is grootgemaakt via de pers. Denk maar aan de Omloop Het Volk, nu de Omloop Het NIeuwsblad.”

De stijgende wielerballon wordt echter al snel doorprikt. “Op basis van een populariteitstest via de media komt wielrennen wereldwijd pas op de veertiende plaats. In Europa scoort de sport nog goed, maar daarbuiten is het al ver zoeken naar enige interesse. In de BRIC-landen (de economische groeilanden Brazilië, Rusland, India en China, red.) krijgt wielrennen maar geen voet aan de grond. Initiatieven zoals de Ronde van Guangxien de Ronde van Turkije zijn goedbedoeld, maar ik denk niet dat de gemiddelde Chinees of Turk daar wakker van ligt.”

De ‘mondialisering’ van de wielersport vindt Dejonghe dan ook een relatief begrip. “Ja, er zijn deze dagen meer nationaliteiten terug te vinden in het peloton, maar het gros van de renners komt nog steeds uit dezelfde zes à zeven kernlanden. Ga even op zoek naar renners uit Azië of Afrika. In de WorldTour kom je niet veel verder dan tien man. Alleen wat de locatie van de ploegen betreft – Australië, Israël, Bahrein, Verenigde Arabische Emiraten, Kazachstan … – is er een mondialisering doorgevoerd, maar de ‘inhoud’ van die ploegen is in grote mate dezelfde gebleven. Omdat die nieuwe eigenaars meer geld in de wielersport pompen, zijn de renners van die teams er wel op vooruitgegaan. Op dat vlak is het dus een goede zaak.”

Een druppel op een hete plaat: veel meer is het helaas niet. Het ontbreken van een echte globalisering is voor Dejonghe dan ook een handicap van de wielersport ten opzichte van het voetbal. Wie echt geld wil verdienen, moet aandacht krijgen. En in dat opzicht hinkt het wielrennen serieus achterop. De tv-gelden die de koers genereert, zijn ‘peanuts’. “En dan is de wielersport nog aan een inhaalbeweging bezig. RCS, A.S.O., Flanders Classics … : zij bieden de koers in pakketten aan om er een beter tv-product van te maken en hebben de sport op die manier opgewaardeerd. Een voorbeeld: de Ronde van Vlaanderen genereerde zo’n tien jaar geleden minder tv-inkomsten dan een halve finale van de Beker van België. Nochtans keken er veel meer mensen naar de Ronde …” 

“Compactere parcoursen, zoals in de Ronde van Vlaanderen, zijn een goede manier om het wielrennen (nog) aantrekkelijker te maken”, vindt Trudo Dejonghe.

Conservatieve sport

Er is echter meer nodig, onderstreept Dejonghe. De moeizame globalisering is één hindernis, maar de aantrekkingskracht van de sport is een minstens even grote uitdaging. “Uit een studie van mijn collega’s Wim Lagae en Daam Van Reeth blijkt dat de gemiddelde wielerfan 57 jaar oud is. Als je nieuwe doelgroepen en nieuwe markten wil aanboren, dan moet er iets veranderen.” 

In eerste instantie pleit Dejonghe voor vernieuwing binnen de koers zelf. “Traditionele wielerfans zijn niet gewonnen voor de Hammer Series (een innovatief format met een klim-, sprint- en achtervolgingswedstrijd, waarmee in 2017, 2018 en 2019 geëxperimenteerd werd, red.), maar het is misschien wel een deel van de toekomst. Andere sporten hebben zich ook al moeten heruitvinden. Zo zijn er in het skiën nieuwe varianten ontstaan en is er in cricket naast de traditionele en saaie one-day-cricket –dat zoals de naam doet vermoeden ongeveer een dag duurt – ook een kortere versiegeïntroduceerd(Twenty20). Dat lokte meteen veel meer fans naar de stadions. Ik besef dat wielrennen geen makkelijke sport is om te hervormen, maar als je de jeugd wil enthousiasmeren, dan moet er iets veranderen. Het baanwielrennen, dat in 2007 het spectaculaire omnium introduceerde op de wereldkampioenschappen, kan misschien een voorbeeld zijn.”

Ook het algemene model van de wielersport kan een opfrisbeurt gebruiken, gaat Dejonghe verder. “Vergelijk het met de Champions League in het voetbal, die sinds de jaren negentig is meegeëvolueerd met de commerciële zenders. Sindsdien zijn beide sporten alleen maar verder uit elkaar gegroeid. Een oplossing? Het baanwielrennen gaf alvast het goede voorbeeld met de lancering van een Track Champions League. In het wegwielrennen zou de herintroductie van een wereldbekerklassement met de traditionele koersen een goed idee kunnen zijn. Voor eendagswedstrijden zijn compactere parcoursen een extra mogelijkheid, zoals in de Ronde van Vlaanderen. Zo kan je als organisator ook nog iets verdienen aan ticketing. In rittenwedstrijden zou er dan weer wat meer eenvormigheid mogen zijn. Nu worden er prijzen en leiderstruien uitgereikt voor de meest diverse klassementen. Dat is te ingewikkeld. Mensen willen duidelijkheid en herkenbaarheid.”

Dit artikel verscheen eerder in Cycling, nu verkrijgbaar in de winkel, HIER online te bestellen of HIER online te lezen via Blendle. Abonneer je HIER en geniet van onze aantrekkelijke abonnementsformules!