Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Analyse: is wielrennen het nieuwe voetbal? (2)

De Rode Duivels starten straks aan hun WK met de eerste groepsmatch tegen Canada. Een prima gelegenheid om op zoek te gaan naar parallellen en verschillen tussen voetbal en wielrennen. Nadat we het gisteren al over de internationale uitstraling van de koers, tv-gelden en het algemene businessmodel van de wielersport hadden, komen vandaag de ploegbudgetten, het transfersysteem en de ‘war for talent’ aan bod.

In 2021 bedroeg het gemiddelde teambudget in de WorldTour 17 miljoen euro. INEOS Grenadiers topte de lijst met een budget van 50 miljoen euro, UAE Team Emirates was een mooie tweede met 35 miljoen euro. Ter vergelijking: Club Brugge (70 miljoen) en AA Gent (54 miljoen) hebben meer financiële middelen dan de ‘rijkste’ internationale ploegen in het wielrennen. “De stap van de wielersport richting het voetbal is nog niet voor morgen”, beseft ook Yannick Prévost van ISEA Management, het sportmanagementbureau dat de belangen van onder meer Wout van Aert, Oliver Naesen en Victor Campenaerts behartigt. “Maar de wielersport moet wel evolueren naar een model waarin de ploegen minder afhankelijk zijn van sponsors. Als die van de ene op de andere dag de stekker eruit trekken, dan staan er vijftig tot honderdvijftig mensen op straat. Inkomsten uit ticketing? In het veldrijden is dat voor het budget van de organisatie zelfs geen cruciale factor. Als je die inkomsten dan nog zou moeten verdelen onder alle wielerploegen, blijft er helemaal niets over. De sleutel ligt voor een deel bij de tv-gelden. In het voetbal vloeien die door naar de clubs, in het wielrennen niet.”

De koek van de tv-gelden verdelen: het klinkt echter eenvoudiger dan het is. “Het is heel moeilijk om iedereen op één lijn te krijgen”, zucht Prevost. “De oplossing is eigenlijk heel eenvoudig: als ploeg niet aan de start van een wedstrijd verschijnen als je niet in de inkomsten deelt. Maar daar staat dan weer tegenover dat de belangen van de sponsors té groot zijn om zoiets af te dwingen. Dan beland je als team in een heel moeilijke spreidstand (niet starten in de Tour is bijvoorbeeld geen optie, waardoor organisator A.S.O. niet geneigd is om de tv-inkomsten te delen met de deelnemende ploegen, red.).”

Transfers zoals die van Tom Dumoulin naar Jumbo-Visma, waarbij de Nederlander zichzelf vrijkocht bij Team Sunweb (nu Team DSM), zijn in het peloton een zeldzaamheid. Althans voorlopig … (Foto: Kramon)

Georganiseerd transfersysteem

Conclusie? De economische modellen van het wielrennen en het voetbal liggen mijlenver uit elkaar. Ondanks de inspanningen en de positieve tendensen in het peloton, ziet het er niet naar uit dat daar snel verandering in zal komen. Ook het transfersysteem staat op dit moment nog haaks op dat van het voetbal. Een overgang zoals die van Tom Dumoulin naar Jumbo-Visma, waarbij de Nederlander zichzelf vrijkocht bij Team Sunweb (nu Team DSM), is in het peloton een zeldzaamheid. De stemmen om ook in de koers een georganiseerd transfersysteem op poten te zetten, klinken echter steeds luider. Ook Yannick Prévost is gewonnen voor het idee. “Een systeem met transfersommen is nog niet meteen aan de orde”, legt hij uit. “Daarvoor is het financiële model van de ploegen en het wielrennen in het algemeen nog niet sterk genoeg. Er is simpelweg te weinig ruimte om contracten over te kopen. Maar op termijn kan een georganiseerd transfersysteem wel een win-winsituatie creëren.” 

Het begint allemaal bij de opleidingsploegen, geeft Prévost aan: “Mits een verplichte opleidingsvergoeding zullen wielerteams sneller geneigd zijn om te investeren in jonge renners, want dan kunnen ze er ook iets aan verdienen. Nu kunnen die renners gratis weggeplukt worden bij een opleidingsploeg, die geen loon naar werken krijgt voor alle geleverde inspanningen en investeringen.” Het probleem ligt bij de contracten voor jonge renners, pikt Kurt Van de Wouwer in: “In tegenstelling tot voetbalclubs (jonge voetballers kunnen vanaf hun vijftiende een contract tekenen, red.) kunnen wij jeugdige talenten pas in de beloftecategorie een contract aanbieden”, legt de kersverse sportief manager van Lotto Soudal uit. “Bovendien kunnen wij ze volgens de regels van Cycling Vlaanderen slechts voor één jaar vastleggen. Zo zagen we toptalenten als Henri Vandenabeele en Ilan Van Wilder veel te makkelijk vertrekken (beiden naar Team DSM, red.).”

Een opleidingsvergoeding is een goed begin en een uitgebreid transfersysteem moet de volgende stap zijn, vindt Yannick Prévost. Maar dan moet de UCI wel voor een goed juridisch kader zorgen. Renners mogen niet aan handen en voeten gebonden zijn bij ploegen die hen niet willen laten gaan als ze willen vertrekken. We zijn nog steeds voorstander van een vrije markt.” Een goede reglementering moet ook uitwassen zoals in het voetbal onmogelijk maken. Daar zijn makelaars voor hun inkomsten afhankelijk van de commissies die de clubs betalen op een transfer. Het resultaat? Managers die hun spelers jaarlijks elders aanbieden of soms zelfs onder één hoedje spelen met clubs. Het is vaak niet in het voordeel van de speler zelf en het komt het imago van de sport niet ten goede. “We mogen niet evolueren naar hetzelfde systeem”, is Prévost duidelijk. “Het huidige model, waarbij renners hun makelaars uit eigen zak betalen (bijvoorbeeld via een percentage op hun loon, red.), is het meest transparante. Zo is er veel minder ruimte voor wantoestanden.”

Juan Ayuso is een van de vele talentvolle jongeren die in het recente verleden versneld overstapten naar de profs. Met succes, want de 20-jarige Spanjaard werd dit jaar derde in de Vuelta. (Foto: Kramon)

War for talent

In de voetbalwereld vliegen scouts van FC Barcelona, Manchester United of Bayern München al langer de wereld rond. Van nieuwsberichten over vijftienjarige toptalenten die naar het buitenland trekken, kijken we dan ook al lang niet meer op. Komt er in de koers een transfersysteem, dan zal de talentscouting ook daar nog meer aan belang winnen. Helemaal nieuw is het echter niet. De Bask Joxean Matxin stond van 2015 tot 2018 bekend als ‘de eerste wielerscout ter wereld’. Zo woonde hij in opdracht van de Quick-Step-formatie jaarlijks ruim 150 jeugdwedstrijden bij en lokte hij onder meer Fernando Gaviria, Maximilian Schachmann en Rémi Cavagna naar de ploeg van Patrick Lefevere. Dat verschillende toptalenten die hij destijds scoutte (onder meer Tadej Pogacar) nu voor UAE Team Emirates rijden, waar hij teammanager is, hoeft dan ook niet te verbazen – tot frustratie van Lefevere, die een deel van zijn investeringen elders ziet renderen.

Onder impuls van de razendsnelle opmars van de Remco Evenepoels en Cian Uijtdebroeksen van deze wereld is de concurrentiestrijd voor de handtekening van jonge wielertalenten de voorbije jaren steeds groter geworden. “In België valt die ‘war on talent’ nog wel mee”, relativeert Kurt Van de Wouwer. “Al voelen we bij Lotto Soudal wel dat Jumbo-Visma en Team DSM in dezelfde vijver proberen te vissen. Tien jaar geleden volstond het om een professionele structuur en een goed wedstrijdprogramma aan te bieden. Vandaag praten we op die leeftijd al over centen. Het is een kettingreactie omdat de jeugd het vandaag op alle vlakken goed doet. Ik verwacht dat die evolutie zich de komende jaren alleen maar verder zal doorzetten.” Een WorldTour-ploeg die een zestienjarig wielertalent een contract aanbiedt? Het is inmiddels geen utopie meer, want de jonge Spanjaard Marcos Freire (zoon van drievoudig wereldkampioen Oscar Freire) tekende onlangs een contract bij … UAE Team Emirates. Zo wordt wielrennen misschien toch een beetje voetbal. Een heel klein beetje … 

Dit artikel verscheen eerder in Cycling, nu verkrijgbaar in de winkel, HIER online te bestellen of HIER online te lezen via Blendle. Abonneer je HIER en geniet van onze aantrekkelijke abonnementsformules!