Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Analyse: vijf conclusies na de Giro

Gisteren viel het doek over de 105e Ronde van Italië. De hoogtepunten waren de voorbije drieënhalve week al even talrijk als de verrassende wendingen. Een beknopte analyse in vijf conclusies.

Onvoorspelbare Giro krijgt verrassende winnaar

Tot de laatste 3 kilometer van de Passo Fedaia, de symbolische slotklim van deze Giro d’Italia, was het koffiedik kijken wie het pleit zou winnen. INEOS Grenadiers en Bahrain-Victorious gooiden onderweg hun kaarten op tafel, maar uiteindelijk was het BORA – hansgrohe dat zijn masterplan tot in de puntjes uitvoerde en Jai Hindley naar de eindzege loodste. Na een dramatisch 2021 werd de Australiër vooraf hoogstens tot de outsiders gerekend, ondanks zijn tweede plek in de corona-editie van 2020. Hindley is met andere woorden geen eendagsvlieg en trok het laken naar zich toe via solide klimprestaties, inclusief een fraaie ritzege op de Blockhaus.

Nadat Romain Bardet, Simon Yates en Joao Almeida onderweg waren gesneuveld door ziekte of fysieke ongemakken, kwam de voornaamste tegenstand van Richard Carapaz en Mikel Landa, maar ook zij moesten dus in extremis het hoofd buigen in de laatste kilometers bergop. De onverhoopte vierde plaats van veteraan Vincenzo Nibali mag eveneens een verrassing van formaat genoemd worden, net als de achtste stek van de 39-jarige Domenico Pozzovivo. Het typeert deze zeer open en onvoorspelbare Giro, waarin de klassementsrenners erg aan elkaar gewaagd waren.

De highlights van rit 20, waarin Jai Hindley de eindzege veiligstelde (Engelstalig commentaar).

Belgen bewijzen dat koersintelligentie nog steeds loont

“Er wordt opnieuw aan haalbare snelheden gekoerst”, liet Thomas De Gendt optekenen nadat hij het heuvelcriterium in Napels op meesterlijke wijze naar zijn hand had gezet. Lees: de wattages van weleer volstonden weer om mee de forcing te voeren en in de finale een hoofdrol op te eisen. Een ideale voedingsbodem voor de koerservaring en -intelligentie die van De Gendt nog altijd een gereputeerde rittenkaper maken. De ‘Stoomtrein van Semmerzake’ profiteerde optimaal van het feit dat alle ogen gericht waren op Mathieu van der Poel, stuurde ploegmaat Harm Vanhoucke perfect aan en spande de andere medevluchters probleemloos voor zijn kar. Op voorhand zegezeker zijn omdat je weet dat je de snelste van de kopgroep bent: het moet een heerlijk gevoel zijn.

Ook ‘Il Simpatico’ Dries De Bondt legde de nodige koersintelligentie aan de dag toen hij in Treviso naar de overwinning snelde. Samen met zijn medevluchters wiegde hij het peloton in slaap, om vervolgens pas op 50 kilometer van de streep te beginnen versnellen. De sprintersploegen lieten zich verrassen en De Bondt mocht voor de tweede grote zege in zijn carrière sprinten. Dat deed hij voortreffelijk door Affini te gebruiken als lead-out en hem met een ultieme jump achter zich te laten. Kortom: koersen win je anno 2022 nog altijd niet alleen met de benen, maar ook nog met het hoofd. Gelukkig maar …

De highlights van rit 18, met Dries De Bondt als winnaar (Engelstalig commentaar).

Nederland heeft nieuwe klimgeneratie klaar

Met twee ritzeges deden onze landgenoten het prima in ‘de Laars’, maar onze noorderburen fietsten pas echt op een roze wolk. Mathieu van der Poel zette de toon, maar daarna was het toch vooral Koen Bouwman die Nederland in vervoering bracht. Na de dramatische Etnarit redde de 28-jarige springveer eigenhandig de Giro van Jumbo-Visma met twee ritzeges en de blauwe bergtrui. Het leverde hem de toepasselijke eretitel ‘Koen Blauwman’ op.

Ook zijn ploegmaat Gijs Leemreize verdient een pluim. Het 22-jarige toptalent kwam twee keer dicht bij een ritzege en bewees dat hem een mooie toekomst in het rondewerk wacht. Dit laatste geldt evenzeer voor Thymen Arensman, die de Giro begon als meesterknecht van Romain Bardet bij DSM, maar na de opgave van zijn kopman meermaals zijn neus aan het venster stak. Ook hij kwam nipt tekort voor een ritzege, maar imponeerde bergop en werd zowaar tweede in de slottijdrit. Kortom: er is nog leven na Mollema en Dumoulin!

De highlights van rit 19, met Koen Bouwman als winnaar (Engelstalig commentaar).

Mathieu van der Poel verlegt grenzen, maar botst ook op limieten

Al na enkele uren was de Giro van Mathieu van der Poel geslaagd. Een zege in de openingsetappe en de roze trui: van een droomdebuut gesproken! Ook in het verdere verloop van deze Ronde van Italië liet ‘MVDP’ zich vaak in positieve zin opmerken. Zijn tomeloos aanvalswerk dwong respect af, net als zijn ellenlange wheelie in de laatste bergrit. Ondanks zijn smalle conditionele basis weigerde hij over te schakelen op spaarmodus. Van der Poel bood zowel de toeschouwers als de organisatie waar voor hun geld. Grazie mille!

Toch was het zelfs voor ‘La Bruta Bestia’ niet al goud wat blonk in deze Giro. Al te vaak botste hij in zijn quasi dagelijkse queeste naar ritzeges op sterkere of sluwere concurrenten – met Biniam Girmay als nieuwe nemesis op zijn favoriete terrein – en medevluchters die eerst zijn bord wilden leegeten alvorens zelf initiatief te nemen. De voorbije drieënhalve week werd duidelijk dat Van der Poel vooral een puncher met allroundkwaliteiten is en dat zijn potentieel voor het overige dan toch niet helemaal tot in de hemel reikt. Gezien het bescheiden deelnemersveld was dit allicht hét moment om een tijdrit of bergrit te winnen in een grote ronde, maar dat is helaas niet gelukt. De vliegende Hollander lijkt dus toch limieten te hebben, al hoeft dat voor de ‘MVDP’-fans geen drama te zijn. Liever een rittenkaper die spektakel brengt dan een berekende klassementsrenner die geen inspanning te veel wil leveren.

Mathieu van der Poel amuseerde zich kostelijk in zijn eerste Giro.

Deze grote ronde verdient een sterker deelnemersveld

Niet enkel de renners maken de koers. Ook de parcoursbouwer kan zijn duit in het zakje doen en deed dat dit jaar voortreffelijk. Dat er vaak een strijd op twee fronten werd uitgevochten (in tien van de 21 ritten was een aanvaller aan het feest!) en dat het uiteindelijk een pittige heuvelrit was die het meest gedenkwaardige vuurwerk tussen de favorieten opleverde (etappe 14 met aankomst in Turijn) bewijst het gelijk van organisator RCS Sport.

De afwezigen hadden dan weer ongelijk, maar toch konden we ons niet van de indruk ontdoen dat er nog meer spektakel mogelijk was met klassementsrenners van het allerhoogste niveau (genre Pogacar en Roglic). Op enkele ex-winnaars en bijzondere blikvangers als Mathieu van der Poel en Biniam Girmay na was het deelnemersveld niet indrukwekkend, hoewel de Giro qua parcours en spankracht vaak de meest aantrekkelijke van de drie grote rondes is. Door de complexe combinatie met de Tour is de Ronde van Italië vaak veroordeeld tot een ondergeschikte rol. Een tragisch lot dat deze prachtwedstrijd niet verdient. Volgend jaar Pogacar versus Evenepoel in de Giro? Wij zouden er nu al voor tekenen!