Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Bandenkeuze: vleermuis of neushoorn?

Wie al eens met de crossfiets of MTB op sneeuw- en ijsvlaktes heeft gereden, weet dat de bandenkeuze cruciaal is. Dat geldt ook voor de veldrijders nu zondag op het WK in Tabor. Sven Vanthourenhout geeft enkele tips.






Sven Vanthourenhout, specialist op sneeuw en ijs. (foto belga)
Bondscoach Rudy De Bie had geen plaats voor Sven Vanthourenhout in de Belgische WK-selectie. Nochtans staat de West-Vlaming bekend als een specialist voor omlopen op sneeuw en ijs, zoals die van Tabor. Wij doen wel een beroep op Vanthourenhout en vroegen hem voor welke keuzes de WK-deelnemers zondag op materiaalvlak staan.

“Er zijn drie belangrijke bandenfabrikanten in het crossmilieu: Dugast, Tufo en Challenge. 90 procent van de renners kiest voor Dugast, zeker de toppers”, aldus Vanthourenhout, die zelf ook met Dugast rijdt.”
 
“Vervolgens komt het erop aan het gepaste bandenprofiel, de gewenste bandbreedte en de ideale bandenspanning te bepalen. Maar hét ideale bandentype, de ideale combinatie voor sneeuw en ijs bestaat niet. Dat hangt af van het gevoel van de renner.”

HET PROFIEL

“Dugast heeft drie profielen: pipistrello (Italiaans voor vleermuis, nvdr), grifo (griffioen) en rhino (neushoorn). De pipistrello’s hebben quasi geen profiel. Je kan het vergelijken met de slicks in de Formule 1. Het profiel bestaat uit heel kleine diamantvormpjes. Grifo is een allroundprofiel. In 80 procent van de crossen wordt daarop gereden. Rhino is een heel grof, zwaar profiel. Ideaal voor in de modder en voor technische parcoursen waar je veel schuift.”





Sven Vanthourenhout: ‘De sneeuw en het ijs van Tabor hebben weinig invloed op de profielkeuze.’
“De sneeuw en het ijs van Tabor hebben weinig invloed op de profielkeuze”, verrast Vanthourenhout. “Als het schuift, dan schuift het. Op hard bevroren ondergronden heb je sowieso weinig grip. Vele renners voelen zich goed bij een bepaalde tube en hebben de profielkeuze nu al in hun hoofd, ook al hebben ze het parcours nog niet verkend. Die parcoursverkenning zal doorgaans weinig veranderen aan de profielkeuze.”

“Zondag zullen we dan ook de drie verschillende profielen zien opduiken. Ik ben er zo goed als zeker van dat Albert voor rhino’s kiest. Daar voelt hij zich het best mee. Nys en Stybar kiezen waarschijnlijk voor pipistrello, nog anderen voor grifo.”

DE BREEDTE

De bandbreedte dan. “35 millimeter is de maximumbreedte volgens het UCI-reglement“, weet Vanthourenhout. “Ook hier zijn er drie courante opties voor de renners: 30 millimeter, 32 millimeter of 34 millimeter. De keuze van de breedte is belangrijker dan dat van het profiel. Zondag wordt het 32 of 34 millimeter. Ik denk dat Nys voor 34 zal kiezen en Albert en Stybar voor 32.”

“Bij 34 heb je een – vind ik – comfortabeler gevoel. Keerzijde van de medaille is dat je meer weerstand ondervindt op het asfalt dan bij 32 millimeter. Dat kan uiteraard een nadeel zijn in de sprint. Stybar is snel aan de meet en speculeert dus mogelijk op een sprint en daarom denk ik dat hij voor 32 millimeter zal opteren. Nadeel van de 32 is dat je in het veld de schokken minder goed kan opvangen.”

DE SPANNING





Sven Vanthourenhout: ‘De allerbelangrijkste keuze die gemaakt moet worden is die van de bandenspanning.’
“De allerbelangrijkste keuze die gemaakt moet worden is die van de bandenspanning. Via de bandenspanning moet je proberen een beetje weerstand te creëren op het ijs. Hoe lager de spanning, hoe minder kans op schuiven. Het hangt ook af van je gewicht. De banden van iemand die meer dan 70 kilogram weegt, zullen harder staan dan die van iemand van 65 kilogram.”

“De bandenspanning zal zondag tussen de 1,6 en 2 kilogram (bar) liggen. Nys kiest waarschijnlijk voor de laagste spanning. Ik durf gokken op 1,6 à 1,7 kilogram. Albert rijdt waarschijnlijk met de hardst opgepompte banden – 1,9 mogelijk – en Stybar ergens tussenin. 1,8 laat ons zeggen.”

VERANDEREN?

“Al die keuzes zijn niet onherroepelijk. Als het vlak voor de cross plots begint te dooien, kan er meteen een band met een ander profiel of een andere breedte gemonteerd worden of kan de bandenspanning aangepast worden. Ook tijdens de cross kan er gewisseld worden. De renners roepen dan naar hun mecaniciens wat er moet veranderen. Alle materiaal is voorhanden in de materiaalposten.”

“Maar ik denk niet dat het zondag een materiaalslag zal worden. Uiteindelijk zal blijken dat de wereldkampioen niet gewisseld heeft tijdens de cross”, voorspelt Vanthourenhout.