Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Bevoorrading door de jaren heen

In het tijdperk voor de energierepen en sportdrank zochten de renners hun heil in krachtvoer gaande van liters melk tot kilo's suiker. Het nieuwe boek 'Bevoorrading' geeft een mooi overzicht.

Veranderde eetpatronen hebben uiteraard te maken met veranderde koersen. Zo was er vroeger Bordeaux-Parijs over 552 kilometer en zo’n afstand vergt uiteraard de nodige brandstof om de meet te halen. In de editie van ’59 zou Noël Foré 15 kg eetwaar verslonden hebben, waaronder 1 kg appelen, 3 kg sinaasappelen, enkele citroenen, 1 kg gedroogde pruimen, een paar ananassen, 0,5 kg rozijnen, 0,5 kg bananen, drie kippen, 0,5 kg gehakt vlees, 0,5 kg gruyèrekaas, een pot jam, verse fruittaartjes en 1 kg rijst eten om dat alles door te spoelen met zes bidons thee, zes bidons citroenwater en vijf flessen Vichywater.

Briek Schotte hield het bij een stevige boterham. Zo zou hij in de Tour vier broden op twee dagen hebben gegeten en op het WK in Valkenburg ’48 peuzelt hij tien dikke sneden rozijnenbrood op. Later zouden de taartjes doorbreken in het peloton. Enorm populair zijn vandaag nog de ‘Boontjes’ – genoemd naar Tom Boonen – van bakker Jan Dierickx Visschers-Verbrugghe in het West-Vlaamse Bosmolens. Een hard koekje met gedroogde vruchten dat kort afgebakken wordt om de vitamines van de vruchten te bewaren.

EIEREN EN SUIKER

Alfredo Binda zocht vroeger zijn heil in eieren. De Italiaanse drievoudige wereldkampioen zou tijdens Milaan-Sanremo eens 32 stuks hebben verorberd. Jean Bogaerts, de allereerste winnaar van de Omloop Het Volk in ’45 deed dan weer twintig eierdooiers, een scheut cognac en bruine suiker in zijn bidon. Raymond Impanis startte in de Tour met vijftig extra suikerklontjes in de achterzak, Emile Masson besprenkelde veertig stuks met cognac en Roger Decock speelde tijdens de Ronde van Zweden in ’47 in zes dagen tijd liefst vier kilo suiker naar binnen.

Een frietje na de wedstrijd, zoals Stijn Devolder deed na een belangrijke overwinning, kunnen we nog begrijpen. Michel Pollentier at zelfs een handvol frieten tijdens het BK in ’77 nadat hij een pak uit de handen van de mecanicien had gegrist … en won vervolgens de wedstrijd.

ALCOHOL

Een fles champagne is eveneens gebruikelijk ná de koers. Freddy Maertens goot de met suiker verrijkte godendrank in zijn bidon tijdens de wedstrijd. Germain Derycke verzette soms tot tien Rodenbachs in één wedstrijd. Lucien Buysse hield het ter recuperatie dan weer bij melk, liters melk.

Renners zijn ook vandaag de dag nog onlosmakelijk verbonden met koffie. In het begin van de vorige eeuw reden de Amerikaanse pistiers hun zesdaagsen op American Coffee, een mix van grote hoeveelheden cafeïne, strychnine en cocaïne. In de jaren ’30 zou in onze contreien met ‘zwarte pulle’ een variant verschijnen.

EXPO

Met de lancering van het boek opent in het Wielermuseum Roeselare ook een gelijknamige tijdelijke expo. In het wielercafé kan je onder andere proeven van de huidige sportvoeding en met eigen ogen zien wat een Tourrenner op één dag eet.

‘Bevoorrading. Verhalen uit de buik van het peloton’ is een boek van Dries de Zaeytijd en Thomas Ameye. Het wordt uitgegeven door Lannoo, telt 176 blz en kost 24,99 euro.