Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Biken in het land van Djengis Khan (deel 2)

Cycling.be medewerker Roel van Schalen reed begin augustus de Mongolia Bike Challenge, een tiendaagse mtb-wedstrijd door het barse landschap van Mongolië. Lees deel twee van zijn avonturen!






foto roel van schalen
In de vierde etappe reed ik het eerste uur mee in de kopgroep, tot ik een bidon verloor op een wasbord. Ik ging hem oppikken – ze zijn schaars – en de laatste drie uur reed ik alleen. Prima zo. Af en toe versnellen, proberen die stip aan de horizon in te halen, maar als dat na 5 horizonnen niet lijkt te lukken, dan lekker weer op het gemakje.

Gelukkig was er na de etappe tijd om te genieten. Ik wandelde naar de ger op 400 meter van het kamp om eens rond te kijken. Meteen kreeg de bekende gastvrijheid der Mongolen vorm en mocht ik van een stuk geitenkaas proeven. Een parmezaanachtige structuur met een zure nasmaak. Onvoorstelbaar voor ons hoe mensen op zo’n uitgestrekte vlakte, midden in de schroeiende zon of in de voortjagende stormwind of in de heftige regenval kunnen overleven. Waar halen ze water vandaan, wat eten ze behalve geitenvlees, geitenmelk, geitenkaas…

De start van rit vijf was vrij rustig, mee in de kopgroep van de gebruikelijke 15 man. Op zeker moment koos een Australiër de aanval, en hij nam 2 man mee. Een Canadees maakte ook de sprong en zijn ploegmaten stopten af. Ik bleef zitten, getrouw mijn strategie om de MBC uit te rijden in goede gezondheid, zonder aspiraties met betrekking tot het wedstrijdverloop. Maar toen het tempo later tot toeristentempo stokte, wou ik toch liever alleen zijn. Dus: demarreren. Iedereen op het wiel, ook na de derde poging. It made me mad. Ik zou wel even laten zien wat ik kon en op een klimmetje reed ik weg van de klassementsmannen. Het was nog 40 km. 30 km daarvan gingen prima, ik nam veel afstand. Tot de honger aanklopte en het laatste stuk tot een hel maakte. Ik werd vijfde, maar wel ten koste van een zitvlak dat nu open ligt en spieren die als spaghetti aanvoelen. Morgen de koninginnerit. Ik heb mezelf beloofd dat ik me koest houd.

De zesde rit stelde op papier en 6600 kilometer hiervandaan (afstand Mongolië – België) misschien niet veel voor, akkoord. Maar zou je zien hoe de paden er hier bij liggen, of beter nog, zou je er zelf een toertochtje van 40 km over maken, dan piep je wel anders. Ik heb het al beschreven: strandzandachtig grind, pokdalig graslandschap, puntige rotsstenen, gravel, gebarsten keiharde zandsteen. Met een fullsuspension zou je goed af zijn, lijkt het, maar het nadeel daarvan is dat de demper het hier niet houdt, in de droogte en door het zand. Op asfalt klim je in gestaag tempo, is er een gelijkmatige cadans, is de helling meestal geleidelijk. Hier is de ondergrond just killing. Staan, zitten, versnellen, stilvallen. Man man man.







Vrijdag lees je hier alles over etappe 7-9.