Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Cav’s renaissance

Het floept er plotseling uit. Als Mark Cavendish huilend na afloop van Gent-Wevelgem de pers te woord staat, zegt hij het ineens. Misschien kapt hij er wel gewoon mee. Na jaren vol blessures en vooral weinig resultaten is dat misschien wel het beste. De topsprinter van weleer is zoveel van zijn flair en koerslust verloren, dat het niet meer lijkt te gaan. Een kwestie van tijd zo lijkt het, voor hij zijn wielerpensioen aan gaat kondigen. Het is dan oktober 2020.

Hoe anders is de wereld voor de Britse sprinter negen maanden later. In de schitterende, middeleeuwse straten van Carcassonne is Cavendish al voor de vierde maal het goudhaantje van de Tourkaravaan. De gebalde vuist en de meters brede glimlach, ze zijn er weer. Zodoende schrijft de Britse sprintbom daarmee verder aan zijn eigen, wonderbaarlijke renaissanceverhaal. Maar bovenal schreef hij zichzelf richting de meest gelezen topkronieken van de Tourhistorie.

Er zijn weinig records in de wielrennerij die zó vaak zijn aangehaald als dat van veelvraat Eddy Merckx. De 34 etappezeges, behaald in zeven Tours, stonden er al zó lang, dat decennialang niet getwijfeld werd aan de houdbaarheid van deze karrevracht aan overwinningen. Het record leek tijdloos en onaantastbaar. Uiteindelijk was er toch één renner die het getal 34 in zicht kreeg. Mark Cavendish, de sprintmachine van Man. Hij was de enige die de magische mijlpaal van De Kannibaal kon bedreigen.

De Tour de France kent van die typische dagen. Die dagen dat er niets gebeurt tot aan de massasprint. Die dagen naar Chateauroux of Valence. Die dagen waren het jachtterrein voor Mark Cavendish. Toen The Manx Missile in 2008 voor het eerst een etappezege boekte, wist nog niemand van de overmacht die om de hoek stond te wachten. Vier, vijf of zes ritoverwinningen. In juli stonden ieder jaar de telramen weer klaar. Op hoeveel zou Cav dit jaar eindigen? Kan hij Merckx ooit achterhalen? Iedere zomer waren het brandende vragen.

Maar het leven nam een andere wending. De klad kwam erin. Mannen als Marcel Kittel en André Greipel maakten iedere sprint spannend. Het telraam bereikte een plateau, een plateau waarop de buit en de glorie met andere gedeeld moest worden. Hierdoor oogde de Britse sprinter steeds gefrustreerder en arroganter. Een kwak hier, een klap daar. Hij was toch de beste? Cavendish werd een tijdbom in het peloton, die ook regelmatig andermans ambities tot ontploffing bracht. Zijn charmes verbleekten. En het ging van kwaad tot erger.

Cavendish kelderde op de wielerladder. De zegeteller stopte abrupt. Hij werd vergeten, tekende contracten om in de luwte te rijden, boekte meer dan duizend dagen geen zege en huilde. Huilde zelfs zo hard dat hij de wereld tijdens de bewuste Gent-Wevelgem meedeelde er mee te willen stoppen. Daarmee leek het jongensboek dicht. Tot dit jaar. Patrick Lefevere nam hem terug in de armen en bood hem een kans. Een kans die Cavendish als sportman en als mens zichtbaar heeft veranderd. Arrogantie heeft plaatsgemaakt voor dankbaarheid.

Ineens begon alles mee te zitten. Sam Bennett werd niet opgenomen in de selectie voor de Tour. Zo blij als een kind was Cavendish toen hij hoorde als vervanger mee te mogen. De organisatie koos voor een klassiek Tourparcours met veel vlakke ritten. Ritten op warme zomerdagen, met één hoogtepunt: de sprint. In plekken als Chateauroux en Valence. Concurrenten elimineerden zichzelf of gaven niet thuis. En omdat de Brit zelf dit jaar ook weer kon winnen, stonden alle startseinen op groen. Dit kon weleens een Tour vol Cavendishdagen worden. En dus kwam ook dat getal weer in beeld. Het getal 34.

De tijd was rijp in geschiedenisstad Carcassonne. In de bloedhitte van Zuid-Frankrijk zet Cavendish de kroon op zijn werk. De evenaring van het legendarische record werd werkelijkheid. Eddy heeft een evenknie. De overheersing van Cavendish doet de Tour ouderwets ogen. De overtuigende overmeestering van de weg, de finishlijn en zijn concurrenten. Hij is voor het eerst sinds 2016 weer de heerser van de sprintetappes. Op maar liefst 36-jarige leeftijd is de glorie weer alleen voor hem. Alsof de jaren hebben stilgestaan.

Maar toch is bijna alles anders dan vroeger. Vroeger was er de degelijke tevredenheid na een haast vanzelfsprekende zege. Nu is er plaats voor knuffels en tranen. De arrogantie is ingeruild voor de omarming van ieder geluksmoment. Voor tranen bij het halen van de tijdslimiet in een bergetappe. Cavendish fleurt op in het collectief van Deceuninck – Quick-Step. Hij is er verworden tot een groepsmens, vol bewondering voor het werk van wereldkampioen Julian Alaphilippe en dankbaarheid voor luitenant Michael Morkov. Het enige wat nog hetzelfde is, is die gebalde vuist, die meters brede glimlach en de ritzeges. Het zijn de schaarse traditionele elementen in Cav’s renaissance en dat maakt het tevens zo bijzonder.

Mark Cavendish was vroeger geobsedeerd door de hoogste trede op de apenrots. Hij kon en mocht er niet vanaf vallen. Toen hij zelf een verliezer werd is er iets in hem veranderd. Nu hij op het minst verwachte moment terugkeert op het hoogste niveau, is die verandering. Cav is nu een knuffelbeer. Niemand misgunt hem de glorie in deze Tour. Niemand misgunt hem de bijzondere evenaring van het record van Eddy Merckx, hét symbool voor zijn opmerkelijke wederopstanding.

Zo ontspint zich in de Tour een nieuw verleden van een superkampioen. Mark Cavendish is de betere versie van zijn oude zelf. Alles is nu anders, behalve die gebalde vuist en die meters brede glimlach. 10 juli 2021 is voor altijd de dag van de renaissance van The Manx Missile in Carcassonne.