Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

De eerste Vuelta-etappes in Galicië verkend

Twee derde van de Vuelta wordt afgelegd in España Verde, het groene Spanje, aan de Atlantische noordkust van het Iberisch schiereiland. Cycling.be magazine verkende Galicië en de zware slotklim (tot 30%!) van de etappe van maandag, naar Mirador de Ezaro.

Dit noorden van Spanje is opvallend groener dan regio’s aan bijvoorbeeld de Costa Blanca. Dat komt doordat de Atlantische kust een stuk woeliger is dan de Middellandse Zee en vooral ook weleens regen van over de oceaan aanvoert. Regen en zon maken weelderig groen. Een bloemetje links en rechts is toch aangenamer fietsen dan tussen stof en steen.

Vandaag laat het weer zich van zijn rustige kant zien. Ik volg de kustlijn langs de baai van Muros naar het zuiden van het schiereiland. De route tot Carnota is vrij vlak, de kust grillig met prachtige baaien met blauw water. Dit is Galicië op z’n best. Het is dat beeld dat de Vuelta de eerste week ook overvloedig zal tonen. De eerste zes ritten trekken door de regio, met ook veel passages langs de kust. Zoals in Carnota. Het peloton zal de AC550 langs de kust volgen tot Ezaro. Dat is een slaperige badplaats waar in de zomer de dorpskinderen op het strand rondhangen, hún speeltuin waar de ouders hen komen terugroepen voor het middageten. Renners kennen Ezaro echter als de voet van de klim naar de Mirador de Ezaro, een uitzichtpunt dat ook al in 2012 aangedaan werd en tijdens de derde etappe van dit jaar – op maandag 22 augustus – ook weer van de partij zal zijn. Straks wil ook ik erop. Maar eerst rij ik nog 25 kilometer verder langs de kustweg naar Finisterre. Daar ligt de kaap waar ook de Camino eindigt, de pelgrimsweg naar Santiago de Compostella. Bedevaarders hebben immers de gewoonte om vanuit Compostella nog honderd kilometer door te stappen tot de oceaan.

OP BEDEVAART

Ik weet dat het wat halfslachtig is: enkel de laatste 25 kilometer fietsen van een route waarvan anderen tweeduizend kilometer stappen. Ik bén ook de enige op een koersfiets. Naarmate ik Cabo Finisterre nader, neemt ook het aantal stappers toe – stevig tempo, dikke kuiten – en nu en dan ook bepakte vakantiefietsers. Toch word ik, de zondagspelgrim, niet meewarig bekeken. Op de Cabo Finisterre – letterlijk het einde van de wereld – valt dat einde best mee. Een vuurtoren op een rots die afloopt in de oceaan. Geen zuchtje wind staat er. Wanneer ik vertrek, komt er een mountainbiker aangetrapt. Flavio is een Braziliaan en fietste de Camino: in acht dagen van Saint-Jean-Pied-de-Port, aan de voet van de Franse Pyreneeën, tot aan de kaap. Ik maak de laatste meters van zijn tocht live mee. “Hoewel de route met een mountainbike best af te leggen valt, heb ik onderweg maar vijf mountainbikers ontmoet. Voor de rest alleen wandelaars. Maar er is plaats genoeg voor iedereen. In de bergen van de Picos de Europa fietste ik uren alleen,” zegt hij. De man is half euforisch en beleefde duidelijk een prachtige fietservaring die ze in Brazilië in kleuren en geuren zullen moeten aanhoren. In het dorp Finisterra – twee kilometer landinwaarts – nestel ik me tussen de bedevaarders op een terras voor een salade met zeevruchten. Het zou me nog afgaan, dat bedevaren.

Daarna moet ik de 25 kilometer naar Ezaro terug. Er loopt immers maar één weg, langs de kust. Wanneer ik opnieuw langs het strand van Ezaro passeer, komen de moeders – na hun siësta – de kinderen weer huiswaarts roepen, deze keer voor het avondeten. Het is immers al laat, maar dat deert me niet. De klim naar de Mirador staat geboekstaafd als een van de zwaarste ooit in de Vuelta. Het is nog steeds erg warm, dus ik begin er liever niet aan op het heetst van de dag. Aan de voet waarschuwt een bord voor een stijgingspercentage van 30%. Dat is wel héél steil. Een gemiddelde van 19,5% is ook nooit gezien, maar gelukkig duurt de helletocht maar 1.850 meter. Die afstand is vergelijkbaar met de Muur van Hoei. Maar die lastige helling aan de Maas stijgt tegen een gemiddelde van maar 11%. Wie ooit Hoei beklom en er in het rood terechtkwam (wie niet?), kan zich dus inbeelden wat die Mirador de Ezaro wel in petto moet hebben. Of net niet …

GEBALDE VUIST



Voorbij het bord stijgt de weg meteen tegen het gemiddelde van 11%. Dat blijft zo de eerste zeshonderd meter. Wow, al één derde weggefietst en tot nu toe lijkt het al bij al nog onder controle. Het is harken, maar het lukt wel. Maar dan volgen twee slingerbochten en verdwijnt de aanduiding van de hellingsgraad op mijn fietscomputer – iets wat hij altijd doet als het onmenselijk steil wordt. Nog ongemakkelijker begin ik me te voelen als ik zie dat het vlekkeloze asfalt plots plaatsmaakt voor geribbeld beton. Omdat de auto’s (gelukkig rijdt er amper verkeer) niet achteruit zouden bollen? Geen twijfel mogelijk: hier volgt de strook van 30%.

Kijk, nooit of te nimmer zou ik afstappen, heb ik me jaren geleden voorgehouden. Dat adagium heb ik de afgelopen jaren in de Pyreneeën, Alpen en Dolomieten kunnen naleven. Maar hier, in die verschrikkelijk Z-bocht in Ezaro bekruipt mij voor het eerst het idee dat ik beter afstap. Het zweet gutst van mijn kin op mijn kader. De aders in mijn slapen bonzen. Mijn hart lijkt uit mijn vege lijf te willen springen. Maar dan komt die ene auto net stapvoets naar beneden gereden. De chauffeur, raampje open, gebalde vuist naar buiten en een oerkreet slakend, schreeuwt mij vol bewondering (of was het medelijden, het licht was al uit) naar boven. Zo overleef ik toch de twee stroken van telkens tweehonderd meter tegen 30%. Boven leg ik me in de kant en laat ik mijn lichaam weer op krachten komen. Pas dan besef ik dat ik geen drank meer heb. Ach, de uitputting is nu toch onherroepelijk. Aan de andere zijde wacht gelukkig nog een afdaling. Naar Muros en een frisse duik in de zee. O ja, Mirador betekent dat niet ‘prachtig uitzichtpunt’? Dat bedenk ik pas wanneer de rit gerond is en ook mijn hersenen weer bij hun positieven lijken. Vergeten te kijken daar boven. Ik zal nog een keer terug moeten…

Lees het volledige artikel in het augustusnummer van cycling.be magazine, nu in de winkel! Of lees het HIER online via Blendle.