Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

De hellingen van Climbing for Life

Op 3 september zullen 2.500 landgenoten tijdens Climbing for Life de Col du Galibier beklimmen. Cyclo Sprint ging de Alpenreus al verkennen. Lees het volledige verslag uit het magazine!






foto gunter hauspie
Met twee beklimmingen tijdens de Tour de France en één tijdens Climbing for Life is de Col du Galibier dé bergpas waar het voor wielerliefhebbers deze zomer allemaal rond draait. De 100ste verjaardag van de eerste beklimming van deze col in de Tour zal niet onopgemerkt voorbijgaan.

Geen enkele Alpenpas werd in de Tour vaker beklommen dan de Galibier. Wie vandaag vanuit de vallei van de Maurienne naar de eenzame pashoogte klimt, doet dat nog altijd via hetzelfde traject als de renners in 1911. Op het geasfalteerde wegdek na is er, eens voorbij Valloire, weinig veranderd aan de weg en de omgeving. Op de Galibier heb je als wielertoerist afspraak met de geschiedenis.

De klassieke beklimming van de Galibier is die via de noordelijke flank. De voet ligt dan in het vakantiestadje Valloire. In de praktijk nemen wielertoeristen – en zeker de renners in de Tour – langs deze zijde bijna altijd eerst de Col du Télégraphe mee. In plaats van de Galibier kan je na de Télégraphe ook voor de Col de Valmeinier kiezen. En voor wie er echt niet genoeg van kan krijgen is er ook de zuidelijke beklimming van de Galibier nog mogelijk. In totaal heb je dus de keuze uit vier beklimmingen.

COL DU TÉLÉGRAPHE

Om de Col du Télégraphe te beklimmen, vertrek je vanuit Saint-Michel-de-Maurienne. Kies je daar de D902 naar Valloire en de Galibier, dan begint die weg meteen flink te klimmen naar de top, goed elf kilometer verder.

Vooral de eerste kilometers zijn heftig, met lange stroken van meer dan 8%. In het tweede deel wordt hij iets minder steil, maar ook onregelmatiger. Dat stokt het ritme. De top op 1.566 meter, met zijn bos van telecommunicatiemasten, komt dan al in zicht. Deze klim moet je zonder kleerscheuren overleven, zeker als je de ambitie hebt om nog een krachtmeting met de Galibier aan te gaan.



GALIBIER NOORD







Op de top van de Galibier bevind je je op 2.645 meter hoogte. (foto gunter hauspie)
Vanaf de top van de Télégraphe daalt de weg eerst vier kilometer, tot je Valloire binnenrijdt. Even de Valloirette oversteken en dan begint de eindeloze klim naar de Col du Galibier, achttien kilometer verder…

Vanaf Valloire kun je de klim in twee stroken opdelen. De eerste tien kilometer vallen nog mee, zonder veel bochtenwerk door een breed trechterdal. Er zijn wel enkele zwaardere stukken, zoals de strook vóór het gehucht Bonnenuit. Daar krijg je ook de eerste vier van zeventien haarspeldbochten voorgeschoteld. Verderop wordt de natuur steeds indrukwekkender. In de alpenweiden grazen ’s zomers schapenkuddes. Hogerop gaat het gras over in rots, waarop nog flarden sneeuw liggen. Een gletsjer verraadt dat je nu echt de onherbergzame wereld van het hooggebergte betreedt.

Pas écht steil wordt het in het tweede deel, vanaf Plan Lachat. Dat is niet meer dan een brugje waar de D902 een scherpe bocht naar rechts maakt. De top ligt nog acht kilometer verder. Hier begin je aan de haarspeldbochten. Een haarspeldbocht moet je wantrouwen: meestal gaat het er erg steil aan toe. Gelukkig is het in de buitenbocht altijd een stuk doenbaarder. Dat komt hier wel van pas. Je bent nu de mythische grens van tweeduizend meter voorbij. De lucht wordt ijl. Dat betekent: minder zuurstof, sneller vermoeid, en bij sommige klimmers ook duizeligheid in het hoofd.

Twee kilometer voorbij Plan Lachat ligt Les Granges, een zomerboerderij waar kaas verkocht wordt. De weg trekt er weer een recht lint door een omgeving die steeds meer op een maanlandschap begint te lijken. Heel vaak waait hier een strakke wind: ofwel koude rugwind ofwel warme kopwind. Wat verkies je?

De laatste twee kilometers. De zwaarste van de dag. Verschroeiend steil, zonder een moment van rust. Je fietst er een ander seizoen binnen – elke honderd hoogtemeters neemt de temperatuur met een graad af. Bij de tunnel begrijp je waarom reizigers aanvankelijk niet tot de top gestuurd werden. Plots fiets je tussen muren van sneeuw, zelfs in de zomer. Je spieren verkrampen van de koude en de D902 lijkt meer op een muur dan op een weg. Smeltwater en steengruis teisteren het wegdek. Elk seizoen lijkt hier op de winter. De laatste kilometer is eindeloos. Maar geen haar op je hoofd denkt eraan om nu op te geven. De top voelt aan als de ultieme verlossing.



GALIBIER ZUID







De Souvenir Henri Desgrange. (foto gunter hauspie)
De zuidelijke flank van de Galibier wordt minder vaak beklommen, al zijn de acht ultieme kilometers, vanaf de Col du Lautaret, even indrukwekkend als de noordzijde. Het nadeel van de zuidelijke klim is de zeer lange aanloop over een grote doorgangsweg, de D1091. Ofwel vertrek je in Bourg-d’Oisans en beklim je de Lautaret vanaf de westzijde; ofwel vertrek je hoger in Briançon en klim je langs de oostelijke flank. Op beide routes heerst er druk verkeer – auto’s én vrachtwagens – al valt dat hoger op de col wel mee. Het wegdek is gelukkig breed en lichtlopend. Erg steil wordt het nooit, zodat beide flanken een loper genoemd mogen worden. Tegen een vast en fluks tempo peddel je naar boven.

Dat beeld verandert volledig vanaf de Col du Lautaret (2.058 m), waar de afslag naar de Galibier ligt. De slagboom blijft tot laat in de lente gesloten. (De Lautaret zélf is normaal het hele jaar open.) De acht kilometer tot de top stijgen tegen gemiddeld zeven procent. Dat is iets minder zwaar dan de finale langs de andere zijde, maar je kunt het geen loper meer noemen. Dit is eerder een kruiper. In plaats van auto’s kruis je nu vooral koeien en schapen. Kijk regelmatig eens om, want je hebt hier een prachtig panorama over de besneeuwde pieken van het Parc des Ecrins.

Aan deze kant staat één kilometer voor de tunnelmond een nogal plomp monument: de Souvenir Henri Desgrange. Het herinnert sinds 1949 aan de stichter van de Tour de France. Tijdens de Tour ontvangt de renner die er als eerste passeert een premie. Toen de weg nog door de tunnel ging, lag hier het hoogste punt van de pas, op 2.556 meter. Maar vandaag moeten de fietsers dus helemaal tot boven. Hetzelfde verhaal als langs de noordzijde: koude en wind geselen je lichaam, het wegdek is slecht en de hellingsgraad erg steil, met een finale kilometer van tien procent. Alleen het feit dat hier ’s middags de zon vanuit het zuiden op de flank schijnt, maakt het klimmen iets milder. Voor zover het een zonnige dag is, natuurlijk. En ‘mild’ is trouwens een woord dat je op de Galibier niet zo gauw in de mond neemt. Zelfs al bereik je zonder kleerscheuren de top – en natuurlijk doe je dat! – dan nog maakt zo’n exploot een mens trots en tegelijk bescheiden.



COL DE VALMEINIER

Om de Col de Valmeinier te beklimmen neem je in de afdaling van de Télégraphe na drie kilometer rechts de afslag naar Valmeinier 1800. Het is dan nog zeven kilometer klimmen naar dit skigebied, maar iets minder steil dan de Télégraphe zelf.



TOERTOCHT BEAU-PLAN

Wie na Climbing for Life op zaterdag nog genoeg jus in de benen heeft, kan zondag deelnemen aan de recreatieve toertocht “Beau-Plan” van ongeveer 65 km. Vanuit Valloire of Valmeinier passeer je langs Saint-Michel-de-Maurienne en rij je drie kilometer langs de D1006 tot de afslag naar Saint-Martin-de-la-Porte. Hier blijf je de D219 volgen – via Beaune – tot de top van de Col de Beau Plan, goed voor een klim van ruim tien kilometer, afwisselend en niet zo zwaar. Op de top heb je bij helder weer een prachtig panorama. De afdaling is bochtig en smal, maar niet waanzinnig steil.











Lees meer in Cyclo Sprint
Dit artikel verscheen in de Cyclo Sprint van juni. In de eerstvolgende editie, die vanaf dinsdag 28 juni in de winkel ligt, lees je onder ander de strafste verhalen uit 100 jaar Galibier. In de Tour Special kom je bovendien meer te weten over het parcours dat de profs zullen afleggen, inclusief commentaar van Lucien van Impe op de bergetappes.