Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Analyse: de Tour de France Femmes in 3 conclusies

Het was afwachten of het concept zou aanslaan bij pers en publiek, maar de eerste Tour de France Femmes bleek een schot in de roos. Een zoveelste mijlpaal op korte tijd voor het vrouwenwielrennen, dat volop in ontwikkeling is en alleen maar populairder wordt. Een analyse in drie conclusies: wat was goed, wat kan beter en wat betekent dit voor de verdere evolutie van de sport?

Het niveau is hoog, maar de top (te) smal

Met Annemiek van Vleuten kreeg de eerste Tour de France Femmes een gedroomde winnares. Ondanks spijsverteringsproblemen in de eerste dagen stoomde de beste renster ter wereld soeverein naar de eindzege in de Vogezen. Demi Vollering toonde zich ‘best of the rest’ en veroverde met de bolletjestrui een meer dan aardige troostprijs. Dat hun niveau erg hoog lag, zal niemand betwisten en blijkt ook uit de Strava-cijfers. Maar dat dit dezelfde rensters zijn die begin dit jaar voor de zege sprintten in de Omloop Het Nieuwsblad, toont wel aan dat de top op dit moment nog steeds behoorlijk smal is en dat de niveauverschillen in het vrouwenpeloton momenteel (te) groot zijn. De overige ‘favorieten’ volgden op 6 minuten en meer. De tijdsverschillen in de bergritten van afgelopen weekend spraken boekdelen, net als het ietwat behoudende koersgedrag. Sterke teams als SD Worx, Trek-Segafredo en Canyon-SRAM konden hun collectieve sterkte te weinig uitbuiten, hoewel Van Vleuten wel degelijk kwetsbaar was in de eerste ritten. Een extra renster per ploeg zou met andere woorden geen overbodige luxe zijn.

De Tour de France Femmes heeft dus eens te meer duidelijk gemaakt dat symbooldossiers als gelijk prijzengeld de kloof alleen maar doen toenemen en dat het er toch vooral op aankomt om te focussen op de brede onderlaag en de verdere uitbouw van het vrouwelijke WorldTour-circuit. Het goede nieuws is dat daar achter de schermen volop aan gewerkt wordt. Kijk bijvoorbeeld naar een team als AG Insurance-NXTG, dat in extremis een wildcard kreeg voor deze editie en in wezen met een belofteploeg aan de start verscheen, maar dat dankzij een budgettaire injectie zeer actief is op de transfermarkt en volgend jaar volop wil meestrijden voor de prijzen op het hoogste niveau. Het vrouwenwielrennen zet dus razendsnel stappen vooruit, maar mag zichzelf uiteraard ook niet voorbij hollen. Vandaar dat het raadzaam lijkt om deze achtdaagse formule nog enkele jaren te behouden en de sport organisch te laten groeien alvorens aan uitbreiding te denken.

Geen Belgische grand cru, maar er is hoop

De eindoverwinning, zes ritzeges en alle truien: zoals vooraf verwacht was het Oranje boven in Frankrijk. Het klimvermogen van Annemiek van Vleuten stond buiten kijf, net als de sprintkwaliteiten van Lorena Wiebes. En dat good old Marianne Vos eveneens twee ritten won, vier dagen in het geel rondreed en de groene trui mee naar huis nam, was een symbolische beloning voor haar jarenlange inzet om een Tour voor vrouwen op de kalender te krijgen. De Deense Cecilie Uttrup Ludwig en de Zwitserse Marlen Reusser konden de Nederlandse hegemonie doorbreken in de heuvelrit met aankomst in Épernay en de veelbesproken gravelrit met stoffige ‘chemins blancs’. Ook de top 10 oogde gelukkig een stuk internationaler met de Poolse Katarzyna Niewiadoma op de derde stek, Françaises Juliette Labous en Evita Muzic op plekken 4 en 8, de Italiaanse speerpunten Silvia Perico en Elisa Longo Borghini op nummers 5 en 6, de Amerikaanse Veronica Ewers op 9 en de Spaanse Mavi Garcia op nummer 10 (ondanks tonnen pech en een ongelukkige aanrijding door de eigen volgwagen).

Aan Belgische zijde was er helaas minder reden tot feesten. Lotte Kopecky verscheen met grote verwachtingen en een stiekeme groene droom aan de start, maar kampte met een wisselvallig vormpeil en kwam bijgevolg tekort voor die felbegeerde ritzege. Deze Tour was dus geen grand cru voor ons land, maar we hoeven zeker niet te wanhopen. Kopecky zal de komende jaren nog meer dan voldoende kansen krijgen om haar Tourpalmares op te smukken en met een revelatie als Julie De Wilde lijkt de toekomst verzekerd. Het negentienjarige goudhaantje van Plantur-Pura sprintte in rit 2 naar een knappe zevende plek, droeg enkele dagen de witte jongerentrui (die uiteindelijk naar Shirin van Anrooij ging) en eindigde op een verdienstelijke 46ste plaats in het eindklassement. Ook het doorzettingsvermogen van de gehavende Belgische kampioene Kim de Baat mocht gezien worden. In het slotweekend flirtte ze twee keer met de tijdslimiet, maar uiteindelijk bereikte ze wel de finish op de steile Super Planche des Belles Filles. Dergelijke prestaties geven het Belgische vrouwenwielrennen evenzeer extra glans, zeker als ze aan bod komen in de media en populaire televisieprogramma’s als Vive le Vélo.

Dit format is voorlopig ideaal

De publieke belangstelling, de media-aandacht en het enthousiasme voor deze eerste Tour de France Femmes waren veel groter dan verhoopt. De vrouwelijke Tour naadloos laten aansluiten op de mannelijke Tour bleek dan ook een geniale zet van organisator A.S.O. Heel wat wielerfans bleven aan de buis gekluisterd en zagen (eens te meer) dat het vrouwenwielrennen niet zomaar een side-event is van de mannelijke wielersport (en dat voortdurend vergelijken onzinnig is). De kijkcijfers waren navenant. Ter illustratie: in Frankrijk haalde de zaterdagrit een marktaandeel van 40%, hoewel op dat moment ook de Clasica San Sebastian aan de gang was. Acht dagen koers – van zondag tot zondag – is een mooi, bevattelijk pakket. Het mag duidelijk zijn: de Tour de France duurt voortaan vier weken en we krijgen twee aantrekkelijke wedstrijden voor de prijs van één …

Her en der werd al geopperd om de Tour de France Femmes uit te breiden naar een tiendaagse of zelfs tweeweekse rittenkoers, maar dat lijkt op korte termijn een risico. Zo dreigt de vrouwelijke Tour in het vaarwater van de mannelijke Tour terecht te komen en heel wat exposure mis te lopen. Bovendien was de slijtage na acht dagen koers van de bovenste plank erg groot in het peloton. Extra ritten zouden het verval bij de mindere godinnen alleen maar groter maken en de spanningsboog nodeloos oprekken. Het parcours van deze eerste editie was uitdagend en afwisselend, maar een proloog (of korte tijdrit) en een bergrit met aankomst op een iconische Tourcol zoals de Mont Ventoux lijken wel aangewezen om het wedstrijdverloop verder op te waarderen. Koersdirectrice Marion Rousse gaf echter al aan dat dit wel degelijk in de pijplijn zit. Conclusie: de Tour de France Femmes is een blijver en nu al een vaste waarde op de koerskalender. Op naar volgend jaar!