Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

De Tour in vuur en vlam

Omstreeks half vier in de middag rijdt hij trots op kop. De gele trui deelt de lakens uit op de kale, imposante wanden van de Col du Galibier. Alleen de Deen Jonas Vingegaard zit nog in zijn wiel. Nu hij alle aanvallen heeft overleefd, voert Tadej Pogacar zelf nog maar eens het tempo op. De mannen van Jumbo-Visma hebben de Sloveense alleskunner tot op het bot bestookt, maar het mocht niet baten. Toch?

Hoe anders is de situatie dik een uur later. Daar reed de gele trui dan, op het vermaarde geitenpad van de Col du Granon. Bibberend, lijdend, piepend en krakend. Om vervolgens te breken. Een vlijmscherpe demarrage van zijn aartsrivaal Vingegaard was er teveel aan. Met de ellebogen naar buiten en de schouders opgetrokken wurmde de tweevoudig tourwinnaar zich omhoog. Binnen pakweg honderd minuten had het verloop van de 109e Tour de France een honderdtachtiggradendraai gemaakt. Voor het eerst in zijn nog prille, maar absurd succesvolle carrière had Pogacar écht een nederlaag geleden.

De Tour van 2022 stond al in de fik. Elke dag is er op leven en dood gekoerst. De magnifieke start in Denemarken leverde een prachtige zege van Yves Lampaert en een eerlijk verdeelde sprintersbuit tussen – hoe symbolisch – Fabio Jakobsen en Dylan Groenewegen op. Wout van Aert won in het geel en in het groen, Pogacar in het wit en in het geel. Voor iedere vluchtgroep wordt tientallen kilometers gestreden. Ieder sprintje bergop doet ertoe, iedere winnaar heeft een mooi verhaal. Als kijkers en fans moeten we iedere seconde van deze editie koesteren.

De eerste echte Alpenrit vormde geen uitzondering. Sterker nog, de fik werd een fikse brand. De Tour vloog in vuur en vlam. Vanaf half drie in de middag gooide de mannen van Jumbo-Visma de knuppel in het hoenderhok. Tiesj Benoot veegde met een serieuze versnelling op de Télégraphe pakweg de helft van het overgebleven peloton terug het Maurienne-dal in. Primoz Roglic trok door in de afdaling en pardoes waren er ineens nog vier man over: Roglic, Vingegaard, Pogacar en de rekenende Brit Geraint Thomas, die niet op kop verscheen. Wat volgde was een zelden geziene stortvloed aan demarrages.

Roglic, reactie van Pogacar.

Vingegaard, gepareerd door Pogacar.

Roglic, dichtgereden door de gele trui.

De gele trui zelf, Vingegaard in het wiel, Roglic op het tandvlees en Thomas aan een zijden draad.

Vingegaard.

Roglic.

Vingegaard.

Roglic.

Helaas. Allemaal beantwoord door de gele trui.

Dat was het dan. De steken van de Jumboklimmers waren dan definitief gepareerd. Plan in de prullenbak. Pogi draaide zelf de gashendel open, tot alleen Vingegaard nog in zijn wiel hing. Wat echter nog moest blijken, was dat de beslissende tikken al waren uitgedeeld. Het kwaad was al geschied voor Pogacar, reeds op de Galibier. De demarrages van de geelzwarte tandem hadden gaatjes in de batterij van de Sloveen geprikt. De accu liep al langzaam leeg. Met de Granon nog in het vooruitzicht, had Vingegaard nog wel één pijl over.

“De koers anno 2022 is veel attractiever dan pakweg vijf of tien jaar geleden.”

Daar, op de beestachtige Granon, ging hij ervandoor, op 4600 meter van de finish. Binnen luttele seconden bleek Pogacars batterij niet meer oplaadbaar. Wat volgde was een zeldzame lijdensweg van de leiderstrui in een grote ronde. De Sloveense veelwinnaar kende een inzinking die deed denken aan die van Floyd Landis in 2006 op La Toussuire, of die van Richard Carapaz op de Fedaiapas in de jongste Giro. Na de iconische passage van 1986 heeft ook de Granon er een nieuwe, historische aankomst bij. Bernard Hinault is er niet als enige keihard kopje onder gegaan.

In het interview na afloop besprak Vingegaard zelf de twee overwogen opties voor de etappe: of blijven zitten en op safe spelen, of aanvallen van ver en all-in gaan. Dat Vingegaard maar liefst drie minuten op zijn voornaamste concurrent voor het geel kon pakken, tekent de kracht van de Deen. Maar dat hij niet koos voor de eerste, maar voor de laatste optie, onderstreept ook de gekantelde koersmentaliteit van het hedendaagse peloton. De koers anno 2022 is veel attractiever dan pakweg vijf of tien jaar geleden. Aanvallen van ver kan dus ook lonen.

“De monsterlijke etappe door de Alpen bleek verrassend genoeg de aanzet voor een wederopstanding van Romain Bardet en Nairo Quintana.”

Deze etappe kende daarnaast nog vele andere verhalen. Wat te denken van Roglic, de 32-jarige kopman van Jumbo voor wie stilletjes de jaren gaan tellen. De Sloveen zette zich tomeloos in voor het plan om Pogacar en zijn ploeg af te matten. Dat hij zijn eigen kansen op een tourzege in ieder geval voor een jaar in de ijskast moet zetten, lijkt hem op dit moment weinig te deren. Zijn finishpassage, hand in hand met Sepp Kuss, was veelzeggend. Een fraai gebaar richting zijn ploegmaat Vingegaard en een symbool voor zijn mentale veerkracht.  

En wat te denken van de opleving van enkele oude bekenden. De monsterlijke etappe door de Alpen bleek verrassend genoeg de aanzet voor een wederopstanding van Romain Bardet en Nairo Quintana. Bardet, die afgaand op zijn eigen woorden voor een ritzege wilde gaan in deze Tour, reed vrijwel iedereen à bloc en staat nu tweede in het klassement. Verder fladderde Quintana, die de afgelopen jaren juist zo vleugellam was, als vanouds de steile stroken van de Alpen op. Deze twee verrassingen doen serieus mee in de strijd om het eindpodium. Ze typeren de verrassende ontwikkelingen die de Tour op dit moment kleuren.

“Zijn schier onbedreigde tourtroon is verder weg dan ooit. De gele trui is weer een witte trui geworden.”

En nu? Het is de eerste keer ooit dat Pogacar een dergelijke tik te verwerken krijgt. De Sloveen zal direct de knop om moeten zetten en de jacht op Vingegaard moeten openen. Een ploegenspel zoals dat van Jumbo lijkt hij te kunnen vergeten. Hij moet aanvallen, waarschijnlijk meerdere malen. Des te interessanter is het om te zien of hij daadwerkelijk veerkracht kan gaan tonen. Direct na de finish toonde hij zich al strijdbaar. Aanvallen? Dan direct op Alpe d’Huez maar. Als de Sloveense jongeling zijn woorden omzet in daden, belooft deze Tour tot het einde leuk te blijven.

Pogacar viel op de Granon van zijn voetstuk. Zijn schier onbedreigde tourtroon is verder weg dan ooit. De gele trui is weer een witte trui geworden. Nu moet hij zichzelf omhoog gaan hijsen, en hopen op de benen van Longwy en La Planche des Belles Filles. Want met die aankomsten in gedachten, gecombineerd met de ongetwijfeld grote revanchegevoelens van Pogacar, is deze Tour nog lang niet gedaan. De Ronde van Frankrijk staat in vuur en vlam. En vooralsnog lijkt die brand niet te blussen.