Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Fietsonderhoud voor doe-het-zelvers

Cyclo Sprint legt deze maand stap voor stap de basis uit van het fietsonderhoud. Ook geeft Frederik Moons, mecanicien bij Lotto-Belisol, handige onderhoudstips voor de recreant in de service course.

Als mecanicien laat Frederik Moons honderden fietsen per jaar door zijn handen gaan. Als professional én fietsliefhebber heeft hij graag tips veil voor de recreant.

1. Netheid voor alles.

“Mijn belangrijkste tip: poets je fiets regelmatig. Wie zijn fiets goed onderhoudt, heeft minder kosten en behoedt zich voor pech. Zit er wat vuil of zand aan je ketting of andere draaiende onderdelen, dan gaan die bijzonder vlug verslijten en zijn ze dus snel aan vervanging toe. Bovendien gaan alle onderdelen na een tijdje minder goed functioneren als er vuil tussenkruipt. De wedstrijdfietsen van onze renners worden na iedere rit gewassen, net als mijn tweewieler thuis na ieder tochtje. Na iedere tocht op vuile of natte wegen haal je best spons en water boven. En ook bij mooi weer kan de fiets regelmatig een wasbeurt gebruiken: wie vaak de baan op gaat, poetst zijn tweewieler best één tot twee keer per week.”

“Meer dan twintig minuten tot maximaal een halfuurtje vraagt een poetsbeurt niet. Reinig eerst je ketting en je tandwielen. Daarvoor gebruik je best een kettingontvetter, die je eerst in een opengesneden bidon giet en dan aanbrengt met een verfborsteltje. Spoel alles met water en je ketting kleurt zó weer zilver. Nadien haal je een emmer met zeepsop en twee sponzen boven: een spons om de ketting en tandwielen nog een beurt te geven, een andere spons voor de rest van je fiets. Voor het zeepsop kan je een gewoon afwasmiddel gebruiken, maar ik verkies de specifieke fietsproducten die hiervoor bestaan. Die zorgen ervoor dat de fiets nadien mooi blinkt. Om de cassette van je achterwiel proper te houden, zijn er ook speciale cassetteborstels. Hou alle sponzen en borstels trouwens altijd netjes samen in een emmer: dan verlies je weinig tijd voor en na het poetsen.”

“Nadat je de fiets in alle hoekjes en kantjes hebt ingezeept, haal je de tuinslang boven en sproei je alle zeepsop netjes weg. Gebruik van een hogedrukreiniger is niet aan te raden voor de recreant. Doe je dit toch, dan hou je de spuit best niet te dicht bij je fiets, anders gaan bepaalde onderdelen te snel verslijten. Na het afspuiten ben je nog niet klaar. Eerst droog je alles netjes af, nadien breng je olie aan waar dat moet. Belangrijk: de ketting smeer je aan de binnenkant! Niet aan de buitenkant dus, zoals ik vaak zie gebeuren. Voor de ketting gebruik ik liefst een plastic flaconnetje, voor de andere draaiende onderdelen een spuitbus. Behoed je voor te veel of te weinig olie: bij het smeren leg ik de ketting op de binnenplaat en halverwege de cassette, en breng ik olie aan terwijl ik vier, vijf keer de pedalen laat rondgaan.”

Lees zijn andere tips en de stap-voor-stap-uitleg over fietsonderhoud in de Cyclo Sprint van juni.