Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Gewoon een boerenzoon uit België

De weg stoof onder zijn ogen door. En snel, steeds sneller. Het werd droger en droger, de bochten gingen soepeler en soepeler. Kopenhagen klaarde op, toen Yves Lampaert zichzelf een weg door de Deense hoofdstad baande. Aan de meet stonden de cijfers op het scorebord nog op groen. Hij had gewonnen. Juist hij, Lampaert, de man die in 2022 ondergedompeld was in pech en tumult.

Met de kanonnen achterwege en de kleppers onder de douche, leek de openingstijdrit in de Tour wel beslist. De onbetwiste wielertoppers, Wout van Aert, Tadej Pogacar, Filippo Ganna, Mathieu van der Poel en Primoz Roglic, vormden zoals verwacht de top van het tijdrijdersgilde. Daarmee leek het wel gedaan. Wout van Aert zat veilig in de hot seat. Tot er nog een man uit Izegem aan de start verscheen.

Yves Lampaert, koning van Dwars door Vlaanderen, maar vooral de meester van de ereplaats. De man van de lead-out van de lead-out, een ideale teamgenoot. Winnen deed hij regelmatig, maar de meeste van zijn zegegebaren zijn aan het collectieve geheugen ontschoten. Een overwinning in de Ronde van Spanje, oké, dat wel. Maar wie kan zich die overwinning nog goed voor de geest halen? Dergelijke triomfen verdwenen in de schaduw van de wielerhistorie.

In 2022 trad Lampaert vanuit de schaduw op de voorgrond, maar die stap bracht niet veel beters. Op weg naar het podium in Parijs-Roubaix knalde hij onfortuinlijk op een onoplettende toeschouwer. Pas zeer recent, in de Ronde van België, raakte hij in het heetst van de strijd verwikkeld in een conflict met Tim Wellens. Hij was de boeman, de gebeten hond, de aanstichter van het kwaad. Even moest niemand iets van Yves Lampaert weten.

En toen stond de Tour al voor de deur. De openingsrit deed verduiveld veel aan die van Düsseldorf in 2017 denken. Het wegdek deed de coureurs bibberen en glibberen in de bochten. Ook daar was de winnaar niet voorspeld: Geraint Thomas pakte daar het geel. Ook Thomas kende een voorjaar vol tumult, nadat een botsing met een motor hem een gooi naar de Girozege kostte. Lampaert zal zich hetzelfde hebben gevoeld en zijn vertrokken met revanchegevoelens. Op zoek naar harde pedaalstoten, geboren uit frustratie.

De stoten van Lampaert, geboren uit het malheur van Parijs-Roubaix en de hoon uit de Ronde van België, waren kennelijk krachtiger dan die van alle anderen. In het natte Kopenhagen duwde hij zijn naam dan toch écht zijn in de wielergeschiedenis. Na afloop podium waren daar, tezamen met een waterval aan gelukstranen, die prachtige, rake woorden: etappewinnaar en de gele trui, en dat voor just a farmers’ son from Belgium.

Die gelukstranen van Yves Lampaert zullen we ons nog lang blijven heugen.