Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email
themabeeld veldrijden

Glazen Bol: het veldritseizoen

Het bleef de voorbije maanden opvallend stil op het transferfront in het veldrijden. Zeker bij de mannen koos zowat iedereen voor de vertrouwde stal. Toch zal het nieuwe crossseizoen er helemaal anders uitzien dankzij de UCI, die de kalender grondig door elkaar schudde. De hervormde Wereldbeker telt maar liefst zestien manches en zal voor heel wat extra druk én kosten bij renners en volgers zorgen. Aan de vooravond van het nieuwe seizoen legden we zes pittige vragen voor aan drie eminente veldritcoryfeeën: Paul Herygers, Klaas Vantornout en Erwin Vervecken, samen goed voor zes Belgische titels en vier regenboogtruien.

De UCI zet resoluut in op de veelbesproken uitbreiding van de Wereldbeker. Betekent dit een degradatie voor de andere klassementen? Geloven jullie in dit concept?

Paul Herygers: “We moeten het een kans geven. Zonder het op voorhand te weten, heeft de UCI alvast de perfecte timing gekozen voor deze verregaande hervorming. Het coronajaar was niet alleen moeilijk voor de organisatoren, maar ook voor de renners, die veel minder startgeld incasseerden. Het is wellicht daardoor dat het protest nu minder luid klinkt.”

Klaas Vantornout: “Ook in mijn tijd mikte de UCI al op internationalisering. Intussen zijn ze tien jaar bezig in de Verenigde Staten en kijk hoever ze nu staan. Veel vooruitgang zie ik niet. Je kunt zoiets niet forceren. Idem dito in Italië. Ik herinner me daar heel wat crossen waar er niet meer dan honderd toeschouwers waren. Een doordeweekse B-cross in Vlaanderen trekt veel meer volk. Die internationale kalender dreigt ook een financiële aderlating te worden voor onze renners. Als je geen topvijfplek in de wacht sleept, dan wordt het een duur grapje. Ik vind het bovendien doodjammer dat een klassieker als Gavere verplicht moet verhuizen naar februari (sinds 1993 vond deze wedstrijd steevast voor nieuwjaar plaats, red.). Ook in Vlaanderen liggen de echte hoogdagen van de cross toch al een tijdje achter ons. We zouden beter onze eigen organisatoren blijven steunen. Ze kunnen wel rekenen op een trouw publiek, maar toch: een goede datum kan een wereld van verschil betekenen. Het zou me niet verbazen als er op korte tijd enkele gerenommeerde organisatoren afhaken.”

Erwin Vervecken: “Of de nieuwe Wereldbeker een goede zaak is, zal nog moeten blijken. De toprenners gaan minder verdienen en zullen bovendien veel meer onkosten hebben, want ze zullen veel meer moeten reizen. Besançon en Flamanville in Frankrijk liggen op meer dan 500 kilometer van Brussel, het Italiaanse Val di Sole is zelfs dubbel zo ver. Het is ook maar de vraag of al die nieuwkomers op de kalender overeind zullen blijven. Er bestaat zoiets als het veldrijden met twee snelheden. In Vlaanderen is de cross nog altijd immens populair, maar in het buitenland hebben de organisatoren het een pak moeilijker om het financiële plaatje rond te krijgen. Er zijn lovenswaardige pogingen geweest in Zwitserland en Italië, maar het blijft moeilijk. Na één of hooguit twee edities gooien veel buitenlandse organisatoren de handdoek in de ring.”

Lees het volledige artikel in de vijfde editie van Cycling, nu verkrijgbaar in de winkel, HIER online te bestellen of HIER online te lezen via Blendle. Abonneer je HIER en geniet van onze aantrekkelijke abonnementsformules!