Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Heel Trento klapte voor hem

Sonny Colbrelli moet groen en geel gezien hebben. Misschien zelfs wel het zwart voor de ogen. Hij moet de velgen en spaken voor hem hebben zien glinsteren. Hij moet zichzelf tot het uiterste hebben gedwongen om de afstand niet te groot te laten worden. Constant trok hij met man en macht aan zijn pedalen om het achterwiel van Remco Evenepoel te houden. Toen hij eenmaal boven was op het klimmetje nabij Povo, kon hij opgelucht adem halen. De vrees om gelost te worden kon de prullenbak in.

Daar boven wist hij het. Als alles goed gaat, wordt hij Europees kampioen. Even afdalen nog, voor de beslissende sprint met twee als een formaliteit zijn kant op zou rollen. Zo geschiedde. Hij schoot langs Evenepoel op de beklinkerde straten van Trento. Een dag lang kijken naar door demarrages wiebelende achterwielen werd beloond. Niet ver van zijn geboortegrond boekte Colbrelli op het voor klimmers gemaakte circuit zijn grootste triomf. De Europese titel. Voor een Italiaan in Italië. Heel Trento klapte voor de klimmende spurter Colbrelli.

Colbrelli is als een muzikant die schittert op het tweede podium van een festival. Veel zeges op veel plekken. Lugano, Oman, Dubai of ergens in Duitsland. Soms in een verlaten dorp in Frankrijk of Zwitserland. Maar heel vaak moet Colbrelli zichzelf de vraag hebben gesteld waarom hij nou nooit eens in San-Remo, Oudenaarde of desnoods in Valkenburg zijn handen in de lucht kon steken. Wel winnen, maar niet waar de hele wereld je hoe dan ook ziet winnen. Net niet winnen op de plekken waar de hele wereld wel naar je kijkt. Colbrelli was er wel, maar vormde vaak een schaduw achter de grotere winnaars in de meest prestigieuze wedstrijden.

In zekere zin is een overwinning op een Europees Kampioenschap dan haast illustratief. Het Europees Kampioenschap, dat wordt gehouden in een koersvacuüm, ergens tussen of vlak na de grote rondes. Ergens in een Franse achtertuin of in Alkmaar. Een evenement dat sinds 2016 vaak geruisloos voorbijgaat op de overvolle wielerkalender. Het Europees Kampioenschap is de tweede divisie van de landenwedstrijden, achter het Wereldkampioenschap. Minder betwist. En beloond met een trui met sterretjes erop. Het tricot steekt schril af tegen de iconische regenboogtrui. Het EK is in alles de lightversie van de mondiale wedstrijd.

Gek genoeg zijn de Italiaanse renners vaak in blakende vorm tijdens het Europees Kampioenschap. Matteo Trentin, Elia Viviani en Giacomo Nizzolo wonnen de afgelopen drie edities. Gek genoeg zijn het namen die in de absolute top van het wielrennen hun mannetje staan, maar vaak in die genoemde schaduw achter de veelvraten terechtkomen. Het is te vaak net niet. In het hedendaagse Italiaanse wielrennerscorps ontbreken geslepen winnaars als Paolo Bettini of Mario Cippolini. Ook het naderende vertrek van Vincenzo Nibali helpt niet mee. Met de rits aan continentale titels zijn de Italianen slechts de heersers van de tweede fietsdivisie.

Colbrelli zou weleens de man kunnen zijn die de Italiaanse eer in de allergrootste koersen hoog gaat houden. Dit jaar heeft zijn trage ontwikkeling een groeispurt van jewelste doorgemaakt. Toen hij in april zichtbaar opgelucht een etappe won in Romandië kreeg Colbrelli de wind in de zijlen. Hij flikte hetzelfde in de Dauphiné, werd Italiaans kampioen, reed een ijzersterke Tour de France en won met overmacht de Benelux Tour. Het was daarom geen verrassing dat hij de Europese titel in Italië hield en Trento liet ontploffen. De 31-jarige Italiaan toont zich steeds meer een laatloeier in optima forma. Colbrelli is een groot deel van de Italiaanse fietshoop.

Terug naar Povo. Groen en geel moet hij gezien hebben. Misschien zelfs wel het zwart voor de ogen. Maar toen hij eindelijk boven was op het klimmetje, wist hij het. Even dalen en ik heb hem. Oké, het is nog steeds de Europese titel. Het is nog niet de Champions League van het wielrennen. Nog niet vergelijkbaar met Wimbledon in het tennis. Het is daarentegen wel de bevestiging dat Sonny Colbrelli op de winnaarstrein is gestapt. En Remco Evenepoel, een van de kroonprinsen van de sport, verslaan in een boeiende tweestrijd? Misschien voelde dat al als een wereldtitel. Sonny telt mee. Nu echt.

Alle Italianen stonden daar voor hem. Heel Trento klapte voor zijn streekgenoot. Het zal een kwestie van tijd zijn voordat ook San-Remo, Valkenburg of misschien wel Oudenaarde dat voor hem zal doen.