Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Het heiligdom van Trek-Segafredo

Het hart. Het mekka. Het zenuwcentrum. Daar waar alles begint en eindigt voor een wielerploeg. Dat is de service course. Trek-Segafredo opende zijn deuren en gaf ons een exclusieve inkijk in zijn fietstempel.

Deinze, Oost-Vlaanderen. Even voorbij provinciedomein de Brielmeersen, langs de rivier de Leie, ligt een grote industriezone. Daar moeten we zijn. Het is even zoeken vooraleer we de Belgische uitvalsbasis van WorldTour-formatie Trek-Segafredo vinden. Boven de bel hangt een kleine sticker met daarop ‘Trek-Segafredo Factory’. Een doodgewone loods met standaard uitgewassen grind als sierlaag. Meer dan dat is het niet. Elke Weylandt, operations manager bij Trek-Segafredo, opent de deur en verwelkomt ons. Coronaproof uiteraard, dat zijn we al gewoon. Moet ook. Herinner je dat Jasper Stuyven Gent-Wevelgem moest missen en Mads Pedersen zelfs huiswaarts moest keren toen na de E3 Saxo Bank Classic een coronabesmetting was vastgesteld bij de ploeg. Een ander gevolg daarvan was overigens dat onze langverwachte visite aan de service course van Trek-Segafredo even werd uitgesteld.

Busje komt zo (#not)

Links naast de kantoren vallen de ingekaderde kampioenenshirts meteen op. Eens we de laatste deur voorbij zijn, bevinden we ons in de wielerhemel. Hoewel, hij oogt momenteel vrij leeg. “De bussen zijn er niet vandaag. Die zijn al vertrokken naar de Amstel Gold Race en de Tour des Alpes”, legt Elke uit. Best jammer, het is altijd bijzonder om zo’n ploegbus van dichtbij te bekijken. Gelukkig is er in de service course heel wat meer te zien dan die majestueuze rijdende hotels. De loods zelf is slim opgesplitst in twee delen. In het ene deel staan en liggen de fietsen, wielen en kledij, terwijl het andere deel bestemd is voor de wagens en het grotere materieel dat een wielerploeg doorheen het jaar gebruikt.

80.000 bidons

Gelukkig staat er toch nog een deel van het wagenpark binnen in de service course. Enkele volgwagens en een busje van de verzorgers zorgen voor enige ‘opvulling’ in de opslagplaats. Daarachter staan enkele rekken met dozen. “Daarin zitten onder andere onze drinkbussen”, vervolgt Elke haar uitleg. “Per jaar gaan er zo toch zeker 80.000 bidons door.” Daar kan je heel wat kinderen langs de kant blij mee maken, al is dat gezien de huidige regelgeving misschien best te vermijden. Op de vraag waarom de ploeg voor Deinze gekozen heeft als locatie voor haar service course, geeft Elke een simpel en eerlijk antwoord. “Het is eerder toevallig. We weten ook wel dat andere ploegen hier eveneens hun service course gevestigd hebben (onder andere INEOS Grenadiers, red.). Dit pand was vrij en was en is erg centraal gelegen voor de voorjaarskoersen, wat het voor ons de ideale uitvalsbasis maakt.”

Lees het volledige artikel in de derde editie van Cycling, nu verkrijgbaar in de winkel of HIER online te lezen via Blendle. Abonneer je HIER en geniet van onze aantrekkelijke abonnementsformules!