Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Iédereen kan druk uitoefenen om betere fietsinfrastructuur af te dwingen

Masterstudente aan de VUB Eva Van Eenoo heeft onderzocht wat er nodig is om fietsinfrastructuur centraal te stellen in stadsontwikkelingen. Daaruit blijkt onder andere dat organisaties en niet-politici een stevige impact kunnen hebben op het beleid.

Om te komen tot een ‘Bicycle Oriented Development’ (BOD) waarbij fietsinfrastructuur centraal komt te staan in stadsontwikkelingen is de druk van een brede coalitie van sociale bewegingen op het politiek bedrijf cruciaal. Dat concludeert Eva Van Eenoo (VUB) in haar masterproef.

Van Eenoo (VUB) is samen met Emma Pals (KU Leuven) en Joris Van Malderen (UG) laureaat van de jaarlijkse thesisprijzen die het Leuvense studiebureau Transport Mobility Leuven (TML) uitreikt. Terwijl Pals zich buigt over de vraag of technologische vooruitgang biobrandstof helemaal op de kaart kan zetten en Van Malderen de thesis onderzoekt of prioriteit geven aan vrachtwagens gunstig zou zijn voor de fileproblematiek onderzoekt Van Eenoo in haar masterproef de voorwaarden voor de realisatie van ‘Bicycle Oriented Development’ (BOD).

“Wil BOD succes hebben moet er een vruchtbare voedingsbodem aanwezig zijn, een trigger die strategische actoren activeert en geschikte omstandigheden waarin het initiatief kan ontspruiten. De actoren die erin slagen een diverse coalitie rond zich te verzamelen lijken het meest succesvol”, aldus Van Eenoo. Een belangrijke rol is weggelegd voor mediërende figuren en organisaties die an sich weinig met mobiliteit te maken hebben. Om een veerkrachtige BOD-coalitie te realiseren moeten actoren zoals handelaars, scholen of seniorenverenigingen worden betrokken en thema’s als toegankelijkheid, veiligheid en gezondheid naar voren geschoven.

Gerelateerde artikels