Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

In het wiel van het peloton de Alpen in

Na de Pyreneeën en de Vogezen trekt het Tourpeloton nog drie dagen door de Alpen. Ook voor wielertoeristen klinken namen als de Grand-Saint-Bernard en de Colombière als muziek in de oren. Verken de Alpenritten!






De beklimming naar Verbier sluit de eerste Alpenrit af. (foto pezcycling)
In de 207,5 km lange rit van zondag van Pontarlier naar Verbier zit het venijn hem in de staart met een slotklim van eerste categorie. Maar eerst moeten er onderweg van de Jura naar de Alpen nog vier klimmen van derde en één van tweede categorie overwonnen worden.

Het kwartet colletjes van derde categorie liggen kort na elkaar te wachten tussen kilometer 8 en 74: de Côte du Rafour (3,7 km tegen gemiddeld 5,1%), de Col des Etroits (1,5 km tegen gemiddeld 5%), de Côte de La Carrière (6,3 km tegen gemiddeld 4,4 %) en de Côte de Prévonloup (4,5 km tegen gemiddeld 4,7 %).

Na een lange strook met glooiende wegen vormt de Col des Mosses (2de categorie – 13,8 km tegen gemiddeld 4%) het aperitiefje voor het serieuze klimwerk. Enkel de beginkilometers van deze col overstijgen de 7%. Na 15 kilometer afdalen volgen nog 45 vlakke kilometers door het Rhônedal. Vanaf dan loopt het parcours licht omhoog richting voet van de slotklim.

Deze klim van eerste categorie naar de Zwitserse wintersportplaats Verbier (8,8 km tegen gemiddeld 7,5%) is misschien niet lang, maar met z’n veertien haarspeldbochten zeker wel pittig te noemen. De eerste zes kilometer schommelt het stijgingspercentage tussen de 8,0 en 8,7%. Bij het binnenrijden van Verbier vlakt het ietwat af, maar in de laatste kilometer volgt nog een serieuze kuitenbijter van 10%.

TWEEMAAL OP EN NEER

De profs, en misschien ook wel de recreanten, mogen een dagje uitblazen na deze eerste Alpenrit. De batterijen kunnen immers maar beter opgeladen zijn voor wat volgt op dinsdag: 159 kilometer van het Zwitserse Martigny, via Italië naar het Franse Bourg-Saint-Maurice.







Col du Grand-Saint-Bernard. (foto centcols)
Wie het profiel van de rit bekijkt, zal al snel zien dat de dag samengevat kan worden als twee keer klimmen en twee keer dalen. Vanaf de start in Martigny wordt de toon al meteen gezet. Na een kilometer of 15 tegen 2,5% begint de eerste klim van de dag, de Col du Grand-Saint-Bernard (buiten categorie – 24,4 km tegen gemiddeld 6,2%) pas officieel.

De eerste 15 kilometer verlopen aan percentages tussen de 5 en 6,5%, met uitzondering van de eerste (7,2%), elfde (9,7%) en twaalfde (4,4%) kilometer. Aan het Lac des Toules kunnen de benen even recupereren met drie kilometer aan 3,7%, maar dan volgen in een rotsachtig decor opnieuw zes lastige kilometers met negen haarspeldbochten tussen 7,1% en 8,6%. Na de laatste zeshonderd meter aan 9,7% wordt het dak van deze Ronde bereikt.







Col du Petit-Saint-Bernard. (foto flattyretourists)
Na de afdaling over eerst een smalle kronkelende weg en daarna een brede autobaan volgt een lang stuk vals plat. Met 106 km in de benen wacht de tweede klim van de dag, de Col de Petit-Saint-Bernard (1ste categorie – 22,6 km tegen gemiddeld 5,1%). Tot halverwege de col schommelt het stijgingspercentage tussen de 2,5 en 5%. In de laatste tien kilometer wisselen pittige stukken van meer dan 7% af met vlakkere stukken onder de 5%. De laatste 500m vlakt het zelfs helemaal af tot een schamele 2,5%.

Tot aan de meet in Bourg-Saint-Maurice wachten nog 32 kilometers bergaf. De eerste tien kilometer zijn het vooral lange rechte stukken, daarna duiken er nog liefst zeventien haarspeldbochten op in het parcours. In Bourg-Saint-Maurice aangekomen is het onder de rode vod gedaan met de afdaling, halverwege de slotkilometer loopt de weg zelfs nog even lichtjes omhoog.

KONINGINNENRIT

Op de laatste Alpendag staat de koninginnenrit van deze Tour geprogrammeerd. Tussen Bourg-Saint-Maurice en Le Grand-Bornand (169,5 km) wachten liefst vier cols van eerste en eentje van tweede categorie.







Col des Saisies. (foto cycols)
Na de start mag er al meteen stevig geklommen worden. De Cormet de Roselend (1ste categorie – 18,1 km tegen gemiddeld 5,7%) is meteen de langste klim van de dag. Het gemiddelde stijgingspercentage van 5,7% verhult enkele pittige stukken van meer dan 8%.

Na de afdaling met heel wat haarspeldbochten en uitzicht op het Lac de Roselend gaat het in het dal direct weer omhoog richting Col des Saisies (1ste categorie – 15,1 km tegen gemiddeld 6%), die naast een kleine afdaling ook pittig stuk van 11% in petto heeft.

Vanaf Flumet volgt een ‘rustig’ gedeelte in de etappe. met een dalend stuk gevolgd door een vlakke passage door een dal. Al snel doemt toch weer een volgende klim op met de Côte D’Araches (tweede categorie – 6,3 km tegen gemiddeld 7%), de makkelijkste beklimming van de dag.







Col de la Colombière. (foto cyclozone)
De laatste twee klimmen zijn opnieuw van 1ste categorie. De Col de Romme (8,8 km tegen gemiddeld 8,9%) is de steilste van allemaal, met enkele stukken in de dubbele cijfers. Na een afdaling van slechts 5 km loopt de weg weer omhoog voor de Col de la Colombière (7,5 km tegen gemiddeld 8,5%), een constant zware klim met amper bochten. De driedaagse passage door de Alpen wordt afgesloten met een afdaling van 15 km.