Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Johan Vansummeren verkende voor u de Cyclo Sprint Imes Classic

Zaterdag 14 juni kan je al fietsend genieten van de adembenemende panorama's van het Limburgse heuvelland tijdens de Cyclo Sprint Imes Classic. Via Zuid-Limburg bereik je de hellingen van de Amstel Gold Race met o.m. de Cauberg, Eyserbosweg en Camerigerberg. Ontdek als extra toemaatje de mooie, onbekende Lemierserberg op Duits grondgebied!

Silence-Lotto-wielerprof Johan Vansummeren verkende in het voorjaar al het parcours van de Cyclo Sprint Imes Classic. Hieronder lees je zijn ervaringen.





Wil je Vansummeren achterna en ben je nog niet ingeschreven? Geen probleem! Zaterdag kan je nog inschrijven voor alle afstanden in K.ST.V.V. Viversel ? Sporkstraat 16 ? Heusden-Zolder. Starturen: 180 km: 07u00-09u00 / 150 km: 07u00-10u00 / 111 km: 07u00-11u00 / 67km: 07u00-12u00.







Zondag 2 maart. De zon tekent meteen al present bij de start van de parcoursverkenning van de Cyclo Sprint Imes Classic in de Zolderse deelgemeente Viversel. “Is dit niet de thuisbasis van collega Jan Kuyckx (Landbouwkrediet)? Zie je wel! Trouwens, deze startplaats is wel makkelijk te bereiken zo dichtbij de verkeerswisselaar van Lummen. Dat is alvast een troef.”
Wanneer de lange Lommelnaar zich samen met trajectarchitect Gerard Vandereyt op gang trekt, rijdt hij meteen een nieuwe troef tegemoet.

“Wat voor een gure wind staat hier, zeg”, vloekt Summie wanneer ie aan de eerste vijf kilometer langs het Albertkanaal begonnen is. “Het is net die wind die van onze andere coureur local Marc Wauters de renner gemaakt heeft die hij geworden is”, tracht Gerard zijn gangmaker moed in te spreken. “Wie er met zijn wielerclub meteen de beuk in wil gooien, kan mits de nodige wind onmiddellijk waaiers gaan trekken. Al hoop ik op 14 juni natuurlijk op een staalblauwe hemel en een verkoelende bries.”

“Zijn we al voorbij Hasselt“, vraagt Vansummeren zich na ongeveer twintig kilometer, bij het binnenrijden van Diepenbeek, af. “Nauwelijks iets van gemerkt. Dat hebben jullie met weinig kunstgrepen handig opgelost. Ah ha, hier begint het stilaan te glooien… op de trainingswegen van Gert Steegmans.”

Na 35 km staan we boven op de eerste puist van de rit: de Letenberg in Bilzen.

“Dit is traditiegetrouw de poort naar de heuvelzone”, verklapt Gerard Vandereyt zijn geheime recept. “Een mooi geasfalteerde holleweg die naar het eind toe nijdig stijgt. Als toemaatje krijgen de deelnemers drie kilometer verderop een nieuwe klim voor de wielen, de Dennenbosberg. Een helling die ongeveer hetzelfde patroon volgt, nl. steiler naar het eind toe. Al kun je er wel meer genieten van de Haspengouwse vergezichten.”

In de buurt van Hees, in de open velden, is Summie plots verrast. “Is dat Maastricht voor ons?” Gerard knikt. “Op deze plek kan je 360° in de rondte kilometers ver kijken. Althans, als de weergoden dat toelaten. Want ook hier kan de wind aardig parten spelen.”

Meteen na de eerste bevoorrading in Vroenhoven daalt de weg sterk richting het lagergelegen jaagpad naast het Albertkanaal. Geologen komen op deze plek ogen te kort. Moeder Aarde werd hier namelijk letterlijk doormidden gezaagd om Antwerpen met Luik te verbinden middels de kunstmatige waterweg. Wat maakt dat je werkelijk tussen twee 60 meter hoge muren van mergel doorfietst. Alle geologische lagen en grotten openbaren zich voor je ogen in al hun schoonheid.

“Geniet nu maar even want zo meteen volgt de eerste echte test van de dag”, waarschuwt Gerard. “De Tienderberg, door wielerkenners ook wel de Slingerberg genoemd omwille van de tien (haarspeld)bochten, slingert zich namelijk als een slang door het mergelland omhoog. Het grote nadeel daarbij is dat je het witte dorp Kanne achter je laat. Alleen de deelnemers van de 111 km hebben meer geluk. Zij mogen dit pittoreske dorpje wél doorkruisen als ze op de terugweg doorstomen naar de Muizenberg.”

Johan, die duidelijk meer gewoon is, laat zich als een steen naar beneden vallen in de afdaling naar Eben-Emael waar meteen weer de Lanayerberg wacht. “Een klim die ooit nog de finale van de Amstel Gold Race kleurde, niet? Wat zeg je, in 1992 zat ie ook in het parcours van de Tour-etappe van Brussel naar Valkenburg? Dat is van ver voor mijnen tijd, Gerard!”

55 kilometer. Tijd om 15 km lang wat te recupereren voor we Voeren binnenrijden. Bij het kerkje van Sint-Martens-Voeren is de pret echter over… of ie begint net? Want de 2 km lange klim naar Ulvend is de eerste in een paternoster van beklimmingen. Op 51 km tijd wachten immers 9 ‘kaskes’.

“Deze klim telt wel voor 2 kaskes tegelijk, als je het mij vraagt”, puft Summie. “Halverwege, net voor de twee ruime bochten, daalt de weg namelijk eventjes. Een perfecte aanloop voor het tweede gedeelte van de klim, die trouwens een mooi geleidelijk verloop kent. Wie goed in conditie is, kan hier volop genieten van de rustige natuur.”

Kilometer 75. Eenmaal Johan en Gerard de Rijksweg bovenop Ulvend overgestoken zijn, rijden ze Nederland binnen. Van rondkijken komt even niets meer in huis. De smalle, bochtige afdaling van de Schilberg wacht immers.

“Let vooral op voor steenslag bij het nemen van de bochten”, waarschuwt Gerard.

Eenmaal beneden wacht onmiddellijk de Loorberg.

“Nog zo’n klim uit de Amstel”, weet Vansummeren meteen. “En ook in de Tour moesten we er twee jaar geleden over. Alweer een mooie ‘loper’, met een magnifieke haarspeld net voor de top.”

Haarspelden plenty tijdens de beklimming van de Camerigerberg, 5 km verderop. Een heel verschil met opvolger Vijlenberg.

“Deze Vijlenberg is werkelijk een helling met twee gezichten”, zegt Gerard trots over zijn ontdekking. “De eerste 300 meter zijn serieus steil. Met een maximale stijging van 16% als uitschieter. Bovenop deze puist, slaan we rechtsaf waarna een lange uitloper – dat vooral uit vals plat bestaat – ons door een fraaie loofbos leidt, voorbij het tot restaurant gerenoveerde boswachtershuisje ’t Hijgend Hert.”

“’t Hijgend Hart zal je bedoelen”, merkt Vansummeren schalks op. Die zit dus nog lang niet dood. Gelukkig maar, want dan zou hij geen oog hebben gehad voor het erg fraaie kasteel Vaalsbroek aan het eind van de daaropvolgende afdaling. In dit hotel logeerde de Duitse Mannschaft tijdens Euro 2000 dat België en Nederland samen organiseerden.

Over Duitsland gesproken. De Bundesrepublik is het derde land dat de Cyclo Sprint Imes Classic dit jaar doorkruist.

“Al is het maar voor een viertal kilometertjes”, verklapt Gerard.

“Via een fietspad van een meter breed over een afstand van 50 meter rijden we Duitsland binnen. Goed opletten dus is de boodschap!”





De passage verloopt vlekkeloos en groot is Vansummerens verbazing als hij na een bocht de Lemierserberg, de ‘Hallembaye van Duitsland’ voor zich ziet opdoemen.

“Een kaarsrechte weg recht omhoog. Al valt ie wel weer mee als je eenmaal aan het klimmen bent. En je hebt vooral geen last van voorbijdenderende vrachtwagens zoals bij zijn Belgische evenbeeld. Hier heerst rust en vrede. Met die typische houten hekwerkjes rond de tuinen. En natuurlijk verraden de nummerplaten ook wel waar je je bevindt.”

Bovenop de top, de twee hebben inmiddels 97 km de teller, ontplooit zich een fraai panorama.

“Als je zoveel geluk hebt als vandaag zie je de lichtmasten van het Roda JC-stadion, de skipiste van SnowWorld op de voormalige mijnterril die grenst aan het festivalterrein van Pinkpop en de ‘skyline’ van de stad Heerlen, waar Merckx zich in 1967 tot wereldkampioen kroonde”, strooit Vandereyt kwistig rond met parate kennis. Dat kan eventjes want het traject volgt nu een tijdje de bolle kant van de heuvelrug. Daar komt echter verandering in als de negorij Eys in het dal zichtbaar wordt. Met een duizelingwekkend vaart smijten de twee zich in de diepte. Alsof het hen niet kan schelen welke moordenaar er beneden op hen wacht…

“De Eyserbosweg“, herkent Vansummeren de kuitenbijter meteen. “Door Michael Boogerd gepromoveerd tot kantelmoment in de Amstel Gold Race. Hier plaatste Boogie steevast zijn eerste serieuze aanval”, doceert de doorgewinterde modelprof.

“Wie mee was mocht mee koers gaan maken op de Keutenberg en Cauberg. Wie loste, mocht het echter meteen schudden. Na deze helling valt de koers nooit meer stil.”

Bij het naderen van de top…

“Hier, net voor de passage door het Eyserbos, trok ie dan altijd zijn gashendel helemaal open.” Logisch, het asfalt helt hier met 16%.

Via smalle en slingerende wegeltjes zoeven de twee omlaag naar Wijlre waar de Dooden Man wacht.

“De Dooden Man is eigenlijk de afdaling van de Keutenberg. Het maximale stijgingspercentage (15%) is niet zo indrukwekkend als dat van zijn bekendere buur (22%). Maar met 9,6% tegenover 5,6% gemiddeld doet ie het wel opvallend beter”, puft de pijnverbijtende parcoursbouwer. Gelukkig wacht de koninklijke Cauberg pas over 10 km.

De Cauberg, de helling met het mooiste palmares (WK, Tour, Amstel) van Nederland, mocht ook dit jaar weer niet in het traject van de Cyclo Sprint Imes Classic ontbreken.

“Bijna 120 kilometer op de teller. Mooi zo. Meestal krijgen we hem pas na dubbel zoveel kilometer voor de wielen geschoven”, merkt Vansummeren terecht op en… schakelt vlot een tandje bij.

Op naar de Geulhemmerberg. “De afdaling ernaartoe is zwaarder dan de klim zelf”, fluit de prof van tussen zijn tanden.

Al dat klimwerk wordt een laatste keer beloond als opnieuw Maastricht onder aan het blikveld opdoemt. Al zien we de oudste stad van Nederland ditmaal vanuit oostelijke richting in volle glorie krioelen van bedrijvigheid. De twee rijden een bescheiden koppeltijdrit die hen langs het stadion van MVV brengt en via de Noorderbrug naar de overkant van de Maas… Alwaar Neerlands meest onbekende pukkel op ons wacht: de Bellevue, een voormalige stortplaats waar middels twee haarspelden het asfalt zich een weg naarboven baant.

Kilometer 136. Maastricht uit, betekent opnieuw België binnen.

Dankzij een korte passage langs de Zuid-Willemsvaart en het Albertkanaal komen we weer in de buurt van Bilzen, zoals de plaatsnamen Eigenbilzen en Munsterbilzen al doen vernoemen. In laatstgenoemde wacht de laatste bevoorrading van de dag.

Een laatste keer voltanken voor de laatste 31,5 km over voornamelijk vlakke wegen. De Sterrewacht, oftewel de uit het WK van 2002 bekende Pitshelling, nabij het Circuit van Zolder even niet meegerekend.

Eenmaal aangekomen in Viversel velt Johan Vansummeren ons verdict:

“Een prachtige tocht – veelal langs landelijke en verkeersarme wegen – waar veel ritme in zit. Niet al te veel bochtenwerk. Hoeft ook niet want de klimmetjes liggen – heuvelrug na heuvelrug – toch maar voor het oprapen, wat talloze prachtige panorama’s oplevert. De hellingen vertonen ook een mooie variatie aan lange lopers en korte, nijdige knikken. Maar het hoogtepunt vond ik toch het stukje door Duitsland. Met een mooie, onbekende klim als extra toemaatje. Dé verrassing van de dag! Nooit gedacht dat ik vanuit Heusden-Zolder binnen een bestek van 180 km drie landen zou aandoen. Ganz toll, zeggen dan zeker (knipoogt)?”

Rob Rodiers