Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Kopvrouw: Jolien D’hoore

Op zaterdag 2 oktober zette Jolien D’hoore (31) op de iconische openluchtpiste van Roubaix een punt achter haar actieve wielerbestaan. Stilzitten is echter niet aan haar besteed, want sinds kort is ze aan de slag als performance coach bij Sport Vlaanderen en vanaf januari zal ze deze functie combineren met het ploegleiderschap bij het Nederlandse NXTG Racing. Vooraleer D’hoore aan dit nieuwe avontuur begon, maakte ze nog even tijd voor een boeiend gesprek over vroeger, nu en binnenkort. “Tijdens mijn carrière leefde ik van ambitieuze uitdagingen en dat zal in de toekomst niet anders zijn.”

Een bronzen olympische medaille, twee wereldtitels, een hele resem Belgische en Europese titels en in de spreekwoordelijke herfst van haar carrière nog een fraaie zege in Gent-Wevelgem: het palmares van Jolien D’hoore mag er wezen. Van de regenboogtrui bij de junioren in 2008 tot haar laatste overwinning in de openingsrit van de Healthy Ageing Tour dit seizoen: dertien jaar lang was ze het boegbeeld van het Belgische vrouwenwielrennen. ‘The Belgian Bullet’ was sterk onderweg en snel aan de streep. Nu het afscheid achter de rug is en het stof letterlijk en figuurlijk is gaan liggen, is het tijd voor andere dingen. Een mooie gelegenheid om alles te doen wat God verbiedt en enkele weken te genieten van zalig nietsdoen, zou je denken. Of niet, Jolien?

Jolien D’hoore: “Helaas, het is behoorlijk druk geweest (lacht). Ik had nog enkele sponsorverplichtingen, werd regelmatig gebeld voor interviews, kreeg uitnodigingen voor allerlei events … En ik heb nu natuurlijk geen excuus meer om neen te zeggen. Best vermoeiend allemaal, na twee weken was ik snipverkouden. Veel tijd om op mijn positieven te komen, heb ik dus nog niet gekregen … ”

Van de ene op de andere dag ruilde je jouw uiterst gestructureerde topsportleven in voor een ‘normaal bestaan’. Liep je die eerste dagen niet wat verloren thuis?

“Neen, zeker niet. Het was heerlijk om na Parijs-Roubaix met een gerust gemoed frietjes te kunnen eten, geen recuperatiedrank te moeten drinken en daags nadien niet te moeten gaan losrijden. Al is het voorlopig wel bij die ene keer frietjes gebleven (lacht). Het is uiteraard niet evident om een levensstijl die je vijftien jaar lang hebt gehad zomaar even aan de kant te schuiven, maar het wende snel. Tussen alle afspraken door heb ik ook mijn sociaal leven opnieuw proberen op te pikken, dus ik heb me niet verveeld.”

Heb je je fiets intussen nog aangeraakt? Of staat hij stof te vergaren in de garage?

“Wees gerust: hij krijgt voldoende aandacht. Ik heb onlangs nog een rit voor het goede doel gereden in de Vlaamse Ardennen en een paar clinics gegeven met de ploeg in Maastricht. Ik fiets nog altijd supergraag en ben vooral blij dat ik nu zonder stress kan rondtoeren. Ik heb zelfs een gravelfiets gekocht om me ook offroad te kunnen uitleven.”

Kortom: je bent niet gestopt omdat je het fietsen op zich beu was, maar omdat je uitgekeken was op het wielrennen?

“Inderdaad, alles errond hoefde voor mij niet meer. Trainingsschema’s volgen, continu op mijn voeding letten, de vele sociale opofferingen, het risico op valpartijen en blessures, de permanente prestatiedruk …: het begon te wegen. Ik heb mijn sport altijd met veel passie en motivatie beoefend – zeker toen ik jong was, was het wielrennen het enige wat telde voor mij – maar de laatste jaren snakte ik toch echt wel naar een ander leven. Ik vind het leuk dat ik nu de vrijheid heb om volledig zelf te bepalen waar, wanneer en hoelang ik wil fietsen. Genieten van het landschap, de wielertoerist uithangen: meer moet dat niet zijn. Al zal ik er natuurlijk wel op toezien dat ik enigszins in vorm blijf (lacht).”

Lees het volledige artikel in de zesde editie van Cycling, nu verkrijgbaar in de winkel, HIER online te bestellen of HIER online te lezen via Blendle. Abonneer je HIER en geniet van onze aantrekkelijke abonnementsformules!