Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Makkelijke Vogezen?

De Tour trekt voor drie dagen de Vogezen in. In het julinummer van cycling.be magazine noemt Jan Bakelants dat niet voor niets een onderschat gebergte. We verkennen de belangrijkste bergen uit etappe 8, 9 en 10.

Zaterdag schuilt na twee beklimmingen van tweede categorie het gevaar vooral in de staart. La Mauselaine is een beklimming naar het skistation van Gérardmer, die start vanuit het idyllische stadje aan het meer. De korte afstand (1,8 km) wordt goedgemaakt door de steiltegraad: gemiddeld 10,3 % met uitschieters tot 16 %. Dan weet je het wel… Hier gaan de springveren zich op kunnen botvieren. Mocht Joaquim Rodriguez er plots zin in hebben, dan is dit bij uitstek een klim voor hem. Anders is het uitkijken naar Contador en Valverde.

Mocht Nibali in de vorige rit wat tijd hebben verloren, dan kan hij die schade eventueel herstellen in de negende etappe, want na de laatste klim gaat het in een rotvaart naar beneden. Al hou je toch nog best wat energie over voor de laatste twintig, overwegend vlakke, kilometers. Maar eerst zijn er wel zes cols te overwinnen. Na de Schlucht (8,6 km aan 4,5 %), Wettstein (7,7 aan 4,1 %), Cinq Châteaux (4,5 aan 6,1 %) en Gueberschwihr (4,1 aan 7,9 %) is het tijd voor het grote werk met de Markstein. Volgens de Tourorganisatie is die maar 10,8 kilometer lang (5,4 % gemiddeld) maar de echte voet ligt nog een stuk lager. Na de top krijgen de renners niet veel respijt, want na een korte afdaling en wat vals plat volgt de korte knik naar de Grand Ballon (1,4 aan 8,6 %).

De meest gevreesde etappe is zonder twijfel die van maandag “Quatorze Juillet”, net voor de zuurverdiende eerste rustdag. Na de Col du Firstplan (8,3 km aan 5,4 %), Petit Ballon (9,3 aan 8,1 %), Platzerwasel (7,1 km aan 8,4 %), Col d’Oderen (6,7 km aan 6,1 %) en Col des Croix (3,2 aan 6,2 %) is het tijd voor het echt steile klauterwerk met de Col des Chevrères (volgens ASO maar 3,5 km aan 9,5 % maar in feite meer dan 10 km lang). Die begint aanvaardbaar, maar in de laatste kilometers liggen lange stukken van 14 à 17 %. Wie dit of vorig jaar de 3 Ballons cyclosportieve reed, weet waarover het gaat. Na de afdaling mogen de klimmers meteen weer rechtstaan op de pedalen voor La Planche des Belles Filles (5,9 aan 8,5 %), dat een uitsmijtertje heeft van 20 % in de laatste meters. Twee jaar geleden troefde Froome hier nog Wiggins en diens concurrenten af (zie foto). Benieuwd wie zich dit jaar laat zien!