Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Marijn de Vries revalideert (DEEL 2)

Pas gepensioneerd profwielrenster Marijn de Vries kreeg in oktober een heupprothese. Op dit moment is ze druk met revalideren, met als doel: weer topfit worden. Dat doet ze onder andere met behulp van een Pioneer-wattagemeter. In deze serie blogs lees je of en hoe ze daar baat bij heeft.

En toen begon ik dus eindeloos mijn kont te trainen. Mijn rechterbil om precies te zijn. Want die deed het niet, zoals je in mijn eerste blog (link) kon lezen. Drie keer per week anderhalf uur in de sportschool, waarvan het eerste half uur met mijn fysio. Nu moet ik zeggen dat ik echt geweldige fysiotherapeuten (link) heb. Een team van vijf specialisten heeft zich intensief over mijn revalidatie gebogen. Ik ben veel, heel veel sneller gerevalideerd dan alle protocollen adviseren en voorschrijven.

WEG MET DIE KRUKKEN

Om een voorbeeld te geven: je ‘moet’ zes weken met twee krukken lopen, en daarna zes weken met één. Ik liep na twee weken al helemaal zonder krukken. Een ander voorbeeld: de hoek tussen bovenbeen en romp kleiner maken dan negentig graden mag eigenlijk niet in de eerste drie maanden na de operatie – zie mijn vorige blog. Maar ik fietste na vier weken weer op een gewone fiets, en na zes weken zat ik voor het eerst op mijn racefiets – met een heuphoek die flink kleiner was dan negentig graden. Na acht weken zei de orthopeed dat ik alles wat ik wilde gaan doen gewoon weer kon gaan doen. Hardlopen, balsporten, naar hartelust fietsen: alles.

Een gezegend mens ben ik, dat mijn revalidatie zo razendsnel gaat en dat mijn prothese er zo stevig in zit dat ik ook gewoon mag rennen – wat meestal wordt afgeraden na een dergelijke ingreep. Dat heb ik te danken aan een goede chirurg, mijn fitte atletenlichaam en mijn fysio’s, die meerdere malen per week overlegden over wat ik weer ‘mocht’. Ze wilden me snel laten revalideren, maar niet te snel, vanwege het heup-uit-de-kom-risico. Ik denk dat ze de perfecte middenweg hebben gevonden.

Nadat ik erachter was gekomen dat mijn rechterbil niet functioneerde, en die hard begon te trainen, kwam de kracht in mijn pedaalslag namelijk heel snel terug. Het interessante aan het wattagesysteem van Pioneer is dat het vermogen maar liefst twaalf keer per rotatie – radiaal, tangentiaal en zowel links als rechts apart (zie afbeelding bovenaan) – wordt vastgelegd. Andere wattagemeters die links/rechts onafhankelijk meten, leggen een gemiddeld vermogen per rotatie vast. In de analyse van mijn trainingen kan ik dus precies zien waar ik in de rotatie nog tekort kom en, zoals ik in mijn vorige blog ook al uitlegde, welke spiergroepen daaraan verbonden zijn.

Voor de cijfernerds zet ik het even op een rijtje:

4 december

6 december

8 december

Zoals je ziet zat er in de eerste drie dagen terug op de fiets nog een enorm groot verschil tussen het wattage links en rechts: met links, mijn ‘gezonde’ been, trapte ik ongeveer 55 watt meer dan met rechts, mijn geopereerde been. Ook in de pedaalefficiëntie zat een groot verschil. Overigens is de pedaalefficiëntie vanaf 40% al goed te noemen. Je kunt trainen op een hogere pedaalefficiëntie, bijvoorbeeld door op een groot verzet bergop te fietsen. Hoe beter je dat doet, hoe efficiënter je pedaalslag wordt – onder ideale omstandigheden is een pedaalefficiëntie van 60% het hoogst haalbare.

In de sportschool deed ik naast algemene rompstabiliteitsoefeningen allerlei speciale oefeningen voor mijn rechterbil: met mijn enkel gewichtjes zijwaarts wegtrekken en achterwaarts wegtrekken, stabiliteitsoefeningen door op één been kniebuigingen te maken en balanceren op een bosubal.

Een kleine drie weken later bleek het verschil tussen links en rechts behoorlijk afgenomen, zie onderstaande cijfers:

25 december

28 december

29 december

En niet alleen dat, mijn hele lijf bleek flink hersteld: gemiddeld trapte ik een fiks hoger wattage dan in de eerste dagen terug op de fiets.

STEEDS EFFICIËNTER

Het verschil tussen links en rechts was nu nog ‘maar’ 25 watt. Nog steeds aanzienlijk, maar de krachtoefeningen sorteerden na drie weken toch al een heel groot effect. Ook de pedaalefficiëntie van het rechterbeen begon beter te worden.

Plus, en daar wees mijn trainer Leon Burger (link) me op na uitgebreide analyse: bij hogere wattages, dus harder trappen, werd het verschil tussen links en rechts nóg kleiner. Logisch misschien, want hoe harder je trapt, hoe meer kracht je moet zetten met al je spiergroepen en hoe minder je één groep (bewust of onbewust) kunt ontzien.

Voor mij was dit een fijne extra bevestiging dat ik goed bezig was met mijn bilspieroefeningen. Maar… ik was er natuurlijk nog lang niet. Revalideren gaat aanvankelijk in grote sprongen, maar uiteindelijk tellen de laatste stapjes. De laatste paar procenten zijn het lastigst. Ik heb nog aardig wat procenten te gaan voor beide benen weer even sterk zijn – dus ja, ik ga vrolijk verder met mijn biltrainingen.