Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Paris-Roubaix: ‘Een kinderdroom, een verschrikking’

Een dag voor de profs hebben ook 2.100 moedige wielertoeristen de poorten van de Hel van het Noorden geopend. Onder hen ook exoten uit Gambia en Fiji.

Stoempen, duwen en trekken. Dokkeren over kasseien. Van de ene naar de andere kant. Een lekke band. Vloeken, zuchten, even rechtstaan en weer gaan zitten. En stof vreten in deze droge omstandigheden. In het profpeloton blijven veel renners liever weg uit de grauwe streek in het noorden van Frankrijk, maar dat doet geen kiezel af van de mytische status van l’Enfer du Nord.

Zo bleek zaterdag opnieuw. In Roubaix tekenden 2.100 enthousiaste wielertoeristen present om  kilometers bonkige stenen bedwingen en dan de piste van Roubaix op te rijden. Zoals Johan Museeuw, Tom Boonen of Fabian Cancellara. De dappersten onder hen kozen voor een parcours van 170 kilometer, met 27 kasseistroken. In totaal goed voor 52,3 kilometer kinderkopjes, identiek aan de uitdaging die Cancellara en co voorgeschoteld krijgen. Voor de minder bedreven kasseivreters was er ook een parcours van 153 kilometer (32,6 km kasseien) en 70 kilometer (9,3 kilometer kasseien). Op de verschillende kasseistroken zorgde Mavic voor de nodige technische assistentie.

Opvallende vaststelling. Niet de Belgen maar de Britten waren in het noorden van Frankrijk het best vertegenwoordigd met ruim 400 deelnemers. De grote aantrekkingskracht van Parijs-Roubaix schetst zich in het brede spectrum aan nationaliteiten. Ook Brazilië, Oekraïne, Japan, Fiji en Gambia stuurden hun gezanten af. De eersten streken al om vijf uur ’s ochtends in Roubaix neer.

“Het is een voor velen een kinderdroom die in vervulling gaat”, klinkt het bij een deelnemer die het parcours van 153 kilometer uitreed. “Maar dan eentje waarin je heel hard afziet. De eerste kasseistrook was het Bos van Wallers-Arenberg. Een verschrikking. Je rijdt meteen de hel binnen.” De kasseistroken liggen al ingesloten tussen horden mobilhomes. Fanatieke supporters schreeuwen ook voor deze ‘kleine helden’ hun stem schor.

En dat is nodig ook. Na zestig kilometer draait de wind en is het nog bijna honderd kilometer beuken en kraken. Maar dan volgt de beloning: de piste in Roubaix en een verkwikkende douche. En wellicht nog enkele dagen van zadelpijn. Je moet er iets voor over hebben om de Hel te overleven.