Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Pauze: wattages in het wielrennen

Niet hartslag, niet snelheid en soms zelfs niet de uitslag zijn tegenwoordig de manier om een wielerprestatie naar waarde te schatten. Op tv en in de kranten wordt er anno 2021 vooral gesproken over wattages. Per minuut of per kilogram. Maar wat leert ons dat nu eigenlijk? Waarom zijn die cijfers zo belangrijk geworden dat ze zelfs onze talentenrekrutering beïnvloeden? En is werkelijk alles te vatten in wattages of zijn er uitzonderingen?

“Er moeten zeker twintig Tourzeges behaald zijn met onze vermogensmeters: LeMond, Ullrich, Riis, Armstrong, Contador, Froome en nu ook Pogacar. Op het absolute hoogtepunt reden 160 renners in de Tour met ons systeem. Maar sinds het patent in 2008 verlopen is, zijn er veel concurrenten op de markt gekomen. Nu rijden er officieel nog drie teams met een SRM-vermogensmeter.”

Het is maandagnamiddag en we zitten via een WhatsApp-videogesprek tegenover Ulrich Schoberer, een enthousiaste Duitse vijftiger. Schoberer is de man achter de Schoberer Rad Messtechnik, kortweg ‘SRM‘. De medisch ingenieur fietst nog dagelijks twee uur, zegt hij, en bezoekt zoveel mogelijk koersen als hij kan. “Het contact met de renners is heel belangrijk voor ons. André Greipel passeert regelmatig tijdens zijn trainingen. En Chris Froome kwam aan het begin van het seizoen langs om nog vijf meters voor zichzelf te kopen.”

Jarenlang stond een wattagemeter of vermogensmeter in de wielersport synoniem voor een SRM-systeem. Het systeem meet de kracht die een renner uitoefent op de crank spider. Ook de negende generatie, die in 2021 op de markt kwam, werkt nog steeds volgens dezelfde principes als de eerste SRM-meter uit 1987. Volgens Schoberer blijft die plaats, tussen de crank waar de renner zijn kracht op uitoefent en het tandwiel dat die kracht moet overbrengen op de ketting, de beste plaats om te meten. De meting van de SRM, vermenigvuldigd met de trapfrequentie, levert het vermogen op.

Voor Schoberers uitvinding moesten renners plaatsnemen op een ergometer in een lab om te ontdekken hoeveel kracht ze precies leverden. Eenmaal op de fiets, op training of in koers konden de snelheid of hartslag gemeten worden, maar het absolute vermogen dat een renner leverde bleef onbekend. Door Schoberers goede netwerk raakten renners als LeMond en de Telekom-ploeg al snel overtuigd van de mogelijkheden. Zo troefde hij eind jaren 80 andere meetsystemen af, zoals Looks Max One-pedalen en de voorloper van de PowerTap-vermogensmeter in de achternaaf. Nu, ruim dertig jaar later, kunnen we zeggen dat de vermogensmeter de sport compleet veranderd heeft.

Lees het volledige artikel in de vijfde editie van Cycling, nu verkrijgbaar in de winkel, HIER online te bestellen of HIER online te lezen via Blendle. Abonneer je HIER en geniet van onze aantrekkelijke abonnementsformules!

Gerelateerde artikels