Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Ploegentijdrit voor dummies

Nu zondag gaat het WK in Valkenburg van start met de ploegentijdrit. Wil je je als recreant ook eens uitleven in deze discipline? Houd dan rekening met de tips van Cyclo Sprint en Energy Lab.

Een ploegentijdrit is inderdaad de moeite, maar vereist enige training. Onderstaande tips kun je trouwens ook gebruiken om het gemiddelde van je clubrit op te krikken! Ga in een verkeersluwe zone met lange rechte stukken trainen op de automatismen. Ideaal is dat iemand vanuit de volgwagen jullie in het oog houdt en misschien zelfs filmt. Zo kun je alle fouten eruit halen.

Tijdens die training(en) zoek je de juiste volgorde. Je merkt al snel dat je alle snelle mannen niet achter elkaar mag laten rijden. Het is beter om een sterke renner te laten volgen door een iets minder snelle die een kortere beurt voor zijn rekening neemt.

Dat is trouwens een van de belangrijkste lessen: het tempo vasthouden is het allerbelangrijkste. Daarom mag de tempobeul van de groep niet versnellen, maar moet hij gewoon een langere beurt doen. De ‘zwakkeren’ moeten er dan weer voor zorgen dat ze van de kop gaan, als ze het tempo niet meer kunnen volhouden.

Als de posities goed zitten en iedereen dicht genoeg op het wiel van zijn voorganger durft te rijden, kun je het bochtenwerk inoefenen. Wie als eerste de bocht ingaat, trekt de trein ook opnieuw in gang, waarna de volgende overneemt. Probeer ook in de bochten gegroepeerd te rijden, want elk gat moet opnieuw dichtgereden worden.

WAT MET DE WIND?

De wind speelt uiteraard een heel belangrijke rol bij de formatie van de ploeg. Hoe meer de wind van voren komt, hoe rechter de lijn die de ploeg vormt. Komt de wind van de zijkant, dan rij je natuurlijk schuin achter elkaar. Bij wind in de rechterzij rijdt de voorste renner aan de rechterkant van de weg, zodat iedereen achter hem uit de wind zit.

Rij je in het midden van de weg, dan kan het gebeuren dat er niet genoeg plaats is om de achterste renner(s) uit de wind te houden. Die moeten dan ‘op het kantje’ rijden en verliezen zo de energie die ze nodig hebben om zelf aan kop te sleuren. Gaat de voorste man van de kop, dan laat hij zich gewoon recht naar achteren uitzakken. Hij let erop dat hij op tijd weer kan aansluiten. De tweede renner neemt de leiderspositie over en schuift – nadat er plaats is gemaakt door zijn voorganger – op naar rechts.

Is de groep groot genoeg – handig voor grotere wielerclubs die samen op stap zijn, maar moeilijk voor een ploegentijdrit met maar vijf man – dan kun je een ‘dubbele waaier’ vormen. Dan vorm je twee rijen. De ene rij rijdt aan de kant van de wind, en bestaat uit renners die zich laten uitzakken, terwijl in de andere rij renners met beschutting naar voren rijden om daar tempo te maken. Wie van de kop af gaat, mag zich niet bruusk laten uitzakken, maar moet in het wiel van de nieuwe kopman blijven. Zo ontstaat een gesloten ketting die de ‘verse’ mannen uit de wind houdt. Deze techniek is moeilijker dan een enkele waaier en eist dat de mensen die meedraaien ongeveer even sterk zijn. Het is ook moeilijk toepasbaar op smalle of bochtige wegen.

EN NU VOOR ECHT

Neem je deel aan een (recreatieve) wedstrijd, maak dan genoeg tijd hebt om te verkennen. Zo kom je te weten waar de moeilijkste punten in het parcours zitten, hoe de wind waait, en waar je energie moet sparen of net voluit kunt gaan. Dan moet je niet te vroeg renners achterlaten, want die heb je misschien nodig om nog even op een volgend recht stuk mee tempo te maken. Het is niet de tijd van de eerste renner die telt, maar wel die van de vierde of vijfde (afhankelijk van het reglement voor een bepaalde wedstrijd).

Voor je start, spreek je nog eens duidelijk af hoe de taken worden verdeeld en wat er gebeurt bij bepaalde situaties. Veel mogelijkheden om bij te sturen tijdens een tijdrit zijn er niet, dus afspraken vooraf zijn cruciaal. Daarna is het zaak om je goed te verzorgen, voldoende te drinken, nog snel iets te eten …

Na de tijdrit kun je het best een korte evaluatie houden: waar liep het fout? Waar kunnen we bijsturen voor de volgende keer?