Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Recon: crosstraining met Quinten Hermans

Op een steenworp van het bekende pretpark Bobbejaanland ligt een pretpark voor fietsers. Het permanente cyclocrossparcours in Lichtaart is zowat het walhalla van de veldrijder. Wellens, Nys, Stybar, Van der Poel …: allemaal kennen ze de paadjes van dit ‘crossbos’ als hun broekzak. Onze man ging mee in het spoor van Quinten Hermans, die na een straf wegseizoen in de nek van de veldrittoppers hijgt.

Zak tussen pakweg september en februari op een woensdagochtend af naar camping ‘Floreal Kempen’ en je komt er gegarandeerd een legertje veldritprofs tegen. Op het permanent aangelegde cyclocrosscircuit voeren quasi alle ploegen hun teamtrainingen uit. Ooit was dit het trainingsparcours van het vroegere Fidea-team, intussen is het voor elke profploeg een hotspot geworden. De reden? Je vindt er van alles wat en de zandgrond maakt er zelfs bij veel regenval geen modderpoel van.

Wanneer we toekomen aan de parking van de camping zien we het busje van het Tormans CX Team al staan. De renners zijn vanuit de ‘service course’ in Geel met hun crossfiets naar hier getrokken. Zo zijn ze meteen opgewarmd voor hun pittige training. Die is al begonnen wanneer we onze Cannondale-crossfiets uit de koffer halen. Lichtjes opgewonden rijden we het bos in, op zoek naar onze gesprekspartner voor deze speciale ‘Recon’. Op het smalle fietspad horen we de stem van Bart Wellens door het bos galmen. “Ja!” roept de ploegleider van het Tormans-veldritteam terwijl hij zijn arm van boven naar beneden zwaait, als ware het een starthek in de motorcross. Het sein voor zijn pupillen om als bezetenen in de pedalen te klikken voor een langgerekte spurt van 45 seconden, tot aan de gele kegeltjes die Wellens heeft opgesteld.

We maken ons snel uit de voeten en genieten van de actie. Het geluid van zigzaggende banden, kettingen die verspringen, gehijg van renners en de wind die ze ontwikkelen bij het voorbijrazen: heerlijk! Na een vijftal van die moordende spurtjes is het tijd voor deel twee van de training. Voor dit lange en intensieve blok trekken de renners naar de beruchte ‘put’. “We krijgen dit weekend klimwerk voorgeschoteld in Overijse en op de Koppenberg, dus dat proberen we hier na te bootsen”, legt Wellens uit wanneer we naar de put fietsen. Onderweg komen we een vijftal van IKO-Crelan tegen en ook Sven Nys en zijn Baloise Trek Lions passeren de revue.

De put is – zoals de naam doet uitschijnen – een diepe zandkuil. De Tormans-boys haspelen een paar keer een lus af die dwars door deze kuil loopt. Telkens wanneer ze in aantocht zijn, stopt Wellens met praten en transformeert hij in een fanatieke coach. “Probeer het tempo op de tussenstroken op te trekken”, en “niet te groot trappen, blijf licht sprinten” zijn maar enkele richtlijnen van de tweevoudige wereldkampioen. Al snel heeft Quinten Hermans een bres geslagen die hij rondje na rondje uitbouwt. Na 20 minuten zit zijn eerste trainingsblok erop. Voorovergebogen over zijn stuur komt hij op adem, terwijl hij de rest van de ploeg opwacht. “Amai, die spurtjes deden pijn”, puft hij. “Maar dat maakt deze groepstrainingen net zo waardevol. Op je eentje kan je niet zo diep gaan als tegen anderen. Je moet soms ook improviseren als iemand een foutje maakt, net zoals in de cross.”

Lees het volledige artikel in de zesde editie van Cycling, nu verkrijgbaar in de winkel, HIER online te bestellen of HIER online te lezen via Blendle. Abonneer je HIER en geniet van onze aantrekkelijke abonnementsformules!