Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Recon: WK-parcours

“Het wordt hoe dan ook een uitputtingsslag.” We vegen het zweet van ons voorhoofd en kunnen Dylan Teuns (29) alleen maar gelijk geven na onze verkenning van de finale van het WK op de weg in Vlaanderen. Dik 2.500 hoogtemeters, verdeeld over 42 hellingen en 268 kilometer. Dat staat het mannelijke profpeloton op zondag 26 september te wachten. Eén ding is zeker: in Leuven gaat er geen pannenkoek met de regenboogtrui aan de haal.

Negentien jaar na Zolder 2002 zakt het wereldkampioenschap opnieuw af naar de bakermat van het wielrennen. Vlaanderen 2021 belooft een achtdaags volksfeest te worden, één langgerekte hommage aan de koers. Met WK-kandidaat, puncher en alleskunner Dylan Teuns vonden we een ideale scout om de finale mee te verkennen. Op een normale 31 augustus zouden we onze rit met korte mouwtjes en dito broek aanvatten. De Belgische zomer van 2021 is echter allesbehalve normaal te noemen. Teuns heeft op deze frisse ochtend zijn beenwarmers in Halen gelaten en zal ons binnen afzienbare tijd spijt doen krijgen van de keuze om ons warm in te duffelen. “Wees gerust”, zegt Teuns, “vandaag doe ik het rustig aan.”

We zijn geneigd hem te geloven, want onze spichtige kompaan heeft net de Ronde van Duitsland in de benen. Ondanks het weinig geaccidenteerde parcours bikkelde hij er tot de laatste dag voor eindwinst, om uiteindelijk als vierde te stranden. Maar ‘rustig aan’ heeft voor een profrenner duidelijk een andere betekenis dan voor een modale recreant. Als we aan de kerk van Neerijse in de pedalen klikken, schakelt Teuns meteen naar het buitenblad. Daar zal zijn ketting de komende 55 kilometer niet meer af gaan.

Smeerlap Smeysberg

De startplaats van onze ‘recon’ is zorgvuldig uitgekozen. Neerijse ligt min of meer in het midden van de twee lussen die het internationale peloton meermaals zal afleggen na de vlakke aanloop vanuit startplaats Antwerpen. De eerste lus, de zogeheten ‘Flandrienlus’, is 32 kilometer lang en telt zes hellingen. De tweede lus, de zogeheten ‘finalelus’, slingert zich door aankomstplaats Leuven, is 15,5 kilometer lang en telt vier hellingen. De Flandrienlus moet in totaal twee keer afgelegd worden, de finalelus acht keer.

We starten met de Flandrienlus, waar Remco Evenepoel enkele dagen eerder imponeerde in de Druivenkoers. Na tien minuutjes trappen zijn de benen net op tijd warmgedraaid voor ons eerste obstakel in het fraaie Huldenberg. De Smeysberg wordt twee keer beklommen in deze lus en wordt bij de zwaarste kuitenbijters van de Druivenstreek gerekend. Die reputatie heeft hij absoluut niet gestolen. Het nieuwe laagje asfalt is niet meer dan een doekje voor het bloeden. De Smeysberg is een muur. Een kaarsrechte, meedogenloze klim met uitschieters tot 17%. Doseren is hier geen optie.

Lees het volledige artikel in de vijfde editie van Cycling, nu verkrijgbaar in de winkel, HIER online te bestellen of HIER online te lezen via Blendle. Abonneer je HIER en geniet van onze aantrekkelijke abonnementsformules!