Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Revisited: De nieuwe wieleraristocratie

Bijna iedere noemenswaardige wielerwedstrijd leek een prooi voor een van hen te zijn. In het tweede deel van 2020 en de eerste maanden van 2021 stond er geen maat op deze groep renners. Tijd voor een evaluatie!

Wout van Aert, Mathieu van der Poel, Julian Alaphilippe, Filippo Ganna, Egan Bernal, Tadej Pogacar, Primoz Roglic, Remco Evenepoel en Marc Hirschi. Vol enthousiasme bombardeerde ik ze in een eerder Cycling-artikel tot een afgesplitste elite, een nieuwe ‘wieleraristocratie’. Een clubje renners dat schijnbaar zelf de keuze in handen had hoe de wedstrijd ging verlopen. Wie zich waagt aan een dergelijke boude uitspraak, moet zich ook overgeven aan een reflectie. Waren deze onaantastbare renners echt zo onaantastbaar?

Eerlijk verdeeld

Roze, geel, rood, regenboog en nog een keer regenboog. De belangrijkste en meest fel betwiste wielerkleuren werden stuk voor stuk eerlijk verdeeld onder de bovengenoemde groep renners. Bernal won de Giro, Pogacar de Tour en Roglic de Vuelta. Alaphilippe verlengde zijn wereldtitel op de weg, Ganna prolongeerde de regenboogtrui in het tijdrijden. Nog interessanter is het om in te zoomen op de manier waarop deze vijf hoofdprijzen werden binnengesleept.

Toen Bernal in een verregend Italië aan de Giro begon, waren er twijfels. Na zijn machtsovername op de gravelstroken van Campo Felice, ebden die twijfels snel weg. Een galavoorstelling in winterse omstandigheden op de Passo Giau bezegelde zijn Giro-overwinning. De Tourzege van Pogacar maakte zowaar nog veel meer indruk. Al in de eerste week stak de piepjonge Sloveen ver boven zijn concurrenten uit. Pogi won drie etappes en bleek bergop schier onnavolgbaar. Zijn voorsprong bedroeg in Parijs meer dan vijf minuten. Ook de Vuelta werd gedomineerd door een Sloveen. Na een voor hem teleurstellende Tour won Roglic in Spanje de tijdritten op de eerste en de laatste dag. In de drie weken daartussen maakte geen enkele andere renner ook maar de indruk hem van zijn derde Vueltazege af te kunnen houden. Gezamenlijk wonnen Bernal, Pogacar en Roglic negen etappes in de drieweekse rondes. Als dat geen overmacht is?

Pogacar triomfeerde een hele Tour lang. (foto: Kramon)

Evenzo ging het Alaphilippe en Ganna uitstekend af op het wereldkampioenschap. Op het zeer selectieve, maar voor velen geschikte parcours rondom Leuven was Alaphilippe in de slotfase heer en meester van de wegrit. Prolongatie van de wereldtitel is een bijzonderheid in het wielrennen, maar alleskunner Juju bleek bij uitstek een renner die zijn dagen uitzoekt om te pieken. Hetzelfde geldt voor Ganna, die ondanks een steeds moordendere concurrentie in de chronodiscipline zijn status als beste tijdrijder ter wereld extra glans gaf. Ook hij won zijn tweede titel op rij.

Veelvraten

De Giro, de Tour, de Vuelta en twee keer de regenboogtrui dus. Maar ook de Ronde van Lombardije, Luik-Bastenaken-Luik, de Strade Bianche, Gent-Wevelgem, de Waalse Pijl en de Amstel Gold Race. De Tirreno-Adriatico, de Ronde van het Baskenland en de UAE Tour. De olympische tijdrit. De lijst met koninklijke overwinningen houdt voor bovengenoemde veelvraten niet op. Maar er is veel meer om bij stil te staan. Ook in alle andere, kleinere wedstrijden grossierden deze renners in overwinningen. De statistieken zijn duizelingwekkend.

Ganna op een tijdritfiets is één brok kracht. (foto: Kramon)

Het bovengenoemde negental boekte maar liefst dertien zeges in de grootste eendagswedstrijden. In totaal werden tien rittenkoersen afgesloten met een zege in het algemeen klassement. Tel daar nog eens elf nevenklassementen bij op. Als uitsmijter werden ook nog eens 43 individuele etappezeges behaald. Dertig hiervan werden verzameld door het superkwartet bestaande uit Van der Poel, Van Aert, Pogacar en Roglic. Pogacar is met negentien podiumbestijgingen de meest productieve renner van de groep. Veelal betekende een zege voor de ene topper een tweede of derde plek voor de andere. Om dus over alle overige ereplaatsen nog maar te zwijgen. Tja, dan blijft er vanzelf weinig over voor de rest van het peloton…

Te verslaan

Toch was het niet in iedere koers rozengeur en maneschijn. Uiteraard kan niet iedere wedstrijddag aan de zegekar gehangen worden, maar juist op de dagen die bij uitstek gemaakt leken voor de bovengenoemde groep alleskunners, ging het zo nu en dan mis. Enkele treffende voorbeelden uit het voorjaar tonen hun overwinnelijkheid aan. Denk aan de even prachtige als verrassende overwinning van Jasper Stuyven in Milaan-San Remo. In La Primavera liet de lange Belg onder andere Van der Poel en Van Aert achter zich. De verassende Tom Pidcock versloeg Van Aert tijdens de sprint bergop in de Brabantse Pijl. Kasper Asgreen, van wie niemand de sprintcapaciteiten goed kon inschatten, verschalkte Van der Poel in de lange finishstraat van de Ronde van Vlaanderen. Misschien wel de mooiste uitschieter van dit jaar vormde de met modder besmeurde Sonny Colbrelli. Zijn zege in Parijs-Roubaix was even verrassend als memorabel. Conclusie: Zelfs de allerbeste renners zijn geregeld te verslaan.  

Toen Asgreen en Van der Poel hun sprint in de Ronde van Vlaanderen startten, hadden maar weinigen deze uitkomst verwacht. (foto: Kramon)

Tussenjaar

In maart van dit jaar schaarde ik nog twee namen bij de potentiële wielerelite. Twee piepjonge megatalenten die in 2020 nog verbaasden met waanzinnige prestaties, kenden in 2021 echter een vrij anoniem jaar. Alhoewel, anoniem? Remco Evenepoel fietste toch nog behoorlijk wat fraaie en vooral oppermachtige overwinningen bij elkaar. Maar toch, in de echt grote wedstrijden gaf hij niet thuis op de manier waarop de Belgische wielerfans gehoopt hadden. Tijdens de Ronde van Italië bleek hoeveel last hij nog had van zijn gruwelijke val in Lombardije. Tegelijkertijd werd Evenepoel door veel schrijvende pers al haast afgeschreven voor de toekomst. Onzin natuurlijk. Voor de jonge Belg is 2021 een jaar met tegenslagen, maar vooral ook een jaar met veel leermomenten.

Voor Marc Hirschi liggen de kaarten wellicht iets anders. De Zwitser verbaasde in 2020 met zijn prestaties in de Tour de France en de monumenten. In de winter richting 2021 was er vervolgens veel te doen om Hirschi. Plots vertrok hij bij Team DSM, tot onvrede van de ploegleiding. De opvallende overgang naar UAE Emirates bracht hem het grote geld, maar absoluut nog geen vrijheid en stabiele basis om zijn prestaties van het jaar ervoor te overtreffen. In de anonimiteit en vooral de schaduw van superkopman Pogacar reed Hirschi zijn eerste jaar in Arabische dienst kleurloos rond. Gezien het koersgeweld dat de nog altijd pas 23-jarige Zwitser in het verleden heeft laten zien, ligt het in de lijn der verwachting dat 2021 voor hem, alsook voor Evenepoel, een tussenjaar naar meer moois geweest is.   

Het eindrapport

Een nieuwe wieleraristocratie? Wie nou eigenlijke de beste, een van de beste of de besten van het wielerpeloton is of zijn, is uiteraard een open, eindeloze en wellicht ook nutteloze discussie. Maar de buitengewone prestaties in het voorjaar, en dan vooral in de Tirreno-Adriatico, duidden toen op een potentiële dominantie van een groep superrenners. Deels valt die lijn door te trekken in de rest van het prachtige wielerseizoen dat 2021 was. Deels vielen sommige renners tegen, mede vanwege hun jonge leeftijd. Grote en vooral veel overwinningen werden geboekt, maar ook gevoelige nederlagen passeerden de revue. Maar wellicht zijn hun prestaties niet eens het belangrijkste voor de waarde van de wielersport.

De onweerstaanbare aanval van Alaphilippe op het WK. (foto: Kramon)

Want wat deze groep renners ons vooral heeft gebracht, zijn de meest fantastische koersen die we dit jaar hebben gezien. Denk aan de fraaie solo van Alaphilippe op het wereldkampioenschap, de verschroeiende tijdritten van Filippo Ganna in de Giro, het avontuur van Van der Poel in de Tirreno en de ontsnapping van Bernal en Roglic in de Vuelta. Misschien wel de grootste demonstratie van spektakel was de aanval van Pogacar in de Tour de France, die hem op dag acht al een almachtige positie in het klassement opleverde. Dat zijn de dagen waarvoor de wielerliefhebber thuisblijft. En voor die dagen hebben deze renners bij uitstek gezorgd. Ze brachten spektakelkoers in miljoenen woonkamers. Dat gegeven is voor de wielersport de grootste zegen uit een fantastisch 2021.