Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Scott Foil RC doet alles beter dan zijn voorganger

Cijfers over de nieuwe Scott Foil RC zijn er genoeg: hij is 20% sneller, 9% lichter en 10% comfortabeler dan zijn voorganger. Ook details over het hele ontwerpproces kregen we voldoende. Maar het allerbelangrijkste waren de testritten. Gelukkig waren ook die meer dan de moeite waard.

De doelstellingen voor deze Foil waren duidelijk: betere aerodynamica, meer comfort en lager gewicht. De geometrie is gelijk aan die van de Addict RC. Om die geometrie te bepalen, zoekt men eerst naar de contactpunten, waarna de achtervorklengte, balhoofdhoek, vorksprong, brackethoogte en andere kunnen worden vastgelegd. Uiteraard valt de rechte zadelbuis op, maar als je uitgaat van een gemiddelde zadelhoogte per maat, is de positie ten opzichte van de vorige Foil gelijk gebleven.

De ontwerpers bepalen eerste het zijaanzicht en vullen daarna de details in. Na de veranderingen in het UCI-reglement kunnen buizen wat groter worden gemaakt, maar als je geen loodzware fiets wil, overdrijf je daar niet in. Om het gewicht in te schatten, berekent men eenvoudigweg de oppervlakte.

De UCI-reglementen maken snellere fietsen mogelijk.

Vloeiende overgangen zijn ook belangrijk voor de prestaties en de ideale vorm moet zo ver mogelijk worden doorgetrokken. Daarom wordt er een eerste 3D-model gemaakt, dat wordt aangepast, waarna die aanpassingen terug worden bekeken tussen de departementen van de ontwerpers en ingenieurs. En of je nu maat 49 of maat 61 rijdt, telkens opnieuw is vertrokken vanuit een nieuwe schets. Scott heeft de Foil niet als frameset maar als systeem ontworpen, dus ook bij een aanpassing van het stuur wordt het frame herbekeken.

Een maatje 49 naast een 61.

Het aero thema is doorgetrokken in het grafisch ontwerp, zoals je kan zien aan de streepjes op de onderbuis met het logo.

De smallere vorkbuis biedt ruimte aan de kabels errond, zodat die zonder wrijving kunnen passeren. De Di2-batterijhouder zit in de bottom-bracketruimte verwerkt. De voorderailleurhouder kan je vervangen door een plaatje, mocht je met een enkel voorblad willen rijden.

De afweging comfort versus efficiëntie bleek simpel. De hele fiets is gericht op maximale krachtoverbrenging, terwijl de zadelpen de enige echte comfortzone is. Stijfheid versus gewicht is zo’n ander compromis. Om dat te optimaliseren, is het frame uit vier delen gemaakt, met vijf verbindingen. Met Finite Element Analysis (FEA) werd dan digitaal bekeken hoe de carbon matten moesten geschikt worden. Dat leverde 558 verschillende onderdelen op bij de SL-versie. Dankzij de software kan worden gevisualiseerd waar de meeste stress plaatsvindt in het frame. Om een bepaald gedeelte te versterken, bekijkt men hoeveel zwaarder het frame daardoor wordt en hoeveel stijfheid het oplevert. Met een simpele wiskundige formule weet men dan of het de moeite loont om te doen of niet.

Een kaal frame van de Foil weegt 805 gram. Voeg je daar verf, de batterijhouder, klemmen, klinknagels en patten aan toe, dan kom je aan een totaal van nog altijd maar 915 gram voor de SL en 985 gram voor de iets minder gesofisticeerde gewone versie. Daardoor is de Foil 3 meer dan 100 gram lichter dan de Foil 2. De bracketstijfheid is vastgelegd op 60 N/mm en de balhoofdstijfheid op 92 N/mm, wat overeenkomt met de cijfers die de Addict RC kan voorleggen. Dat was dan ook het doel, want Team DSM is blij met die fiets.

Het ontwerpproces

Niet minder dan drie jaar is er aan de derde generatie van de Foil gewerkt. De eerste helft daarvan ging volledig naar het algemene ontwerp en de aerodynamicaontwikkelingen. Daarbij wordt eerst beslist over het buisprofiel, maar uiteindelijk wordt het complete plaatje van fiets met renner onder de loep genomen, om een fiets te hebben die efficiënt is in echte omstandigheden. Bij elke stap wordt CFD-analyse (Computational Fluid Dynamics) gebruikt, waarna de resultaten in de windtunnel nog worden gevalideerd.

De ontwerpers starten met het NACA-profiel, de vorm die wordt gebruikt om vleugels te maken. Van dat NACA-profiel wordt de staart afgesneden. Waar en hoe dat gebeurt, is een afweging qua gewicht, aerodynamica en stijfheid. Er worden ook asymmetrische profielen gebruikt, bijvoorbeeld bij de voorvork.

Aero-expert Simon Smart: “Vroeger hadden we alleen de windtunnel, maar dan hebben we leren werken met CFD-software. Daarmee konden we het giswerk verminderen. Een snelle fiets moet ook de fietser zelf incalculeren, want die is verantwoordelijk voor driekwart van de luchtweerstand, terwijl een fiets maar 20% en wielen amper 5%. In de windtunnel kan je goed en betrouwbaar tests herhalen, maar het wordt steeds moeilijker door de kleinere winsten die nog te behalen zijn. Bovendien heeft de fietsindustrie andere vereisten dan de vliegtuig- of autobouw. De snelheden zijn lager en er zijn veel invloeden. Een van die invloeden is de ‘yaw angle’, de hoek die wordt bepaald door de wind in combinatie met de eigen ontwikkelde snelheid. Meestal zit die yaw angle tussen de 4 en 10 graden, maar toch moet je ook zorgen dat de fiets stabiel blijft bij hevige zijwind.

Bij het eerste, ruwe prototype worden nog veel aanpassingen met klei gemaakt.

Tijdens de eerste week in de windtunnel wordt veel gewerkt met klei om aanpassingen aan het prototype te maken en de invloed daarvan na te gaan. Zo hebben we gezien dat het niet loont om een uitholling in de schuine buis te maken voor de bidon. Het tweede prototype is al veel cleaner.

De nieuwe Foil heeft wel wat eigenheden. Zo staan de afgeplatte buizen van de staande achtervork tien graden naar binnen gedraaid, een ingreep die 0,64 watt winst biedt omdat de luchtstroom door de ronddraaiende spaken loopt. Een dunne vorkkroon deed het 0,6 watt beter dan de dikkere. Ook het stuur maakt een belangrijk deel uit van het ontwerp. In totaal is de nieuwe Foil 1 minuut 18 seconden sneller over 40 kilometer ten opzichte van de vorige. Deze meting is representatief voor een profrenner in een solovlucht aan 40 km/u in gemiddelde omstandigheden, dus met een mix van verschillende yaw angles. De makers konden trouwens meegeven dat er geen grote verschillen zitten tussen de winst in lage versus hoge snelheden. Die curve loopt dus heel stabiel.

Dankzij de naar binnen gedraaide buizen van de staande achtervork wordt de luchtstroom geoptimaliseerd.

De fiets is gemaakt voor velgen van 40 tot 60 mm hoog en wordt geleverd met een smallere en dus aerodynamischere voorband van 25 mm en een comfortabelere achterband van 28 mm, waarrond ook de kromming van de zadelbuis is gemaakt.

Comfort

Bij een aero racefiets zijn het vooral de banden die voor het comfort moeten zorgen. Daarom biedt de Foil ruimte voor banden van 30 millimeter breed. De steilere en hogere zadelbuis, die met zijn kromming rond het achterwiel onvermijdelijk doet denken aan de Cervélo S5, zorgt voor aerodynamisch voordeel maar zorgt automatisch voor een hardere zadelpen. Daarom is die pen uit tweee delen gemaakt, met een smal voorstuk dat rond het uitgeholde achterstuk kan buigen. Er schiet 109 millimeter over om door te buigen. Tegelijk krijg je niet te veel beweging van voor naar achter, wat anders vaak als vervelend wordt ervaren. Om het geheel betrouwbaar te houden, gebruikt Scott een speciaal siliconevet tussen de twee delen, en je controleert best elke 1000 kilometer de goede werking.

Een mooi detail is de mogelijkheid om een als extra verkrijgbaar achterlicht te monteren. Gebruik je die Campbell 20 Aero iL Rear Light niet, dan vervang je het door een lichtere afdekking. Zoals gebruikelijk zorgt zustermerk Syncros voor dit soort accessoires. Het herlaadbare lampje weegt maar 40 gram en biedt een lichtopbrengst van 20 lumen. Het achterlicht past enkel in de Duncan SL Aero Comfort-zadelpen van 270 gram, maar er is ook een volle zadelpen verkrijgbaar die lichter is, namelijk 190 gram, en in twee lengtes beschikbaar, met een offset van 0 of 15 mm. De zadelpennen hebben een kop die compatibel is met ronde en ovale, carbon zadelrails.

De cockpit weegt amper 335 gram (in maat 420/110) en is nog meer aero dan bij de Addict RC. Hij is beschikbaar in breedtes van 380 tot 440 mm en virtuele stuurpenlengtes van 70 tot 140 mm. De compacte bocht nodigt uit tot diep zitten. Daarnaast is er een afzonderlijke combo met een stuurpen van 200 gram en een carbon of alu stuur (255 of 360 gram) met een gelijkaardige aero vorm als de cockpit uit één stuk. De kabels worden onder de stuurpen verborgen.

Prijzen zijn er nog niet bekendgemaakt. Scott laat dat afhangen van de wisselkoers en omstandigheden van het moment waarop de fietsen beschikbaar worden, wat tegen eind 2022 zou moeten zijn. Er komen vijf uitvoeringen van de Scott Foil RC, met als uithangbord de Ultimate. Die kan als enige pronken met het HMX SL-frame, met daarnaast SRAM Red eTap AXS met powermeter, Zipp 454 NSW-wielen en Creston iC SL Aero-cockpit. De Pro (Dura-Ace Di2, Dura-Ace C50), 10 (Ultegra Di2, Syncros Capital carbon wielen), 20 (SRAM Rival eTap AXS, Syncros carbon) en 30 (nog te bevestigen) vervolledigen het gamma.

Eerste indruk

Om een stevige eerste indruk op te doen, mochten we drie gevarieerde ritten maken met het tweede model in de lijn, de Foil RC Pro, die heel goed lijkt op het model waarmee Team DSM vanaf de Ronde van Frankrijk zal rijden. We zochten naar een aantal beklimmingen en afdalingen, afgewisseld met een aantal vlakkere passages, om het veelzijdige karakter van de Foil RC na te gaan. Een groepsrit was ideaal om de stuurkwaliteiten te checken, terwijl een passage op een racecircuit ons inzicht gaf in het snelle karakter van de fiets.

Daarbij dachten we geregeld terug aan onze test met de lichte Addict RC. Die bleek heel vinnig en direct. Bij de Foil RC kwam de stuurprecisie heel duidelijk terug naar voren. Hij stuurt perfect naar het punt waar je hem hebben wil. Bij acceleraties, zowel bergop als op het vlakke, kon hij minder verbergen dat hij een aero fiets is, want er leek telkens een tikkeltje vertraging op die versnelling te zitten. Na die eerste aanzet lijkt hij dan weer wel voldoende stijfheid te bezitten om je op weg te zetten, maar hij blinkt het meest uit bij het vasthouden van de snelheid. Kortom, hij stuurt messcherp, maar het is niet de vinnigste fiets van de hoop.

Het comfort zit vanzelfsprekend niet op het niveau van een endurance racefiets, maar dankzij de soepele Vittoria Corsa Control TLR-banden voelden we ons evenmin geradbraakt als we terug van de fiets stapten. Wil je een wat zachtere rit, dan moet je gewoon de volle 30 mm bandruimte benutten, maar we vermoeden dat de potentiële kopers vooral kiezen voor de snelheidswinst die je met deze Scott kan behalen. De aero kwaliteiten zijn natuurlijk niet wetenschappelijk aan te tonen tijdens een eenvoudige testrit, maar het viel wel op dat we sneller onderweg waren dan de voorgaande dagen. Daarmee positioneert de Foil RC zich in het midden tussen meer op rechtdoorsnelheid en comfort mikkende aero racers als de BMC Timemachine Road of Ridley Noah Fast, en de nerveuze, hyperdirecte snelheidsmonsters onder de aero fietsen, zoals de intussen verdwenen Specialized Venge. Bovendien spreekt het lage gewicht in het voordeel van de Foil RC, want renners hoeven hem niet in te ruilen voor de Addict RC als het wat bergop loopt. Wie zich vaak in een solo-ontsnapping bevindt, zal zich er ongetwijfeld door aangesproken voelen.