Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Sven Nys verkende de Cyclo Sprint Classic

Nu zaterdag houdt de Bank van De Post Cycling Tour halt in Limburg voor de Cyclo Sprint Clasic. Eind april verkende Sven Nys de tocht al eens. "Een echte aanrader", was zijn conclusie.

Vrijdag 23 april. Enkel Luik-Bastenaken-Luik wacht nog op een winnaar en het klassieke voorseizoen zit erop. Voor veldritkannibaal Sven Nys is de tijd aangebroken om zijn duurtrainingen op te drijven, wil hij schitteren tijdens de wereldbekermanche mountainbike in het Duitse Offenburg (23 mei) en de Ronde van België (25-30 mei).

“Of ik niet van de gelegenheid wil gebruik maken om de Cyclo Sprint Classic te verkennen? Graag, zolang ik maar binnen de vijf uurtjes trainen weer in Zolder sta”, luidt het antwoord van Nys.





En dus kiest de Landbouwkrediet-renner uit de vier ritten (85-125-158-179 km) die op zaterdag 12 juni op het menu staan voor de toertocht over 158 kilometer. Vanop de verlaten parking van de Zolderse voetbalclub KSTVV Viversel trekt hij zich rond de klok van tienen onder een aangenaam lentezonnetje – het kwik schommelt rond de 16 graden – op gang samen met zijn vaste trainingsmakker, de 43-jarige postbode annex elite zonder contract-renner Wim Van Uffel, en coureur local Kurt Cleeren. De eerste kilometers wordt er nog aardig gekletst op de fiets. Over het goede voorseizoen van ploegmaat Davy Commeyne (“Davy heeft begrepen dat hij zijn laatste kans met beide handen moest grijpen”) en het BK-parcours van Leuven (“Een ideaal rondje voor mij, alleen kan ik er mijn trainingsarbeid niet voor gaan aanpassen. Als ik goed wil zijn in Leuven, moet ik zoveel kilometers in de benen hebben dat ik de kaap van de 220 à 240 km vlot verteer. Dat gaat echter ten koste van mijn kwaliteitstrainingen die ik nodig heb om te scoren op de mountainbike en de crossfiets. Jammer, maar het is niet anders.”).

Na de verkeerslichten van Kermt, rond kilometerpaal 10, draait Nys de gashendel stilaan verder open. Kurt en Wim laten zich meeglijden in het zog van de regerend Belgisch veldritkampioen. “De wegen worden hier duidelijk rustiger. Al voel je nauwelijks de drukte van het nabijgelegen Hasselt, hoor”, vindt Sven. Opvallend: telkens er een fietspad ligt, jumpt Nys erop. Een voorbeeld voor de deelnemers die op 12 juni over dezelfde wegen zullen fietsen. “Als de fietspaden er proper en goed bereidbaar bij liggen, moet je er gebruik van maken, vind ik. Veiligheid en hoffelijkheid boven alles”, stelt de voormalige Sportman van het Jaar.

Jekerdal





Nadat de eerste kuitenbijtertjes in Diepenbeek en Romershoven de spieren wat onder spanning hebben gezet, moeten de drie ter hoogte van de overweg in Hoeselt vol in de remmen voor een aanstormende trein. Sven profiteert van de rustpauze om zijn ongenoegen kenbaar te maken over “die ‘smerige’ wind die al zo’n 35 kilometer lang in het nadeel blaast”. En hoewel je geen bloesemblad ziet bewegen, staat die wind er wel degelijk. Nys versaagt echter niet. Met een gemiddelde van 32 à 35 km/u draait en keert hij over de glooiende landwegen in het open Haspengouwse land van Rijkhoven en Membruggen. Een tempo dat Kurts petje duidelijk te boven gaat. De Zolderse renner die sinds twee maanden weer in het zadel zit na een gebroken staartbeen besluit ter hoogte van het wijnkasteel van Genoelselderen zijn wagonnetje af te haken. “Wat een beest, die Nys”, roept hij ons nog vol bewondering na. Nys en Van Uffel denderen via Millen door naar het Jekerdal. In Roclenge-sur-Geer wacht de eerste – officiële – helling van de dag: de Arechtberg. Eenmaal het spoorviaduct gepasseerd begint de weg te stijgen. Middels twee ruime haarspelden bereik je het zwaarste gedeelte van de klim: een uitloper aan 16%, waarna je meteen op een open plateau terechtkomt waar de wind zijn rol kan spelen. Amper op adem zetten de twee de duik naar Heure-Le-Romain in waar de verschrikkelijk steile Thier d’Amry wacht. Een driehonderd meter lange muur met een gemiddeld stijgingspercentage van 13,7 % en een piek van 17%. Opvallende vaststelling tijdens de beklimming: Wim Van Uffel houdt gelijke tred met Nys. “Wim is iemand die nooit plooit. Bewonderenswaardig”, looft Sven de fietskwaliteiten van zijn trainingsmaat. “Hoewel hij het soms zwaar heeft, blijft hij altijd plakken aan mijn wiel. Dat stoort me allerminst. In tegendeel, Wim aanwezigheid stimuleert en motiveert me. Ik heb immers altijd iemand in de buurt met wie ik mijn ervaringen en indrukken kan delen.”

Mini-L’Alpe-d’Huez

Na de lange afdaling richting Haccourt wacht het Maasdal. Eventjes ten zuiden van Visé steken we de stroom over. Tijd voor de Richelle: dé haarspeldhelling bij uitstek en de toegangspoort naar het Land van Herve, het onbekende niemandsland dat geprangd ligt tussen het parcours van de Gold Race en dat van La Doyenne. Tijdens de slotrit van de Ronde van België denderen de renners hier naar beneden richting finish in Herstal. “Da’s spijtig”, oordeelt Nys. “Dit is pertang een fraaie helling.” In tegenstelling tot de editie van vorig jaar krijgen de deelnemers dit jaar nog een extra haarspeld te verwerken om daarna het steilste stuk (10%) van deze mini-L’Alpe d’Huez aan te vatten. Via het schilderachtige centrum van Dahlem bereikt de tandem Nys-Van Uffel Mortroux. Net voor het pittoreske dorpsplein gaat het linksaf waarna de weg vervaarlijk hellend omhoog loopt: de Clos du Grand Sart. Een lange helling, die je middels verschillende trapjes tot 220 meter boven de zeespiegel brengt. Wat resulteert in adembenemende vergezichten op de ingeslapen negorijen Neufchâteau (links) en Julémont (rechts van de weg). De T-splitsing aan het eind van de weg vormt meteen ook het keerpunt van deze rit. De échte berggeiten draaien hier op 12 juni rechtsop waar hen nog 25 extra kilometers, 5 extra beklimmingen (Grises Pierres, Bois d’Ansy, Berg Clouse, Château Magis en Rullenberg) en 400 extra hoogtemeters wacht. Nys daarentegen neemt resoluut het commando tijdens de razendsnelle afdaling die als een slang slingert door het Bois de Mauhin om zo met de nodige snelheid al het voorgeborchte van Les Waides te verorberen.

Les Waides

Op de top van Les Waides staat Nys’ oordeel vast. “Dit is duidelijk de moeilijkste klim van de dag. Telkens als je denk dat je er bent volgt een nieuwe stijging. Wat heet! Het venijn zit ‘m zelfs nog in de staart. Na het gelijknamige gehucht wacht je een stuk aan 14% en dat in de weidse weides. Als de wind wat tegenzit, moet je blijven stoempen tot boven.”





Wie echter nog adem over heeft, kan zich bij de tweede grote es vergapen aan een van de fraaiste uitzichten over de Voerstreek. Al krijgt iedereen een drietal kilometer verderop sowieso een herkansing terwijl je het authentieke haarspeldgevoel ervaart bij de afdaling naar Warsage. Nadat Nys en Van Uffel zich van hun mouwstukken hebben ontdaan, razen ‘s-Gravenvoeren en Moelingen aan hun zicht voorbij tot plots in de verte een kaarsrecht oplopende kuitenbijter opdoemt: de Hallembaye. “Een oude bekende”, herinnert Nys zich nog uit zijn beloftejaren. “Deze helling was traditioneel de scherprechter in de inmiddels opgedoekte Ronde van Limburg.” “Net als de Wonckerberg trouwens”, hijgt hij tien minuten later terwijl hij tussen de mergelgrotten door klimt.

Bilzens trio

Waar men komt langs Haspengouwse wegen komt men glooiende verkavelingen tegen. Zo ook in Zichen-Zussen-Bolder, Val-Meer, Herderen en Grote-Spouwen. Waarna het laatste plukje hindernissen wacht, de Heilige Bilzense Drievuldigheid: Kei-, Leten- en Borreberg. “Op zich zijn deze drie niet zo zwaar. Eerdere – onbenoemde – beklimmingen zijn allicht lastiger, maar de kilometers zullen ervoor zorgen dat dit trio toch in de benen kruipt”, vermoedt Nys. “Ik raad dan ook iedereen aan om achteraan een kroontje van 25 of 27 te steken of met een triple aan de start te komen. Het zal geen overbodige luxe zijn, geloof me. Bovendien zou ik ook iedereen willen meegeven: verzorg je drank en voeding tijdens de rit. Anders krijg je gegarandeerd een patat. Voor mij waren de klimmetjes óók onbekend, maar ze zijn niet langer onbemind.”

Sven Nys-berg

Tijdens de vlakke kilometers voorbij Bilzen valt het Nys op hoeveel fietsers er onderweg zijn, gebruik makend van het fietsroutenetwerk. “Logisch eigenlijk, mensen gaan altijd kwaliteit en veiligheid opzoeken. En dat vinden ze hier in Limburg”, analyseert hij nuchter. Nog een vijftiental kilometer. Nys en Van Uffel bereiken het jaagpad langs het Albertkanaal. De wind blaast vol in het voordeel. Losjes peddelend halen de twee die kop over kop overnemen makkelijk een snelheid van 40 km/u. Al zal nog één obstakel het ritme breken: de Sterrenwacht, de helling die in 2002 zowel in het WK op de weg als in het WK veldrijden lag.





“Hier in die scherpe bocht naar rechts klommen wij destijds nog steiler omhoog het bosje in”, herinnert Nys zich nog alsof het gisteren was. “En boven op de top staken wij – komende van links – de openbare weg over.”

Tweehonderd meter voorbij de top houdt Nys plots even halt. Links ligt het racecircuit van Zolder, rechts een bos. Nys slaat zijn hoofd een kwartslag naar rechts staat ineens weer oog in oog met de Sven Nys-berg, zoals die destijds door mens en media werd gedoopt om dat Brabander de enige was die tijdens het WK op die plek naarboven fietste. Geen renner die achteraf nog een hindernis naar zich vernoemd heeft gekregen. “Dit had mijn dag kunnen zijn”, sist Nys, terwijl hij zich weer optrekt voor de laatste drie kilometers.

“Ik vind het nog altijd jammer dat ik die dag niet gewonnen heb. Ik was zeker niet de mindere van de winnaar (Mario De Clercq versloeg Vannoppen en Nys in een sprint met drie, red.). Bovendien zit Zolder nog steeds in mijn bovenkamer opgesloten als het WK met de meeste sfeer. Als ik er nog maar op training rondreed kreeg ik zoveel positieve energie. Dat heb ik achteraf nooit meer meegemaakt. In Hooglede bijvoorbeeld heerste meer een anti-sfeer en kwam er niets bij mij los. In Zolder raasde ik rond vol adrenaline. Ik herinner me zelfs nog dat ik in de laatste ronde tussen twee berken ben door gesprongen om toch maar als eerste ‘mijn’ bergje te kunnen aanvatten. Sinds twee jaar is er opnieuw een wereldbeker veldrijden in Zolder. Maar dat parcours is nog niet half zo mooi als dat van vroeger. Dat zie je ook aan mijn uitslagen (lacht). Geef mij maar terug het parcours uit 2002″, besluit Sven op het moment dat we weer bij het startpunt in Viversel aankomen.

Wie wat positieve energie kan gebruiken, weet dus voortaan waar hij of zij moet zijn. Als één man het kan weten, dan de Kannibaal uit Baal wel.











Nys’ Cyclo Sprint Classic in cijfers
Sven Nys reed de 158 km? 
– in exact 5 uur
– aan een gemiddelde snelheid van 32 km/u 
– tegen een gemiddelde hartslag van 131 (“Ik deed wel de hele rit het kopwerk”, verduidelijkt Sven) 
– en met een maximale hartslag van 180 (“Dat moet net voor de top van de Hallembaye geweest zijn. Daar heb ik eens goed doorgetrokken tot ik het niet meer kreeg bijgetrapt in de afdaling.”)







Nys’ conclusie
PARCOURS

“Ik ben aangenaam verrast. De rit steekt perfect in mekaar met een vlakke tot glooiende aanloop, een erg pittig middengedeelte waarbij de hellingen zich in ijltempo opvolgen en een vlakke finale. Het geeft je de mogelijkheid om zowel de benen langzaam onder stoom te brengen als los te fietsen aan het eind. Geloof me, velen zullen niet rouwig zijn om deze vlakke finale. Bovendien krijg je een mooie mix van gemeentebanen en landwegen onder wielen. Mede dankzij het aangename ritme – met op tijd en stond een bochtig gedeelte – geeft de rit nooit een saaie indruk.”

WEGDEK

“Tijdens de rit zei ik nog tegen mijn maat Wim: ‘Limburg is écht ver vooruit op de aangrenzende provincies’. Hier zijn de wegen perfect geasfalteerd, zijn er vele veilige fietspaden en zijn de wegen nog autoluw. Een hele verademing als je de dokkerende betonwegen van Vlaamse-Brabant en de drukke banen van Antwerpen gewoon bent.”

NATUURPRACHT

“Wie het parcours van de Cyclo Sprint Classic onder de loep neemt, ziet dat de rit in tweeën wordt gedeeld door de E313-autosnelweg. Wel, ik vond – als je van Zolder richting zuiden fietst – de rechterkant van het parcours nog net iets idyllischer dan de linkerzijde. Vanaf Diepenbeek kom je al tussen de bloesems terecht, waarna de wegen alsmaar glooiender worden in de buurt van Hoeselt, Bilzen en Tongeren. Eenmaal in het Jekerdal wordt het menens: de Arechtberg en – op de terugweg – de Hallembaye en de Wonckerberg zijn immers steil. De slingerende Richelle vormt de poort naar het Land van Herve, een streek die je trakteert op fabelachtige panorama’s. Maar dan moet je wel over een stel sterke benen beschikken. Anders valt er op de top van Clos du Grand Sart en Les Waides niet veel te genieten.”