Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Tour 2022: een voorsmaakje van het Alpenmenu

Gisteren kon het Tourpeloton genieten van een dag welverdiende rust, maar vanaf vandaag is het opnieuw menens. Er staat immers een pittig drieluik in de Alpen voor de deur, inclusief twee rasechte aankomsten bergop. Strijd en spektakel gegarandeerd!

Rit 10: Morzine – Megève (148 km)

Een opwarmer voor het echte werk, zo kunnen we deze ‘heuvelrit’ tussen Morzine en Megève gerust noemen. De renners krijgen nog even respijt van de organisatie en mogen de gekende monstercols in het Alpenmassief voorlopig links laten liggen. Onderweg flirten ze met het Meer van Genève en krijgen ze vier milde beklimmingen voorgeschoteld, waarvan de slothelling naar het vliegveld van Megève onmiskenbaar de zwaarste is. Het algemeen gemiddelde van deze lange klim valt laag uit door enkele quasi vlakke stukken, maar vooral in het tweede deel pieken de stijgingspercentages hier en daar iets hoger, inclusief een knikje van 7,1% naar de finish. Desondanks zullen de klassementsrenners hun munitie allicht op zak houden en lijkt dit een mooie kans voor enkele moedige vluchters.

Rit 11: Albertville – Col du Granon (151,7 km)

Gisteren konden de renners nog op clementie rekenen wat het klimwerk betreft, maar vandaag is er geen ontkomen meer aan. Rit 11 is er eentje om duimen en vingers bij af te likken, al ligt het zwaartepunt overduidelijk in de tweede helft van de etappe. Na een zachte aanloop van 46 kilometer snijdt het peloton Les Lacets de Montvernier aan, een kort klimmetje dat met zijn vele haarspeldbochten opnieuw prachtige luchtbeelden zal opleveren. Vervolgens gaat het in gestrekte draf richting voet van de Col du Télégraphe, die na een korte afdaling naadloos overloopt in de Col du Galibier – met zijn top op 2642 meter wederom het spreekwoordelijke ‘dak van de Tour’. De slotklim van dienst is de steile Col du Granon, die met zijn finish op 2413 meter hoogte letterlijk en figuurlijk adembenemend is. Kortom: alle ingrediënten voor een episch gevecht tussen de favorieten voor de eindzege zijn aanwezig!

Rit 12: Briançon – Alpe d’Huez (165 km)

‘Geen twee zonder drie’, moet de parcoursbouwer gedacht hebben, en dus mogen de berggeiten van dienst opnieuw vol aan de bak in rit 12. Veel tijd om het melkzuur uit de benen te rijden is er niet, want na de start gaat het haast meteen omhoog. Opvallend: de eerste col van de dag is de … Col du Galibier. De karavaan klimt dus twee dagen op rij naar het hoogste punt van de Tour. Geen onoverkomelijke opgave voor dartele lichtgewichten, maar de aanwezige sprinters en ‘costauds’ zullen daar ongetwijfeld anders over denken (tenzij ze Wout van Aert heten). Zij die op de top van de Galibier al om hun moeder roepen dreigen in de problemen te komen, want nadien volgen er nog twee andere cols buiten categorie: de 29 kilometer lange Croix de Fer en tot slot Alpe d’Huez, waar Fausto Coppi exact zeventig jaar geleden een eerste keer huishield. Welke klassementsman profileert zich als ‘Campionissimo’ op deze iconische Alpenklim met welgeteld 21 haarspeldbochten?