Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Tour de Namur: de onbekende parel

Het parcours van de Tour de Namur samenvatten met een metafoor? Ik zou zeggen: "een prachtvrouw met een sterke persoonlijkheid en de Triple Mur de Monty in de rol van de kwaaie schoonmoeder..."






De drie Puitenrijders Peter, Koen en Christophe.
Alsof de weergod een vaste deelnemer is van de Lotto Cycling Tour, zo waren de omstandigheden op de parcoursverkenning eind april. De hoofdstad van Wallonië, met zijn gezellig centrum, lag te baden onder een mooie lentezon toen we kennismaakten met onze parcoursbouwers van “Les Randonneurs Mosans Jambes“. Deze befaamde wielerclub, onder leiding van de sympathiekste der walen, Charles Acusilas, had zich bereid gevonden om drie Puitenrijders (Peter, Koen en uw dienaar) doorheen het 145km lange parcours van de Tour De Namur te loodsen.

Charles Acusilas had ons voor het vertrek verwittigd dat we zouden krijgen waar we om vroegen: een selectief parcours. Dat Charles dit letterlijk had genomen bleek al na 500m! De Avenue Reine Astrid is een 1400m lange klim naar de top van het Citadelle-plateau. Gemiddeld 8,5% van bij de eerste meters, een opwarmertje van formaat.

Al dagen lag ik te dromen van de beruchte “Triple Mur de Monty“. Volgens de bijbel der helling, de Cotacol, is dit de 5de zwaarste helling in België (321 Cotacol-punten). Charles en zijn team hadden deze helling initieel niet opgenomen in het parcours, maar na aandringen heb ik ze alsnog kunnen overtuigen om deze bult toe te voegen.

Bij het links opdraaien naar Lustin begint de er een gezonde nervositeit op te borrelen in mijn benen; eindelijk zal ik kennismaken met deze voor mij onbekende côte.  Aan de voet is het al onmiddellijk recht op de trappers staan, het eerste stuk van deze “triple”. Het doet denken aan de Stockeu. Maar al gauw merk ik dat er na 500m terug een stijl stuk volgt die je terug “en danseuse” dwingt.

Even bekomen op een iets vlakker stukje, maar al gauw verandert de helling terug in een muur. In de verte zie je een flauwe bocht en een huis. “Dat moet de top zijn”, denk ik. Mispoes, want net als je denkt dat je boven bent, krijg je zicht op hetgeen achter de bocht ligt: een stuk van 21% om te eindigen.

Het is harken met mijn 39×25 om boven te komen. Eens boven hijg ik even uit en wacht ik op Koen en Peter die zich algauw aanmelden. Onze conclusie staat vast: dit is by far de zwaarste helling van België! Vergeet de Stockeu, de Thier de Coo, de Ferme Libert, de Haussire en de Hezalles. De Triple Mur de Monty is vanaf nu het zwartste beest der lage landen.

De schoonmoeder van alle hellingen verdient dan ook een uitgebreid eerbetoon. Als is het maar om haar grillig en wispelturig karakter. Op 20 juni kan je zelf zien en voelen of ik gelijk heb met deze boutade.

Na dit monster te hebben overwonnen, en met amper 22 kilometer op de teller, blijkt dat we al 500 hoogtemeters overwonnen hebben. We zijn dan ook nogal wat blij dat er een vlak stuk komt richting Annevoie.  De volgende hellingen, de Col de Marly en de Rue des Artisans, zijn mooie, lange en geleidelijke hellingen zoals we ze graag hebben in voorbereiding op de Trois Ballons of de Marmotte.

Net voor de bevoorrading passeren we het artisanale dorpje Maredret, een verborgen Naamse parel. De abdij van Maredsous doet dienst als bevoorradingspost. Voor diegenen die zin hebben in een lekkere Maredsous 6° of 8° geef ik de goede raad om vlak voor de stopplaats even een terrasje te doen op de binnenkoer van de abdij. Je krijg er het schuimend vocht in een onvervalste stenen beker. Na de bevoorrading volgt een lange afdaling. De tocht is trouwens een aaneenschakeling van lange, geleidelijke hellingen gevolgd door lange, doch veilige afzinken.

De Grognaux en de Foy Notre Dame zijn twee hellingen waarvan je op de top beloond wordt op een postkaart-panorama. De eerlijkheid gebiedt mij te melden dat ik voorheen een fan was van de Oostkantons en de Vallei van de Roanne (Stoumont). Maar de natuurpracht, de kastelen en reuïnes, de idylissche dorpjes en de kabbelende riviertjes van de provincie Namen zijn van een nooit geziene pracht. Het is als de vrouw die je dagelijks ziet in haar werkkledij, maar plots tegekomt in galakleed met annex accessoires…

Na de tweede bevoorrading volgen nog enkele hellingen volgens het Naamse succesrecept: lang, mooie asfalt en aangenaam stijgingspercentage. De laatste bevoorrading, onmiddellijk na de Côte de Maillen, zet met een fikse afdaling richting Maas de finale in van deze Tour de Namur.

Eens aan de boorden van de Maas aangekomen kan je in een rotvaart snellen richting hemelpoort, want zo ziet de voet van de Citadelle van Namen eruit. De “route merveilleuse” is een pracht van een finale klim van een kleine 2 kilometer. De ideale afsluiter om alles nog eens uit je afgepeigerde lichaam te persen.

De aankomst van de Tour de Namur (145km) op de esplande van de Citadelle is een kippevelmoment. Hier hebben menig prof zich naar eeuwige roem gesprint tijdens de Grand Prix de Wallonie.

Onder de douche in het sportcentrum Tabora is de conclusie al gauw gemaakt: de Tour de Namur is een prachtexemplaar. Zo eentje van het soort waarvan je het niet onmiddellijk verwacht, maar waarvan je de schoonheid gaandeweg leert kennen en moet toegeven dat het een pareltjes is.
Een aanrader.

PS: die Triple Mur de Monty moet je echt op je palmares hebben.

Christophe Impens

Doe in juni ook mee aan de La Chouffe Classic (6 juni) en de Cyclo Sprint Classic (13 juni). Samen met de Tour de Namur de ideale voorbereiding voor bijvoorbeeld de Marmotte. Of doe ze gewoon mee omwille van de exclusieve parcoursen in wondermooie streken.
Samen zijn deze drie tochten goed voor 7.500 hoogtemeters!