Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Van Den Bosch en Nys over klimtraining

Woensdag presenteren Paul Van Den Bosch en Sven Nys hun 'Trainingshandboek voor wielertoeristen'. In de aanloop daarvan krijg je op Cycling.be elke dag een exclusieve voorpublicatie, vandaag over klimtraining.




‘Klimmen is niet alleen een gave, maar vooral ook een bijzonder moeilijke en veeleisende discipline’
Geen enkel onderdeel van het wielrennen spreekt de wielerfanaat meer aan dan het klimwerk. De bergritten in de Ronde van Frankrijk staan iedere keer weer garant voor spektakel en voor een gigantische kijkdichtheid. Voor heel wat wielertoeristen zijn de tochten door de Ardennen en de beklimmingen van de Alpenreuzen, de giganten in de Pyreneeën en de Dolomieten of de bijna traditionele jaarlijkse afspraak op de Mont Ventoux telkens weer hoogtepunten.

Eigenlijk is dit wel een beetje eigenaardig. Klimmen is niet alleen een gave, maar vooral ook een bijzonder moeilijke en veeleisende discipline, ongenadig voor al wie onvoldoende in conditie is of te veel gewicht met zich mee moet zeulen. Als je er plezier aan wilt beleven vereist klimmen heel wat voorbereiding en specifieke training.

Door het feit dat je meer spiergroepen (arm- en rugspieren) gebruikt dan op het vlakke kost klimmen al beduidend meer energie dan fietsen op een vlak parcours. Je wegsteken achter een andere fietser heeft weinig of geen zin, freewheelen en even op adem komen is er nooit bij en je hartslag flirt al heel vlug met de rode zone. Je spieren staan ook onafgebroken onder ‘hoogspanning’.





‘Om goed te kunnen klimmen moet je beschikken over een stevige basisconditie, kracht en souplesse’
Dit laatste is ook de reden waarom je zoveel mogelijk op souplesse moet leren klimmen. We adviseren te fietsen met een cadans van minimaal 80 omwentelingen per minuut, als het kan zelfs nog een stuk hoger! Een hoog omwentelingsritme is trainbaar. Het is wel belastender voor het hart- en ademhalingssysteem, maar het ontlast de beenspieren.

Het is wel duidelijk dat klimmen en de bijhorende klimtraining vooral bedoeld zijn voor de meer ervaren en getrainde wielertoeristen. Om goed te kunnen klimmen moet je immers beschikken over een stevige basisconditie, over kracht en over souplesse.

Je moet er dus in de eerste plaats voor zorgen dat je voldoende trainingskilometers in de benen hebt vooraleer je kunt beginnen met de specifieke klimtrainingen. Het opdrijven van het trainingsvolume op vlakke wegen waarbij gefietst wordt met een trapfrequentie van om en bij de 100 omwentelingen per minuut is een eerste en belangrijke stap om je klimcapaciteiten op peil te brengen.





‘Klimmen leer je uiteindelijk maar door het (veel) te doen’
Eens je basisuithouding in orde is mag je meer intensieve stukken uitvoeren waarbij je op souplesse fietst in hogere hartslagzones, en met een groter verzet tegen de wind in, op bruggen en op kortere hellingen fietst. Tempoduurtrainingen, waarbij herhaalde inspanningen van een tiental minuten met een hoge snelheid en met een hoge trapfrequentie worden afgewerkt zijn ook heel interessant als voorbereidende training.

Klimmen leer je uiteindelijk maar door het (veel) te doen. Naarmate je meer ervaring opdoet in deze discipline, zal je meer progressie kunnen maken. Je moet echt wel leren te rijden met een bepaalde cadans, en ervaren waar je grenzen liggen. Het overschrijden van je mogelijkheden tijdens het klimmen wordt genadeloos afgestraft, en eens je je benen hebt ‘opgeblazen’ is er haast geen herstel meer mogelijk.







Trainingshandboek voor wielertoeristen






De perfecte voorbereiding op de Lotto Cycling Tour:
Van de Ronde van Vlaanderen tot Tilff-Bastogne-Tilff
Met uitgewerkte trainingsschema’s voor verschillende afstanden


Auteurs: Paul Van Den Bosch en Sven Nys
Uitgeverij: Deltas
Verkoopprijs: 26,95 euro