Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Vuurdoop van een cyclogroentje

Grinta!-eindredacteur Frederik Backelandt reed de voorbije twee weken voor de eerste maal de Dolomietenmarathon en La Marmotte. Hij doet zijn ervaringen met twee van 's werelds bekendste cyclo's uit de doeken.






Frederik Backelandt: “Cyclo’s rijden is het mooiste dat er is.” (foto Veltec Team Granfonfo)
Ik heb pas twee intense weken achter de rug. Twee weken waarin alles in het teken stond van de fiets. Dat betekent: trainen, rusten en eten. Niets meer, niets minder. Twee weken in functie van La Maratona dles Dolomites (29 juni) en La Marmotte (5 juli).

Het werd meteen mijn vuurdoop als ‘cyclogroentje’. In tegenstelling tot mijn ploegmaats van het Veltec Team Granfondo kon ik géén adelbrieven voorleggen. Dus ik liet het allemaal wat op me afkomen.

Te beginnen dus met de Dolomietenmarathon met start en aankomst in Corvara, in hartje Dolomieten. Ene… Mario Cipollini maakte er zijn opwachting bij ‘la partenza’ in La Villa. Cipo paste voor de grote tocht maar maakte toch zijn acte de présence.

En dan kon een peloton van pakweg 8.000 fietsers zich op gang trekken voor een tocht van goed 130 km… Passo op, passo af. In volgorde: Campolongo, Pordoi, Sella, Gardena, Campolongo (inderdaad, opnieuw de eerste klim omhoog!), Giau (een monster!), Falzarego en Valparola. Straffe kost dus met geen meter vlak. Ofwel klim je, ofwel daal je snoeihard.

Conclusie: schitterende granfondo. Machtige organisatie (bevoorradingen piekfijn in orde, géén verkeer op het parcours, …) ook. En achteraf zit iedereen dan gezellig samen in de grote sporthal van Corvara… om pasta te eten, om de uitslagenlijsten te analyseren of om de knappe Italiaanse podiummissen en sambadanseressen te monsteren. Dit is Italië!

Dat merk je overigens in de wedstrijd zelf ook… Je ziet er dingen die je in een Franse cyclo niet of nauwelijks ziet: veel vrouwen op de fiets en veel mannen met witte koersbroeken, zilveren koersschoentjes, verchroomde stuurlinten en truitjes in roze en lichtblauw.

Nogmaals: dit is Italië! Ik geef het toe: het doorreizen naar de Franse Alpen deed toch even pijn. Aan Italië heb ik mijn hart nu eenmaal verpand. Maar oké, de decors op Galibier, Télégraphe, Glandon en L’Alpe d’Huez mogen er ook best wezen! En laat dat nu net de Alpenreuzen zijn die een hoofdrol spelen in de bekende (allicht de bekendste van allemaal!) cyclosportieve tocht tussen Le Bourg d’Oisans en de Alp.







De Galibier, het dak van La Marmotte.(foto photonews)
Om 7 uur startte ik. Meteen ging het aan 60 per uur richting de voet van de col du Glandon. Eens de klim is gestart is het zoeken naar die juiste klimtred, naar die ’trance’ als het ware. Bij velen komt die er niet en dan is het vaak al harken vanaf de eerste meters.

Na de afdaling van de Glandon is het koersen richting Télégraphe: een ‘loper’ maar wél al het voorgeborchte van de Galibier. En dat is een naam als een klok natuurlijk. Hier reden Merckx, Hinault en andere Coppi’s alles en iedereen aan flarden in hun hoogdagen. Met hun talent ben ik niet gezegend, zoveel is duidelijk.

De Galibier is het dak van La Marmotte. Vanaf daar werp je jezelf (al moet je flink bijtrappen!) als een steen naar beneden richting Le Bourg d’Oisans. Daar wachten nog, als toetje, de 21 bochten van ‘de Hollandse berg’. Ik slaag erin die in één uur te volbrengen. Duizenden is dat niet gegund en moeten al vanaf bocht 1 te voet omhoog. Velen harken, nog meer kruipen, uren nadat de Italiaanse winnaar Corradini de armen in de lucht gooide. Chapeau! Fietsen kan mooi zijn. Cyclo’s rijden is het mooiste dat er is. Vooral wanneer je er achteraf over napraat, na een verkwikkende douche…