Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Wout van Aert: ‘Ik kan het veldrijden niet laten’

Hoewel Wout van Aert zich de voorbije twee seizoenen ontpopte tot een van de beste wegrenners ter wereld, is en blijft de cyclocross zijn eerste liefde. Als regerend Belgisch kampioen duikt hij dit weekend opnieuw het veld in voor een korte, maar krachtige crosscampagne. In de zesde editie van ons magazine legt ‘WVA’ uit waarom het veldrijden zijn hart nog steeds sneller doet slaan.

“Hoewel ik weet dat het soms makkelijker zou zijn om niet meer te crossen en net zoals andere wegrenners een ‘gewone winter’ te beleven, blijf ik het doen”, benadrukt Van Aert. “Mijn palmares staat er, ik heb in het veld alles gewonnen wat er te winnen valt en voor het geld hoef ik het ook niet meer te doen. Maar ik cros gewoon ontzettend graag en ben er bovendien van overtuigd dat ik er als renner sterker van word. Ik geloof dat ik er in het voorjaar de vruchten van pluk.”

Je zegt dat je het leuk vindt, maar is het dat wel? Je wint veel minder dan vroeger in het veld en je ziet heel hard af omdat je net uit een rustperiode komt en niet over dezelfde conditie beschikt als de andere veldrijders. Je bent nog in opbouw, terwijl zij al top zijn …

“Tja … Kijk, het enige ‘ambetante’ bij veldrijden is dat je behoorlijk wat wedstrijden nodig hebt om een goed niveau te halen. Ik geef toe dat het in dat opzicht soms wel een beetje in de weg zit van de opbouw naar het klassieke voorjaar. Wanneer neem je rust en hoe bereid je je specifiek voor: het is vaak een complexe puzzel, maar voor mij is het dat nog altijd waard. Ik kan het gewoon niet laten. Het begint al heel snel te kriebelen als ik die jongens de eerste Wereldbekers zie rijden. Dus dan neem ik mijn crossfiets en ga ik in het bos trainen. Wanneer ik dat een paar keer doe, krijg ik dat gevoel van vroeger opnieuw te pakken en wil ik zo snel mogelijk wedstrijden rijden. Zo simpel is het.”

De veldrijder in Wout van Aert is dus nog steeds springlevend …

“Absoluut. Maar let op: als het WK veldrijden voorbij is en ik zie die jongens nog drie weken crossen, dan ben ik blij dat ik ervan af ben. Na mijn veldritcampagne staat mijn hoofd al meteen naar het voorjaar. Ik vind die afwisseling gewoon plezant. Dat houdt me fris en hongerig. En ik rijd natuurlijk ook geen veertig crossen per jaar meer. Dat is het grote verschil.”

Met alle respect voor Eli Iserbyt, Laurens Sweeck of Toon Aerts, maar het overkomt je niet dat je gefrustreerd naar huis gaat als je van hen verliest?

“Ik keer alleen gefrustreerd naar huis als ik denk dat ik had kunnen winnen en dat ik een kans heb laten liggen. Maar ik start zeker niet met het idee: ‘Ik ben Wout van Aert en ik moet die mannen altijd met de vingers in de neus kunnen kloppen.’ Dat is gewoon niet zo. Zij zijn ook heel sterk, staan er week na week en kleuren de cross. Daar heb ik als collega-veldrijder alleen maar respect voor.”

Lees het volledige artikel in de zesde editie van Cycling, nu verkrijgbaar in de winkel, HIER online te bestellen of HIER online te lezen via Blendle. Abonneer je HIER en geniet van onze aantrekkelijke abonnementsformules!