Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Wout van Aert mag niet gewoon worden

Lieve mensen, koester de kampioen. Koester zijn kunst. En wen nooit aan zijn alledaagse succes.’

De avond van de 18e juli stond op het punt om te vallen in Parijs. De klinkers van de Champs-Élysees lagen klaar voor het laatste sprintgeweld. Een laatste hoofdstuk, een laatste sneltreinvaart naar welverdiende rust. Deze avond zou de avond worden waarop Mark Cavendish zijn 35e ritoverwinning zou pakken en Eddy Merckx écht voorbij zou steken. Heel de wielerwereld keek mee. Het record kwam er niet. De avond liep anders. Parijs werd het decor van een misschien nog veel unieker moment. Het moment waarop alleskunner Wout van Aert zijn eigen bingokaart vervolledigde.

Wout van Aert wint de massasprint op de Champs-Élysées (foto: Kramon)

De Tour van 2021 was een bijzondere. Een buitengewone drie weken kriskras door Frankrijk. Op iedere kilometer lag een nieuwe wending op de loer. Op iedere kilometer leek de ronde in de fik te staan. Drie weken lang was het koers. Het was de Tour van het fietsgeweld van Mathieu en de tweede plaats met een gouden rand voor Jonas van de visafslag. En natuurlijk die van de tweede van Tadej en de vier etappes van The Manx Missile. Eveneens was het de Tour van een het grote aantal valpartijen en van de geslaagde vluchtpogingen.

Maar de Tour eindigde met de Belgische driekleur. Een enorme dreun, afkomstig uit Herentals. Uitgedeeld door een veldrijder. Een veldrijder als winnaar van het wereldkampioenschap sprinten op de keien van de Champs-Élysees. Knoop dat eens in de oren. Even verrast als voorbereid steekt Wout van Aert drie vingers op. Drie vingers voor drie etappes. De Belgische driekleur dus. Een driekleur, haast tekenend voor de bizarre daden van de Jumbo-Vismarenner. Een driekleur, tekenend voor het succes op de drie hoofdwegen van het wegwielrennen.

Ook tegen de klok was van Aert afgelopen Tour al succesvol (foto: Kramon)

Het klimmen, het sprinten en het tijdrijden. Alle drie de disciplines werden een jachtterrein voor van Aert. Dat er iemand zou zijn die op de ene dag tweede wordt in de massasprint en de andere dag een loeizware bergetappe wint. Dat de nummer negentien in het algemeen klassement de koninklijke spurt in Parijs zou winnen. Ach, doe het tijdrijden er nog maar even bij. Het zijn scenario’s zie alleen door de grootste fantasten in een hersenspinsel kunnen worden gevat. Van Aert realiseerde het meest bizarre scenario. Achter elke genoemde discipline kon deze Tour een vinkje.

Iedere keer als Wout van Aert na een etappezege voor de camera verschijnt, rolt er een vergelijkbaar interview uit. Zijn brede maar vriendelijke grijns komt weer tevoorschijn. Zijn kuif, nat van het zweet, staat keurig rechtop of net even achterover. Zijn zachte, maar serieuze stem spreekt de kijker met vertrouwde toon toe. Dat het allemaal unbelievable is. En dat hij zich goed voelde. Zelfs na de etappes lijkt hij niet kapot of moe. Hij is zo ontzaglijk sterk. Een oermens in moderne tijd. Een krachtpatser, een alleskunner en in groeiende mate een volksheld.

De Belgische Kampioen behaalde ook de zegepalm in de tourrit over de Mont Ventoux (foto: Kramon)

Dit jaar mocht hij, na één keer in 2019 en twee keer in 2020, maar liefst drie keer etappewinst vieren. De meest verbluffende ritoverwinning was zonder meer de zegetocht naar Malaucène. Halverwege de tweede beklimming van de mythische Mont Ventoux was van Aert op kousenvoeten weggereden bij zijn medevluchters. Allemaal hadden ze beter geraamde klimcapaciteiten. Toch liet hij ze een voor een staan. De Mont Ventoux was van hem. In het kleine dorpje aan de voet van de kale berg steekt de man uit Herentals zijn handen hoog en wijd de lucht in. Alsof hij net het criterium van zijn geboorteplaats heeft gewonnen. Malaucène was van Wout, en Wout van Malaucène. Het klopte, het leek normaal. Echter, dat hij een dergelijke tocht door het hooggebergte zo had kunnen afronden, spotte met ieders verwachtingen.

Na zijn avontuur op en rondom De Reus van de Provence stortte hij zich in het knechtenwerk voor zijn ploeggenoot Jonas Vingegaard. Regelmatig reed hij nog met de besten mee bergop. Maar de Belgisch kampioen wenste zijn krachten te sparen. Hij wilde én de tijdrit nog winnen én nog sprinten in Parijs. Het asfalt op weg naar Saint-Émilion werd figuurlijk verpulverd. Met afstand toonde van Aert zich de strafste chronoman. In Parijs hield hij de succesvolste Tourspurter aller tijden achter zich. De twee opeenvolgende ritzeges vormden het ultieme slotakkoord van een prachttour voor de homo universalis van het hedendaagse wielrennen. Wout van Aert kan letterlijk niet op.

Het is lastig om woorden of superlatieven te vinden voor een renner als Wout van Aert en zijn prestaties. Hij is veldrijder, sprinter, klimmer en tijdrijder. En tussendoor ook nog aanvaller en knecht. Gezegend met een verschroeiend tempovermogen bergop, stilistische daalkunsten bergaf en een onuitputtelijke dosis energie voor ontsnappingen. Een beer, een reus. Gentleman voor de perscamera’s en een fraai sportman voor het oog. Voor Wout van Aert zijn niet langer superlatieven nodig. De Tour van 2021 betekende zijn ontbolstering als absolute allrounder. Wout van Aert kan alles winnen. Zelfs hetgeen dat onmogelijk werd of wordt geacht, kan in de toekomst werkelijkheid worden.

Hoe buitenaards zijn prestaties ook zijn, alles went in het leven. Niemand zal in de toekomst nog verbaasd zijn over de strapatsen van de gewezen veldrijder. Niet na deze Tour de France. Abnormaal is de nieuwe norm. Wout van Aert is ongelooflijk, maar normaal. Verbazingwekkend, maar gewoon. Wout van Aert maakte het bijzondere alledaags in de Tour de France. Maar de regelmaat van zijn topprestaties mogen de bewondering hiervoor niet naar de achtergrond verdrijven. We mogen niet aan zijn niveau wennen en de gewone standaard van het wielrennen uit het oog verliezen.

Wout van Aert mag niet gewoon worden. Laten we dat met alles en iedereen afspreken. We mogen nooit aan zijn successen wennen.