Deel dit artikel:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Zo haal je het meeste voordeel uit wieltjeszuigen

Even in het wiel van een andere renner kunnen zitten, gebruik maken van zijn slipstream, het is iets dat meteen voor verluchting in de benen zorgt. GCN legt in hun video uit hoe je optimaal kan gebruik maken van het zog van je voorganger en zo een Zoetemelk 2.0 wordt.

In het spoor van een andere renner volgen levert altijd een voordeel op. Niet alleen mentaal, omdat je je dan kan vastbuiten in iemands wiel, maar ook fysiek. Iemand die in het wiel zit, bespaart 30 tot 40% energie ten opzichte van de renner die op kop zit. Goed in het wiel kunnen rijden is dus een belangrijke vaardigheid. Zie hier dan ook een paar tips om zo veel mogelijk te kunnen genieten van iemands slipstream.

Hoe dichter, hoe beter. Maar voor de beginnende fietser valt toch aan te raden om niet meteen te dicht op het achterwiel van de voorganger te gaan rijden. Start met een afstand van ongeveer een half wiel tussen dat van jouw en je voorganger. Dat geeft je voldoende tijd en ruimte om te reageren op verandering van snelheid of richting en leert je ook meteen kennis maken met de voordelen van in het wiel te rijden. Naarmate je dit langer doet en beter onder de knie krijgt, probeer dan om korter op het wiel te gaan rijden, want hoe korter, hoe meer energie je bespaart.

– Kijk omhoog. Het is niet de bedoeling dat je gedurende de ganse rit naar het achterwiel van je voorganger zit te staren. Natuurlijk mag je af en toe eens kijken of de afstand tussen jouw en de renner voor je nog oké is, maar probeer een soort ‘zesde zintuig’ te ontwikkelen, waarbij je de afstand aanvoelt. Wanneer je voor je kijkt, kan je trouwens zelf al enkele hindernissen op de weg zien en zo al anticeperen op mogelijk gevaar.

– Heb oog voor waar de wind vandaan komt. Wanneer de wind pal op kop blaast, moet je vlak achter de renner voor je zitten. Maar wanneer de wind van de zijkant komt, haal je minder voordeel uit die positie. Wanneer de wind van schuin rechts op kop komt, ga dan links achter de renner voor je zitten. Bij wind van de linkerkant, kies de rechtse zijde. Ga ook niet te dicht naast het achterwiel van de renner voor je zitten. Bij een windvlaag kan zijn fiets wel eens een klap naar jouw kant maken, met mogelijks een valpartij tot gevolg.

– Bij regenachtig weer (en dan vooral tijdens afdalingen) is het aan te raden om twee fietslengtes verschil te houden. Dat oogt veel, maar in dit soort situaties is de remafstand groter. Als je dichter op het wiel gaat rijden, bestaat de kans dat wanneer je voorganger plots afremt, jij niet tijdig kan stoppen en recht op hem inrijdt.

Ook voor de renner op kop zijn er enkele belangrijke tips om mee te geven. Eerst en vooral, geef bepaalde gevaarlijke situaties of putten in de weg aan. Jij hebt als eerste een onbeperkt zicht op alles, in tegenstelling tot de renner achter je. Ten tweede, als je in de remmen moet gaan, doe dat dan niet al te bruusk, maar streel je remmen. En ten derde, wanneer je recht op de pedalen gaat staan, maak de overgang van in het zadel naar en danseuse een beetje geleidelijk en gooi niet meteen je fiets wild naar achteren. Op die manier voorkom je dat jouw achterwiel in aanraking komt met het voorwiel van de renner achter je.

Tot slot nog twee belangrijke mededelingen. Kijk wanneer je in het wiel zit niet te vaak achterom en wees ook een beetje zuinig met het profiteren van de slipstream van een ander. Je zou zo maar eens een wieltjeszuiger kunnen worden genoemd. En die zijn meestal niet zo populair.